Minister laat medische 'risicodatabase' ongemoeid
Gepubliceerd: Dinsdag 31 mei 2011
Auteur: René Schoemaker
De rechter moet bepalen of de centrale patiëntendatabase in de geestelijke gezondheidszorg mag blijven bestaan. Minister Schippers wil zich daarmee niet bemoeien. Artsen zijn naar de rechter gestapt.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft eerder bepaald dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) onvoldoende de noodzaak heeft aangetoond dat de centrale database (DIS) met diagnosegegevens van patiënten in de geestelijke gezondheidszorg ter beschikking moet staan voor zorgverzekeraars. Het NZa heeft niettemin besloten met die centrale database door te gaan. Tweede Kamerlid Renske Leijten van de SP heeft de minister gevraagd in te grijpen, maar die weigert dat.
Volgens minister Edith Schippers van Volksgezondheid is het aan de rechter om te bepalen of het inzien van medische gegevens van patiënten door onder meer verzekeraars door de beugel kan. De minister heeft de bevoegdheid beleidsregels van de NZa te vernietigen, maar schrijft nu aan Leijten daar geen aanleiding voor te zien. Sterker nog, de minister onderschrijft de beargumentatie van de NZa dat de gegevens nodig zijn voor de beoordeling van declaraties van zorgaanbieders. Onder meer moet daar fraude mee worden voorkomen.
Opnieuw naar de rechter
De stichting KDVP, die psychiaters en psychotherapeuten vertegenwoordigt, heeft inmiddels beroep aangetekend tegen de beslissing van NZa door te gaan met die landelijke database. De artsen vinden de gegevens in de database te privacygevoelig. Met het vermelden van de diagnoses op de rekeningen die de artsen indienen bij de verzekeraars, schenden zij het medisch beroepsgeheim, is een van de argumenten.
Daarnaast wijzen zij erop dat door het koppelen van het burgerservicenummer (bsn) aan de diagnose-informatie een koppeling met andere bestanden die gebruik maken van dat bsn makkelijk plaats kan vinden. Volgens minister Schippers is de informatie echter zo versleuteld dat het geanonimiseerd is. De versleuteling zou niet ongedaan kunnen worden gemaakt.
"Afdoende wettelijke grondslag"
Schippers zegt verder op de vragen van de SP dat indien er schending van de privacy van patiënten zou plaatsvinden, zij ingrijpen overweegt. Maar, zo zegt ze, het doorbreken van het medisch beroepsgeheim door zorgaanbieders en het verwerken van de medische persoonsgegevens hebben "een afdoende wettelijke grondslag". Daarnaast wordt 95 procent van de declaraties geautomatiseerd verwerkt. De overige 5 procent wordt door werknemers bij verzekeraars ingezien. Zij hebben geen medisch beroepsgeheim.
Of het handelen van de NZa in strijd is met het eerdere vonnis van de rechter, laat Schippers liever aan diezelfde rechter ter beoordeling over. "Ik zal de procedure bij het CBb nauwgezet volgen", schrijft ze aan Leijten.
CBP trok eerder aan de bel
De database DIS is al langer onderwerp van discussie. Het College Bescherming Persoonsgegevens heeft al in 2004 aan de bel getrokken bij het toenmalige ministerie van VWS dat gebruik van het bsn, toen nog sofinummer geheten, niet door de beugel kon en dat gebruik van een andere, anonieme codering, beter was. De minister legde die bezwaren toen naast zich neer.
In een brief aan het ministerie van VWS noemt het CBP de database "zowel qua omvang, dekking als inhoud een van de meest risicovolle verwerkingen binnen Nederland." Het college wijst erop dat er voor de verwerking van persoonsgegevens in DIS "geen rechtsgrond bestaat" en is bij mogelijke herleiding van de data naar personen sprake van een wetsovertreding. "In dat geval is er sprake van een onrechtmatige gegevensverwerking." Het CBP zegt dat er geregeld moet worden gecontroleerd of de gegevens niet te herleiden zijn naar identificeerbare personen.
