Nieuw topinstituut voor privacy in Nederland

door

pilab

door

Nieuws - Met het vandaag in Tilburg geopende Privacy & Identity Lab (PI.lab) krijgt Nederland een topinstituut voor onderzoek naar privacy en identiteit. Het moet onderzoek en maatschappij bij elkaar brengen.

Pi.Lab heeft als bakermat de Tilburg Law School, bekend als 'TILT'. Maar het krijgt ook de steun van de Radboud Universiteit Nijmegen, TNO en .nl-beheerder SIDN. De laatste steekt er concreet het meeste nieuwe geld in, tussen de 150.000 tot 200.000 euro per jaar, zo stelt wetenschappelijk directeur Ronald Leenes van PI.Lab desgevraagd tijdens de opening.

4 miljoen per jaar

“We doen dit omdat we het erg belangrijk vinden om het niveau van internet in Nederland te verhogen. Voor ons is belangrijk dat we niet alleen een administratiekantoor van het .nl-domein zijn maar daadwerkelijk met Nederland aan de weg timmeren en helpen om het internet op te bouwen. We hebben als land een naam hoog te houden met bijdragen aan internet. Dit instituut is van internationale allure en past bij ons. Het bundelt het beste wat Nederland op het gebied van privacy- en identiteitsonderzoek te bieden heeft", aldus directeur Roelof Mulder van SIDN en zijn manager Research Christian Hesselman.

In totaal bedraagt het budget van PiLab vier miljoen euro per jaar, maar daarbij gaat het voor het overgrote deel om bijdragen in 'natura' van betrokken onderzoekers van Tilburg, Nijmegen en TNO. Ze zullen hun onderzoek nauw op elkaar gaan afstemmen en nieuwe programma's ontwikkelen, aldus Leenes. Officieel wordt de taak van dit gezamenlijke expertisecentrum om oplossingen te vinden voor het versterken van de online privacy en het beheren van elektronische identiteiten. Zoals het zo mooi heet zal het PI.lab 'technische, juridische en socio-economische aspecten van privacy en identiteit integraal benaderen'.

Onderzoek en maatschappij

Dat laatste wordt hoog tijd, zo bleek vanmorgen tijdens het eerste deel van een rijk gevuld symposium met voordrachten van privacy- en identiteitsonderzoek. Veel onderzoek vindt plaats op een klein gebied met schuttingen eromheen, zonder een goed besef van wat er maatschappelijk aan verwarring bestaat over privacy. Privacy mag de laatste anderhalf jaar op een grote mate van nieuwe aandacht rekenen, maar het begrip zelf lijkt steeds vager te worden.

Dat wordt vooral in de hand gewerkt door de sociale media, waar op grote schaal 'lak aan privacy' lijkt te heersen. Dit aspect, en de opkomst van commerciële identificatie met inlogs van Facebook, Twitter en Google maken de komst van het centrum hoogst actueel.

De macht van Facebook en de opvattingen van Mark Zuckerberg over privacy stonden vanmorgen centraal tijdens het introductiecongres van PI.lab. Veel onderzoekers lijken te willen bewijzen dat de baas van Facebook ongelijk heeft met zijn opvatting dat mensen heel bewust kiezen voor het delen van hun leven in plaats van het beschermen van privacy.

Zo zei de Tilburgse onderzoeker Wouter Steijn dat het verschil in opvattingen over privacy tussen personen beneden en boven de dertig jaar niet te wijten is aan generatieverschillen maar aan verschil in ontwikkeling. Volgens hem gaan jongeren naarmate ze ouder worden vanzelf meer aandacht besteden aan privacy. In hun jonge jaren zijn mensen meer gericht op het vormen van hun identiteit en dus op het delen van data en beelden. Hij wil personen nu gedurende langere perioden van hun leven gaan observeren met online gedrag, teneinde zijn veronderstellingen beter te kunnen staven. Steijn haalde zijn wijsheid tot nu toe vooral uit enquêtes, niet de meest betrouwbare methode als het om gedragsmeting en onderliggende opvattingen gaat.

Persoonsdata als persoonlijk bezit

Grootste verrassing in Tilburg vanmorgen was de 'keynote' van de Oostenrijkse onderzoeker Sarah Spiekermann van de Universiteit Wenen. In een enerverend, ruim één uur durend betoog toonde ze de resultaten van zeer recent onderzoek naar de houdingen van Facebookers ten opzichte van privacy en hun persoonsgegevens.

Met voortreffelijk onderbouwd onderzoek onder 3.000 deelnemers aan Facebook toonde ze aan dat het begrip van privacy veel krachtiger wordt ontwikkeld op grond van een nieuw bewustzijn van 'eigendom' van gegevens. Zodra Facebookers wordt gevraagd wat hun data hen waard zijn in geval Zuckerberg die zou verkopen, blijken ze zich ineens veel meer bewust van de waarde.

Tot ze zich daarvan bewust zijn, vormen hun data volgens Spiekermann 'junk', vrijwel niets waard. Dus hechten ze ook weinig waarde aan privacy. Bovendien kunnen ze niet zomaar weg van Facebook, want vrienden zitten er ook op. Vandaar dat de veel bepleite 'dataportabiliteit' ook niet zo veel zin heeft. Je kunt je vrienden niet zomaar meenemen naar een andere dienst. Ook ziet die dienst er meestal weer anders uit, zodat een-op-een overdragen onmogelijk is.

Wordt echter het begrip 'psychology of ownership' goed ontwikkeld bij Facebookers, dan dringt op brede schaal het besef door dat data van groot belang voor individuen zelf zijn. Dat besef is bij exploitanten en adverteerders al lang en breed doorgedrongen. Ze krijgen het pas echt moeilijk met 'privacy' als de bezitswaarde centraal komt te staan bij gebruikers, aldus Spiekermann.

eerst ▾ Reacties

De reacties worden ingeladen...

Insider naam

 
{$quantity}%

Mijn insider overzicht Uitloggen

Briefcase({$quantity}) Mijn Downloads({$quantity})

Word insider

  • Exclusieve content
  • Achtergrond verhalen
  • Praktische tips

Topbedrijven met ICT vacatures

25 SEPTEMBER: IT INNOVATION DAY
 
dagen
:
 
uren
:
 
min.
:
 
sec.

Webwereld nieuwsbrief

Ontvang dagelijks een overzicht van het laatste ICT-Nieuws in uw mailbox.