EZ: geen impuls voor nieuwe breedbandnetwerken
Gepubliceerd: Dinsdag 6 december 2005
Auteur: Laurens Verhagen
Dankzij een sterk concurrerende markt zit het in Nederland wel goed met de breedbandinfrastructuur. Subsidies zijn dan ook niet nodig.
Dit staat in de Voortgangsrapportage Breedband die minister Brinkhorst van Economische Zaken maandag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Nederland staat internationaal aan de top als het gaat om de beschikbaarheid van breedbandnetwerken, aldus de minister.
De marktwerking bij breedbandinternet en de concurrentie op en tussen het telefoonnetwerk en het kabelnetwerk hebben hier een belangrijke bijdrage aan geleverd, meent het ministerie. Er komt dan ook geen garantiefonds voor de stimulering van nieuwe breedbandige netwerken in Nederland, bijvoorbeeld in minder druk bevolkte gebieden. Brinkhorst: "Er is op dit moment geen noodzaak om een financiële impuls te geven aan investeringen in breedbandige infrastructuren."
Nederland is met een breedbandpenetratie van meer dan 19 procent koploper in Europa. Wereldwijd staat Nederland op een tweede plaats na Zuid-Korea. Nederland scoort Europees gezien echter slechts gemiddeld als het gaat om het aantal bedrijven dat aangesloten is op een breedbandverbinding.
Ook moet er meer tempo gemaakt worden om het gebruik van de infrastructuur te bevorderen, vindt het ministerie. "Het gebruik van de breedbandinfrastructuur door zowel bedrijven, publieke instellingen als huishoudens blijft in Nederland nog achter."
Met name het breedbandgebruik door publieke instellingen en het mkb moet worden vergroot. Zo moeten lokale overheden en woningbouwcorporaties 'meer geïnformeerd worden over hun rol en mogelijkheden bij het stimuleren van het gebruik van breedband'.
Kabelaars jubelend
De conclusies van Economische Zaken zijn in lijn met die van het Centraal Plan Bureau, wiens breedbandstudie als aanhangsel bij het EZ-rapport is meegenomen. Ook het CPB komt tot de conclusie dat er geen sprake is van marktfalen.
De Vecai voelt zich gesteund (pdf) door de conclusies en interpreteert de CPB-studie als een bom onder alle glasvezelplannen.
