Alleenstaande moeder in beroep tegen Kazaa-vonnis
Gepubliceerd: Dinsdag 9 oktober 2007
Auteur: Maarten Reijnders
De Amerikaanse Jammie Thomas die vorige week werd veroordeeld tot het betalen van 222.000 dollar wegens het aanbieden van muziek via Kazaa, gaat in hoger beroep.
Dat hebben Thomas en haar advocaat Brian Toder maandag aangekondigd op de nieuwszender CNN. Vorige week bepaalde een jury dat de alleenstaande moeder Thomas 9.250 dollar moet betalen voor elk nummer dat ze aanbood via de uitwisseldienst Kazaa.
Op haar MySpace-blog schrijft Thomas over de strategie die haar raadsman heeft voor de beroepsprocedure. Advocaat Toder wil zich concentreren op het verwijt van de muziekindustrie dat Thomas muziek ter beschikking van anderen heeft gesteld.
Distributie
In de door Thomas verloren rechtszaak werd vastgesteld dat er al sprake is van inbreuk op het auteursrecht als iemand muziek via een p2p-dienst aanbiedt. De auteursrechthebbenden hoeven volgens het vonnis niet aan te tonen dat een andere p2p-gebruiker de aangeboden muziek ook daadwerkelijk heeft gedownload.
Thomas vindt echter dat de muziekindustrie dat wel moet bewijzen. "Als we het beroep kunnen winnen, betekent dat dat RIAA moet aantonen dat iemand anders dan hun eigen onderzoeksbureau MediaSentry het bestand heeft gedownload", schrijft ze.
Tijdens de rechtszaak tegen Thomas haalde de RIAA enkele uitspraken aan waarin de rechter had bepaald dat het beschikbaar stellen van bestanden via p2p een vorm van distributie is. Ars Technica wijst er echter op dat de rechter zich in één van deze gevallen alweer heeft bedacht. De vraag wanneer er sprake is van (illegale) distributie van auteursrechterlijk beschermd materiaal, is volgens de it-uitgave nog altijd niet ondubbelzinnig beantwoord.
