Bill Gates 1 dollar armer na Bristol-antitrustproces
Gepubliceerd: Maandag 19 juli 1999
Auteur: Joris Evers
Microsoft heeft geen antitrustwetten geschonden in haar zaken met het kleine softwarebedrijf Bristol Technology. De jury in Connecticut, vond wel dat Microsoft heeft gehandeld in strijd met de lokale Unfair Trade Practices Act, en kende een schadevergoeding toe van één dollar wegens 'misleidende praktijken'.
Volgens Microsoft is de uitspraak van de jury van groot belang. "Deze uitkomst is een belangrijke overwinning voor de gehele software-industrie," aldus Microsoft-advocaat Tom Burt in een verklaring. "De rechten van bedrijven die intellectueel eigendom maken, en daar op een eerlijke manier licenties over afgeven, hebben stand gehouden."
Volgens antitrustexperts is de uitspraak belangrijk, maar zal de overwinning van Microsoft weinig effect hebben op de lopende zaak van de Amerikaanse overheid tegen de softwarereus.
John Altieri, advocaat voor Bristol, verklaarde na het 'not guilty' van de jury 'zeer teleurgesteld' te zijn. "We onderzoeken nu alle mogelijke volgende stappen."
De acht juryleden hadden drie dagen nodig om tot een unanieme uitspraak te komen.
Misbruik van de rechtbank
Bristol zette in augustus vorig jaar de stap naar de rechter met de klacht dat Microsoft - in een poging de schakeling tussen Windows NT en Unix te vernietigen - weigerde nog langer de broncode van NT te leveren aan het familiebedrijf. De broncode is van levensbelang voor Bristol omdat het de basis is van haar belangrijkste product: Wind/U.
Met Wind/U kunnen softwareontwikkelaars applicaties voor Windows ombouwen zodat die ook werken op UNIX, OpenVMS, en OS/390 platforms.
Volgens Microsoft zijn nu eenmaal voorwaarden verbonden aan de levering van de NT-broncode. Die voorwaarden zijn voor Bristol en haar grootste concurrent Mainsoft hetzelfde, zo stelt Microsoft. De softwaregigant vindt dat Bristol de rechtbank heeft misbruikt als onderhandelingsplek voor betere licentieafspraken.
Van 1994 tot 1997 hadden Bristol en Microsoft een contract over het gebruik van de broncode van een oudere Windows NT-versie door Bristol. Toen er geen overeenstemming kon worden bereikt over een licentie voor de nieuwste versie van NT maakte Bristol de zaak aanhangig bij de rechtbank.
Zak met geldTijdens het zes weken durende proces stelden advocaten voor Bristol dat hen steeds was beloofd dat zij de broncode zouden mogen blijven gebruiken. Maar toen puntje bij paaltje kwam zei Microsoft volgens hen heel hard nee.
De Microsoft-verdediging vertelde de jury keer op keer dat Bristol enkel uit was op geld. Het softwarebedrijfje zou vele malen een nieuwe licentieovereenkomst zijn aangeboden, tegen niet buitengewone voorwaarden.
Bristol beschuldigde Microsoft van twee schendingen van de antitrustwetten. De eerste zou zijn dat Microsoft weigerde afspraken te maken over een nieuwe licentieovereenkomst en de tweede dat 's werelds grootste softwarebedrijf op een illegale manier haar Windows-monopolie wilde uitbreiden door Wind/U, en daarmee Bristol, uit de markt te zetten.
Het kleine softwarebedrijfje vroeg niet om een specifieke schadevergoeding. De advocaten vroegen de jury een bedrag tussen de 130 en de 263 miljoen dollar toe te kennen. Een economische schade-expert had de jury eerder voorgerekend dat Bristol zoveel geld had misgelopen in inkomsten omdat het geen gebruik meer mocht maken van de NT-broncode.
