Pionieren met mail
Gepubliceerd: Donderdag 17 november 2005
Auteur: Laurens Verhagen
Ok, Webwereld bestaat nu tien jaar. Maar wat voerde schrijver dezes in dat jaar uit? Eén ding is zeker: van Webwereld had hij nog nooit gehoord.
Van: Erik van Nimwegen
Aan: Laurens Verhagen
Datum: Maandag 24 april 1995 13.05
Betreft: Testje
"Dag Laurens, zou me mij kunnen mailen of je dit leuke bericht ontvangen hebt? Misschien weet jij ook hoe die computer heet waar jij op zit en wat je login-naam is want ik heb aan een aantal computers gevraagd of ze laurens? verhagen? lverhagen? l.verhagen? laurens.verhagen? kennen maar die waren onbekend bij de computers: python, cobra, lez, lexx, enzovoorts."
Van: Laurens Verhagen
Aan: Erik van Nimwegen
Datum: Maandag 24 april 1995 13.13
Betreft: Testje (A)
"Hallo hallo. Ik heb slecht nieuws en goed nieuws. Het goede is dat er weinig slecht nieuws is, en het slechte is dat ik niet weet hoe die compu hier heet en dat niemand dat hier op dit moment schijnt te weten. Ik zal het nog eens navragen bij een van de non-descripte figuren die hier rondloopt. En ja, je bericht is luid en duidelijk overgekomen, om 13.06 des namiddags. In ieder geval is mijn login gewoon 'laurens' en het netwerk waar we opzitten heet KuBuS. Overigens: niets is triester dan overspelige circusdirecteur zonder hoofd. Of het moet een meisje zijn dat sterft voordat ze borsten heeft. Groet, Laurens"
Van: Erik van Nimwegen
Aan: Laurens Verhagen
Datum: Dinsdag 25 april 1995 11.32
Betreft: Porno
"Waarde vriend, die kubuscomputer van jullie is nogal lui. Als ik hem bel wil hij maar niet wakker worden en reageren, maar ik denk dat ik hem nog wel te pakken krijg. Heeft Sebastiaan jou trouwens al gemaild? Ik heb hem nl. jouw mail-adres gegeven (waarvoor excuses, het kan erg vervelend zijn: zo stuurt hij mij het liefst berichtjes met als titel 'porno-boekjes', wat dus vervolgens breeduit op mijn scherm staat te piepen)."
Wat is dit voor geouwehoer, zult u zich afvragen. Bovenstaande is mijn allereerste mailwisseling, geëntameerd in het voorjaar van 1995, toen ik, na mijn studie wijsbegeerte als laatste lichting erkend gewetensbezwaarden te werk was gesteld in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag bij de afdeling Bijzondere Collecties, het walhalla voor bibliofielen.
Voor mij was internet helemaal nieuw en spannend. Ik behoorde nog tot een generatie die tijdens de studie niet of nauwelijks met informatietechnologie in aanraking was gekomen, of het moet in theoretische zin zijn geweest. Je was al een hele bink als je je paper genaamd 'Hermeneutische cirkels bij Derrida' op een heuse matrixprinter uitdraaide.
En toen was daar ineens internet, te beginnen met mail. De boven aangehaalde mailtjes laten een aantal interessante zaken zien.
1. Ik behoorde niet tot de internetvoorhoede.2. Mailen was nog iets heel spannends.
3. En als gevolg hiervan had de conversatie in veel gevallen nog een meta-karakter: de onderwerpen waarover gesproken wordt, gaan voor driekwart over het mailen zelf.
4. Al in 1995 werden er mails gestuurd met 'porno' in het subject.
Weest gerust: al snel kreeg ik het mailen onder de knie en stuurde hele lappen tekst naar een ieder die ook te veel tijd had.
Digitale Stad
Goed, dat was dan mail. Maar hoe zat het met het wereldwijde web? Dat viel eerlijk gezegd een beetje tegen. De eerste wildenthousiaste verhalen over het nieuwe medium begonnen nadrukkelijk naar boven te borrelen, maar de praktijk was mij betreft nog wat weerbarstiger.
Neem de Digitale Stad. Dat klonk mooi. Goed concept, leek me. Een stad met ontmoetingsplekken, kroegen, achterafsteegjes, noem maar op. Aha! Echter, eenmaal een kijkje genomen viel het me allemaal vies tegen. Ik had in mijn naïviteit verwacht door een fraai 3d-landschap te kunnen zwerven, maar kwam terecht in een plek die in niets voldeed aan deze verwachting. En ook met de geboden inhoud was het huilen met de pet op, al kwam dat wellicht door het misplaatste idee dat de Digitale Stad het enige beginpunt van het www was.
Gelukkig kwam het met het web helemaal goed. Internet maakte een spectaculaire ontwikkeling door, zowel qua verbruik als aan de aanbodkant. Van een netwerk waarbij voornamelijk wetenschappelijke teksten werden gepubliceerd en hierover werd gediscussieerd, is het web tegenwoordig voor velen vooral een sociaal netwerk waarbij al het denkbare wordt uitgewisseld via p2p-programma's en blogs.
Ook de vorm waarin het een en ander wordt vormgegoten is in de jaren veranderd. In 1995 was het al heel wat als een webpagina een plaatje had, tegenwoordig zijn bewegend beeld en geluid alom aanwezig. En de komende tien jaar? Wie het weet, mag het zeggen.
