Rechter: bandbreedte aftappen is niet strafbaar
Gepubliceerd: Vrijdag 12 september 2008
Auteur: Roland van Hek
Het stiekem meeliften op de internetverbinding van een ander is geen diefstal, omdat dataverkeer en bandbreedte niet als 'goederen' kunnen worden beschouwd.
Deze opmerkelijke uitspraak deed de Amsterdamse rechtbank gisteren in de zaak tegen een loodgieter en een aantal studenten die een datacentrum runden in een studentenflat. In 2005 trof een huismeester een klein datacentrum met vijf servers aan in het plafond van een studentenflat. Onderzoek leidde naar oud-loodgieter M.H, die anderen de gelegenheid bood om te profiteren van de snelle internetverbinding in de flat.
De juridische vraag draaide er tijdens deze zaak om of er sprake is van daadwerkelijke diefstal van de internetverbinding. In de dagvaarding is de verdachte het wegnemen van dataverkeer, capaciteit van bandbreedte en snelheid van de internetverbinding verweten. Hierbij dient te worden opgemerkt dat als diefstal wordt beschouwd: "het wegnemen van een anders goed met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen".
Geen goed
De meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam oordeelt echter dat de elementen die eerder zijn genoemd niet als "goed" worden beschouwd volgens de definitie van artikel 310 uit het wetboek van Strafrecht.
Bovendien speelt er mee dat door het ongeoorloofd gebruik maken van bandbreedte de rechthebbende niet noodzakelijkerwijs de feitelijke macht verliest over de bandbreedte. Heel anders is wanneer er sprake is van diefstal van stroom. In 1921 oordeelde de Hoge Raad al in het beroemde Elektriciteits-arrest dat stroom een goed is en dat diefstal van stroom strafbaar is.
De advocaat van de verdachten was niet bereikbaar voor commentaar.
