12 Mythes rond virtualisatie gekraakt
Gepubliceerd: Donderdag 11 november 2010
Auteur: Kristian van Tuil
Virtualisatie is nog altijd een modewoord binnen IT. Alles kan virtueel, of het nu om brute rekenkracht, storage, netwerken of desktopsystemen gaat. Daarnaast is virtualisatie ook de drijvende kracht achter cloud computing. De hype rond virtualisatie maakt dat er allerlei verhalen over de technologie de wereld in geslingerd worden. Tijd om de grootste mythes te ontkrachten aan de hand van een recent whitepaper van kennisorganisatie Global Knowledge.
1. Niet alle applicaties kunnen gevirtualiseerd worden
In het recente verleden kon je door de beperkte rekenkracht van single-core processors nauwelijks virtualiseren. SQL of Exchange op een single-core cpu virtualiseren heeft dan ook weinig zin. Met de huidige generatie multi-core processors is dat anders. Daarmee kun je op één machine eenvoudig meerdere applicaties draaien.
Er wordt weleens gezegd dat database-intensieve applicaties niet te virtualiseren zijn omdat ze teveel input/output verkeer genereren. Op een goed uitgekiend virtueel systeem hoeft dat geen probleem te zijn, zolang je de zware (database)applicatie maar niet naast andere zware apps draait. Eén zware app met een aantal lichte I/O-apps daarnaast is prima te doen, zegt Global Knowledge.
2. Virtualisatie is duurVoor sommige organisaties lijkt alles sinds de financiële crisis duur te zijn. Vooral IT als 'enabler' heeft daaronder te leiden. Toch verdient een investering in virtualisatie zich relatief snel terug. Dat komt omdat je minder servers gebruikt voor dezelfde workload. Dit betekent minder kosten aan koeling, energie, onderhoud en wellicht licenties. IT-managers kunnen met een slimme calculatie een prima ROI (Return On Investment) laten zien. Natuurlijk kost de ene implementatie meer dan de andere, maar over het algemeen staat vast: virtualisatie levert je op lange termijn geld op.
3. Virtualisatie is lastig onder de knie te krijgen en vergt daardoor veel onderhoud
Het omgekeerde is waar. Virtualisatie maakt gebruik van bestaande skillsets en vereist weinig extra training. Windows, Unix en Linux in een virtuele omgeving functioneert nagenoeg hetzelfde als op een fysieke server. IT-personeel hoeft in de meeste gevallen weinig bij te leren over het onderhoud.
4. Virtualisatie zorgt voor problemen met licenties
Er wordt vaak gezegd dat virtualisatie leidt tot een onder- of overcapaciteit op het gebied van licenties voor bepaalde softwareproducten. Ondercapaciteit zou juridische problemen kunnen opleveren terwijl overcapaciteit geld over de balk smijt. Toch hoeft het niet per se een probleem te zijn. Met goede software voor licentiebeheer voorkom je een hoop narigheid.
5. Virtualisatie maakt systeem- en netwerkmanagement nodeloos gecompliceerd
Virtuele oplossingen zijn makkelijker in beheer dan fysieke implementaties, vaak omdat er een (eenvoudige) management interface aanwezig is. Met zo'n interface kan een manager of beheerder zien welke virtuele systemen draaien, backups maken, systemen afsluiten, herstarten, hardware-configuraties aanpassen en aanpassingen maken in de verschillende besturingssystemen.
6. Virtualisatie creëert overhead door een extra laag toe te voegen
In principe kleeft er veel waarheid aan deze mythe. Toch is de hoeveelheid overhead beperkt. Met een single-core cpu is er inderdaad sprake van een drukkende laag die prestaties naar beneden brengt. Maar nu zowel hardware als software volwassener wordt, is het prestatieverlies met een native server na virtualisatie verwaarloosbaar.
