NASA test interplanetair internet
Artikelgereedschap
Gepubliceerd: Donderdag 20 november 2008
Auteur: Sander Peek
Het Amerikaanse ruimtevaartinstituut NASA is er in geslaagd met speciale netwerksoftware gegevens te versturen naar een ruimteschip in ons zonnestelsel.
Met behulp van software met de naam Disruption-Tolerant Networking, afgekort DTN, werden gegevens zoals foto's van het heelal verstuurd naar een onbemand ruimtevoertuig dat 32 miljoen kilometer van de aarde af door de ruimte zweeft, meldt NASA op zijn site.
Zonnewindbestendig
NASA ontwikkelde deze technologie met behulp van Vint Cerf en Google, toen deze twee bedrijven tien jaar geleden besloten tot samenwerking. De twee giganten op hun eigen gebieden werken sinds die tijd met meerdere projecten samen. Zo maakt Google Earth gebruik van technologie van NASA.
"Dit is de eerste stap richting het ontwikkelen van een nieuwe ruimtecommunicatie mogelijkheden. Een interplanetair internet," aldus Adrian Hooke, teamleider van de afdeling space-networking architecture bij NASA.
De verbinding in het universum moet tegen een paar stootjes kunnen. Zo kunnen ruimtevoertuigen zich achter planeten bewegen of zonnewind kan de verbinding beïnvloeden. De DTN verbinding werkt daarom anders dan TCP/IP netwerken op aarde. Als een eindverbinding niet wordt gevonden, verdwijnt de verstuurde informatie niet maar houdt het vast totdat de verbinding gevonden wordt.
Verbinding met Mars
Door de vertragingen kan het versturen naar informatie naar bijvoorbeeld Mars volgens NASA oplopen tot twintig minuten. Maar die latentie is variabel omdat de afstand tussen de Aarde en Mars enorm verandert. Doordat de twee planeten verschillende omlooptijden om de zon hebben, varieert de afstand tussen de 60 miljoen kilometer en 380 miljoen kilometer.
ISS
De bedoeling is dat de DTN software bij de volgende testronde toegevoegd wordt aan het systeem van het internationale ruimtestation ISS. Het station bevindt zich in een baan om de aarde, op een bescheiden afstand van circa 340 kilometer.


