Twijfels objectiviteit onderzoek OSOSS
Gepubliceerd: Vrijdag 3 juni 2005
Auteur: Brenno de Winter
Het OSOSS-onderzoek van deze week blijkt niet het eerste rapport te zijn. Eerdere rapporten zijn nooit gepubliceerd, omdat de auteurs geen conclusies wilden aanpassen.
Het zojuist gepresenteerde onderzoek 'Kosten en baten van open standaarden en open source software in de Nederlandse publieke sector' wordt de conclusie getrokken dat open standaarden leiden tot veel besparingen, terwijl open source pas op langere termijn voordeel levert. Maar er zijn mensen die twijfelen aan de gevolgtrekkingen, omdat de rapportage niet de eerste blijkt te zijn.
Eind 2003 had het overheidsprogramma OSOSS, dat zich richt op het promoten van open standaarden en het voorlichten over open-sourcesoftware, het Nolan Norton Institute gevraagd een rapportage te schrijven. De deskundigen, onder wie professor Hans Strikwerda, presenteerden op 25 september 2004 hun resultaten in het rapport 'Kosten en baten van een brede toepassing van open standaarden en open source software in de Nederlandse publieke sector'.
Prullenmand
'Na het opleveren kreeg ik het verzoek om passages uit de tekst, waaronder het voorwoord te schrappen', vertelt professor Strikwerda. "Dat heb ik geweigerd, want dat is not done. Zoiets kun je niet vragen. Wij onderzoeken en trekken conclusies." Een van de zaken die volgens de hoogleraar zou moeten worden afgezwakt was de oproep voor een Activity Based Costing, waarbij kosten aan activiteiten worden toebedeeld. "Dat zou volgens OSOSS goede administratie moeten worden."
Toen Strikwerda niet bereid bleek conclusies af te zwakken en passages aan te passen, zou er door OSOSS gedreigd zijn de rekening niet te betalen. "Uiteindelijk zijn er afspraken gemaakt en is het geoffreerde bedrag wel betaald." Het document is verder niet gepubliceerd en volgens Strikwerda in de spreekwoordelijke prullenmand beland.
Volgens het originele rapport zouden er miljarden kunnen worden bespaard met het overheidsbreed toepassen van open standaarden, maar over open source zijn de conclusies minder positief: "Een brede toepassing van open-sourcesoftware niet zulke duidelijke en zeker baten ten opzichte van de te maken kosten. Tegenover de lagere uitgaven aan licenties en ook hardware, staan hogere uitgaven aan beheer en documentatie, operationele risico's, onzekerheden met betrekking tot patenten en conversiekosten."
Herhaling van zetten
Ook een ander rapport dat kritisch tegenover open source stond was eenzelfde lot beschoren. Victor de Pous, een jurist en auteur, kreeg ook een opdracht van OSOSS om een rapportage over de juridische aspecten van open source te maken. De schrijver erkent de opdracht te hebben gehad en met het rapport 'Recht op open-sourcesoftware' te zijn gekomen. Zonder op de details te willen ingaan, blijkt ook met zijn rapportage niet veel te zijn gebeurd. 'Uiteindelijk kreeg ik te horen dat de tekst toch niet voor de doelgroep geschikt was', verzucht De Pous tegenover Webwereld.
In zijn rapportage, die in handen Webwereld is, uit De Pous zorgen over open-sourcesoftware vanuit juridisch perspectief. Zo wordt erop gewezen dat veel licenties in het buitenland zijn geschreven en dat het zonder nader onderzoek onzeker is of dergelijke teksten voor een Nederlandse rechter standhouden. Ook waarschuwt de jurist voor aansprakelijkheidsrisico's, die mogelijk aan open-sourcesoftware kleven.
Niets vreemd
Volgens OSOSS-programmawoordvoerder Mark Bressers is er niets vreemds gebeurd en waren beide rapportages niet geschikt voor de doelgroep. Van een bureaula is dan volgens hem ook geen sprake. 'Dat het onderzoek van het Nolan Norton Institute (NNI) niet is gebruikt, heeft alles te maken met afspraken die onderling zijn gemaakt.' Hij verwijst de suggestie dat net zo lang onderzoeken worden gepleegd tot de uitslag een acceptabele is, dan ook naar het rijk de fabelen. "Het is niet zo dat ons programma boodschappen tegenhoudt, waarvoor we niet ontvankelijk zouden zijn."
Bressers wil niet ingaan op de beschuldigingen dat er verzocht is teksten te schrappen en te herschrijven. "Dat zijn afspraken tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en zulke discussies voer je niet in de media."
In een tweede reactie laat Bressers weten dat het NNI zelf de conclusie heeft getrokken om een nieuw rapport uit te brengen. Het eerdere rapport is volgens Bressers niet meer dan een concept geweest.
