Van een fysieke naar een virtuele infrastructuur

virtualisatie beheer

Artikelgereedschap

  • Tip ons
  • Printen
  • Reacties (0)
Aanbevelen

Gepubliceerd: Dinsdag 30 november 2010
Auteur: Paul Venezia

Stel dat het budget het probleem niet is - hoe migreer je dan een kleine fysieke infrastructuur naar een kleine virtuele infrastructuur?

Als je eindelijk toestemming hebt gekregen om een kleine bedrijfsinfrastructuur te virtualiseren, lijkt het je misschien dat het moeilijkste onderdeel, de daadwerkelijke uitvoering, nu gaat komen. In veel gevallen is het echter lastiger het budget bij elkaar te krijgen om alle benodigde hardware en software te vergaren - de overstap zelf is vaak opvallend eenvoudig.

Het belangrijkste bij de migratie van een fysieke naar een virtuele infrastructuur is dat je ervoor zorgt dat je alles op zijn plek hebt voordat je op één enkele server overstapt, iets in productie neemt, of gaat testen. Vergelijk het met het uitpakken en uitspreiden van alle onderdelen die je nodig hebt om een tafel van IKEA in elkaar te zetten. Als je dat eerst doet wordt de taak een stuk eenvoudiger, omdat je alle benodigdheden voor het grijpen hebt. Bovendien leidt een goede voorbereiding tot een beter eindproduct.

Daarom is het belangrijk dat je volledig op de hoogte bent van de functies en beperkingen van de virtualisatie-oplossing waarvoor je kiest. In bepaalde gevallen, wanneer het budget niet toereikend is voor higher-end functies, moet je de gevolgen overzien van de concessies die gedaan zijn.

Zo kun je bijvoorbeeld licenties hebben voor live virtuele servermigraties tussen hosts, maar niet voor geautomatiseerde load-balancing of hoge beschikbaarheid, of misschien zul je moeten afzien van geavanceerde optimalisatiefuncties of iets dergelijks.

In het eerste geval zul je virtuele servers handmatig moeten balanceren tussen meerdere fysieke hosts en ze handmatig linken en herstarten, mocht een fysieke host falen. In het tweede geval zul je per fysieke host meer geheugen nodig hebben dan normaal omdat geavanceerde geheugendeling niet beschikbaar is. Om maar wat te noemen.

Er zijn allerlei andere voorbeelden, maar dit zijn enkele veel voorkomende. In kleinere infrastructuren voel je het gemis van deze functies niet zo sterk als in andere gevallen vanwege het kleinere aantal virtuele servers en omdat je maar weinig te maken hebt met ongebalanceerde of hoog variabele werkbelastingen. Hoe dan ook, het is belangrijk dat je, voordat je begint, weet waar je mee te maken hebt en waar je over kunt beschikken.

De bouw van het netwerk

Het is van groot belang dat je voldoende fysieke serverkracht, ethernetswitches en opslagruimte beschikbaar hebt. Er zijn verscheidene kleine, goedkope opslagapparaten op de markt die een gevirtualiseerde werkbelasting aankunnen, en multi-core servers zijn zeer redelijk geprijsd.

Zorg er indien mogelijk voor dat je een redelijk redundantieniveau beschikbaar hebt voor elke oplossing die je kiest, zoals redundante stroomvoorzieningen en beschermende RAID-niveau's, met minimaal RAID5. Als de infrastructuur zo klein is dat er geen plan voor gedeelde opslag is, is het absoluut noodzakelijk dat de fysieke host server(s) voorzien is/zijn van door accu's ondersteunde RAID-controllers. Bij voorkeur hebben deze servers een interne RAID6-array.

Wees er ook op bedacht dat, als je afziet van gedeelde opslag, je geen voordeel kunt halen uit functies als live migratie, noch zul je niet-werkende virtuele servers die zich op de lokale opslag van een falende fysieke host bevinden snel kunnen herstarten.

Wat ethernetswitches betreft moet je ervoor zorgen dat je er een hebt die aan linkaggregatie kan doen, als je van plan bent iSCSI-opslag te gebruiken moet er informatie over de iSCSI-ondersteuning in de switch aanwezig zijn, en met name support voor jumbo frames. Niet alle gigabitswitches zijn hetzelfde; sommige kunnen de iSCSI-prestaties zelfs hinderen. Kies een switch waar expliciet op staat dat hij compatibel is met iSCSI - altijd met ondersteuning voor jumbo frames.

Wanneer deze onderdelen eenmaal zijn samengebracht is de bouw van het netwerk simpel. Voor gedeelde opslagoplossingen moet elke fysieke host minimaal vier netwerkinterfaces hebben: twee die geconfigureerd zijn voor storage failover (de mogelijkheid om in een noodgeval op een backupsysteem over te schakelen), en twee die geconfigureerd zijn voor linkaggregatie aan de front-end zijde. Voor niet-gedeelde oplossingen zijn twee geaggregeerde front-end interfaces afdoende.

De opslagarray moet op vergelijkbare wijze worden geconfigureerd om meerdere links naar het netwerk te hebben, zodat je rekening kunt houden met het mogelijke falen van een link.

Zodra dit netwerk gebouwd is ben je klaar om de virtualisatiesoftware op de fysieke hosts te installeren en (indien van toepassing) te linken naar je gedeelde opslag.

« vorige 1 2

Relevante whitepapers

Alle whitepapers >>

Totaal 0 reactiesLaatste reacties


Nieuwsbrief

Ontvang dagelijks een overzicht van het laatste ICT-Nieuws in uw mailbox

Whitepapers

  • Houdt grip op UC-uitdagingen

    Unified communications biedt vele voordelen, maar heeft ook specifieke uitdagingen en niet ieder project levert het verwachte ROI op.

    Downloaden
  • Overheid bespaart met cloud computingDiscussie over cloud-beleid overheid. Whitepaper over kosten, veiligheid en beschikbaarheid.
  • Kostenbesparing voor long tail appsOplossing voor kostenkwesties in VDI. Technologie geschikt voor long tail apps.
» Meer whitepapers

Peiling

Loading Poll

Video: Review: HTC One X-smartphone met vijf...

Review: HTC One X-smartphone met vijf cores (video)