Nederland tegen oprekken naburige rechten
Gepubliceerd: Zaterdag 11 oktober 2008
Auteur: Roland van Hek
Nederland ziet voorlopig geen aanleiding om de verlooptermijn van de rechten voor uitvoerend artiesten te verlengen van 50 naar 95 jaar.
Staatssecretaris Frans Timmermans van Buitenlandse zaken verzet zich tegen een Europees voorstel om de naburige rechten op te rekken naar 95 jaar.
Naburige rechten zijn verwant aan het auteursrecht en regelen vergoedingen voor uitvoerend artiesten. Een orkest dat een concert van Beethoven ten gehore brengt, kan dankzij de naburige rechten aanspraak maken op een vergoeding wanneer dat concert op televisie wordt uitgezonden.
Timmermans beargumenteert dat er moet worden gekeken of de baten voor uitvoerende kunstenaars opwegen tegen de lasten. Die lasten zouden vooral bestaan uit het later beschikbaar komen van uitvoeringen voor het publieke domein, schreef de staatssecretaris eerder deze maand in een brief aan de Tweede Kamer.
Verder schrijft Timmermans dat wetenschappelijke studies hebben uitgewezen dat er geen economische of culturele noodzaak bestaat voor een verlenging van de beschermingsduur, maar hij wacht nog een nadere toelichting van de Europese Commissie af.
De Eurocommissie heeft juist bepleit dat de beschermingsperiode van naburige rechten moet worden verlengd van 50 naar 95 jaar. Timmermans schrijft dat Nederland lobbyt voor aanpassingen en anders tegen het voorstel zal stemmen.
Reactie NVPI
Wouter Rutten, woordvoerder van de entertainment-branchevereniging NVPI, zegt tegenover Webwereld niet te begrijpen waar de kritische houding van de Staatsecretaris vandaan komt. Hij beargumenteert dat de Verenigde Staten en Europa uit elkaar zijn gegroeid omdat daar de naburige rechten wel voor 95 jaar zijn vastgelegd.
Verder geeft hij aan dat 50 jaar een lange tijd lijkt. Maar zeventigjarige artiesten die op hun twintigste een opname hebben uitgebracht, zouden onder de huidige wetgeving zonder inkomen komen te zitten.
Use it or lose it
Verder wijst hij op de "Use it or lose it" clausule die bepaalt dat de periode van 50 jaar gehandhaafd blijft als een muziekuitgever en een uitvoerend artiest beiden besluiten niets te doen met een werk. Besluiten zij dit stuk wel te gebruiken, dan treedt de periode van 95 jaar in werking.
