Directeur Vecai deelt honderd paar sokken uit
Gepubliceerd: Dinsdag 3 mei 2005
Auteur: Maarten Reijnders
Rob van Esch, directeur van de organisatie van kabelaanbieders Vecai, vindt dat de consument de grote winnaar is van de concurrentiestrijd tussen verschillende infrastructuren.
Hij maakt zich wel zorgen over verstoring van deze felle concurrentie. Door de enorme snelheid waarmee de markt zich ontwikkelt, is er volgens hem een reëel gevaar dat het overheidsbeleid op breedbandgebied achter de feiten aan loopt. Dat schrijft hij in een opinieartikel voor Webwereld.
Volgens Van Esch moet de overheid terughoudend zijn met ingrijpen. De marktpartijen, telecom- en kabelbedrijven, zijn volgens Van Esch uitstekend zelf in staat om te zorgen voor innovatie.
Deze innovatie komt onder meer tot uiting in de voortdurend hogere internetsnelheden, lagere (telefoon)tarieven en de introductie van televisie via adsl. "Concurrentie tussen bedrijven op verschillende infrastructuren haalt het beste uit bedrijven. Men moet wel, anders weet de klant wel een andere aanbieder te vinden", schrijft Van Esch. "De consument wint er veel bij."
Om zijn zorgen over het overheidsingrijpen te onderstrepen, deelde Van Esch onlangs tijdens een spreekbeurt bij de telecomwaakhond OPTA honderd paar sokken uit. "OPTA zal op kousenvoeten moeten opereren om de markt, én de gunstige gevolgen van de dynamiek voor de consument, niet onnodig te verstoren", meent Van Esch.
Behalve over de rol van de OPTA maakt de Vecai zich zorgen over de breedbandactiviteiten van gemeenten. Van Esch vindt dat de gemeenten geen belastinggeld moeten gebruiken voor de aanleg van glasvezelnetwerken. Dat is nergens voor nodig. "De kabelsector toont bij voortduring aan dat de netwerken toekomstvast zijn."
