Rechter stelt grenzen in rechtszaak tegen Intel
Gepubliceerd: Zaterdag 10 maart 2007
Auteur: Edwin Feldmann
Een Amerikaanse rechter heeft delen van de aanklacht in de class-actionrechtszaak tegen Intel naar de prullenbak verwezen.
De Amerikaanse rechter kan geen uitspraak doen over mogelijk monopoliemisbruik buiten de grenzen van de Verenigde Staten. Amerikaanse bedrijven en consumenten proberen via de class-actionrechtszaak schadevergoedingen van Intel los te krijgen. 's Werelds grootste chipmaker zou met zijn monopoliepositie de prijzen kunstmatig hoog hebben gehouden en concurrenten als AMD hebben benadeeld.
De uitspraak kan grote gevolgen hebben voor het uiteindelijke vonnis. Zo betekent het dat, als Intel schuldig wordt bevonden wegens het maken van prijsafspraken, er geen schade claims kunnen worden geëist van buitenlandse pc-fabrikanten zoals Acer, Sony en Toshiba. Er zullen alleen claims kunnen worden ingediend tegen bedrijven waarvan het hoofdkantoor in de Verenigde Staten is gevestigd, zoals bijvoorbeeld Dell, Gateway en HP.
De class-actionrechtszaak staat in principe los van de antitrustzaak die AMD tegen Intel heeft aangespannen.
AMD is zelf verwikkeld in een antitrustzaak met Intel omdat het claimt dat Intel in de VS, Azië en Europa prijsafspraken heeft gemaakt met tenminste 38 hardwarefabrikanten.
Eerder deze week werd bekend dat Intel een aantal e-mails in die als bewijs kunnen dienen in deze antitrustzaak kwijt is. De rechter heeft Intel tot 10 april de tijd gegeven om hierover uitleg te geven en te vertellen wie ervoor verantwoordelijk is.
Intel ontkent prijsafspraken met pc-fabrikanten en -leveranciers te hebben gemaakt. Het bedrijf stelt dat het zijn marktdominantie heeft gebruikt om tegen AMD te concurreren door juist de prijzen te verlagen.
