Spieken 2.0
Gepubliceerd: Donderdag 24 mei 2007
Auteur: Tom Sanders
Een school in Idaho kondigde in April aan dat het Ipod's in de klas gaat verbieden. De schoolleiding was bang dat studenten de mediaspelers gebruiken als spiekbriefje tijdens proefwerken. Maar zou dat ook slecht zijn?
Ik was een brave leerling als het op spieken aan kwam, maar een leraar maakte het te bont. In tegenstelling tot die onderwijzer ontging mij de waarde van het uit het hoofd leren van definities van woorden zoals 'cultuur'. Gelukkig waren we thuis in het bezit van een van de eerste inkjet-printers. Met de lettergrootte op 3 punten pasten alle zinloze definities op een minuscuul briefje dat tijdens proefwerken meermalen zijn nut bewees.
Het maken van dat spiekbriefje was meer leerzaam dan het vermogen om een definitie op te dreunen. En dankzij de technologische voortgang van de inkjet-printer, bleef het spieken ongestraft.
Studenten die vandaag een Ipod omtoveren in een spiekbriefje verdienen een beloning in plaats van straf. Zij bewijzen niet alleen dat zij data op het apparaat kunnen invoeren, maar ook dat zij er een dusdanige structuur in aanbrengen dat het snel en eenvoudig is terug te vinden. Probeer dat maar eens voor elkaar te krijgen op een apparaat met vijf knoppen.
Individueel leren is iets van de vorige eeuw. Tegenwoordig is samenwerking het devies. Samenwerking van individuen wereldwijd heeft geleid tot software zoals Linux en Openoffice.org. Samenwerking staat ook aan het fundament van diensten zoals Flickr en Kazaa.
Ook kapitalisme hecht waarde aan delen en samenwerking. Google was bereid om 1,65 miljard dollar te betalen voor de video-deel-service Youtube. Datzelfde Google is op de beurs een slordige 150 miljard dollar waard. Linux-leverancier Red Hat bezit geen tastbare goederen, maar moet volgens beleggers bijna 4 miljard dollar kosten.
Vergelijk dat eens met Microsoft. De softwaregigant mag dan misschien voor 300 miljard dollar in de boeken staan, maar de aandelenkoers hangt al sinds 2001 stabiel rond dat bedrag. Microsofts producten zijn vastgeketend. De onderneming is gebouwd op het idee dat je een product één keer bouwt, en vervolgens iedereen die het wil gebruiken geld in rekening brengt.
Google en Red Hat geloven dat er meer waarde zit in het delen van hun sofware, en dat je heel goed geld kunt verdienen met advertenties of professionele ondersteuning. Zij zijn er ook van overtuigd dat de wereld, de economie en hun aandeelhouder er meer baat bij hebben wanneer gesloten informatie wordt ontsloten - dezelfde informatie die Microsoft juist geheim wil houden.
De wet van vraag en aanbod gebiedt dat software waardeloos is. In een tijd waarin breedband, processors en opslag gemeengoed zijn, zal het aanbod aan bits altijd de vraag overtreffen. Microsoft probeert die balans te verstoren met technieken zoals digital rights management (drm) en de Windows Genuine Advantage (WGA) antikopieer-technologie. Maar de wetten van de economie voorspellen dat die strategie niet is vol te houden - althans niet op een legale manier.
Verwar een eindeloos aanbod aan bits echter niet met gratis software. Microsoft en andere leveranciers kunnen altijd geld blijven vragen voor hun waren. Maar daarvoor andere vormen van schaarste opzoeken. Concurreren betekent dan dat je een aantrekkelijk merk creëert, eenvoudige of gebruiksvriendelijk software maakt, of de totale kosten van software, hardware en ondersteuning het best in bedwang houdt.
Kopers die waarde hechten aan een van die zaken, zullen bereid blijken om te betalen voor software. De rest kiest voor een goedkoper alternatief, inclusief gratis software.
Op dezelfde manier is kennis in een gemeengoed veranderd door universele internettoegang, oneindig krachtige processors en goedkope opslag. Scholen die hun studenten willen voorbereiden voor een succesvolle carrière moeten onderwijzen hoe je eenvoudig informatie vindt in plaats van rijtjes stampen.
Studenten die met succes hun Ipod's in spiekbriefjes veranderen zijn de winnaars van morgen. Wie zich beperkt tot feiten opdreunen is ten dode opschreven. En wie verbiedt zijn studenten nu om succesvol te worden?
