Intel: Kroes heeft megaboete niet onderbouwd
Gepubliceerd: Woensdag 16 september 2009
Auteur: Andreas Udo de Haes
De EC heeft talloze steken laten vallen in de antitrustzaak die resulteerde in een boete van 1,06 miljard euro. 'Concurrentievervalsing of consumentenschade zijn nooit bewezen.'
Dat stelt Intel bij de indiening van het beroep tegen de megaboete bij het Gerechtshof van eerste aanleg in Luxemburg. Volgens de marktleider is de zaak oneerlijk verlopen en is de bewijslast van de Europese Commissie tegen Intel flinterdun.
Aannames, geen bewijs
Zo is het directoraat van Neelie Kroes er van uit gegaan dat de kortingen per se fout waren alleen omdat er voorwaarden aan waren verbonden. Dat de omstreden kortingen ook daadwerkelijk concurrenten buitensloot is nooit vastgesteld. Bovendien heeft de EC niet hard kunnen maken dat het negatieve effecten heeft gehad voor de markt en voor consumenten, schrijft Intel in het beroep.
Zo zou het marktaandeel en de winstgevendheid van een niet bij naam genoemde rivaal (waarschijnlijk klager AMD) tijdens de periode in kwestie zijn gestegen. Dat deze concurrent het in een bepaald marktsegment slecht deed, was hun eigen schuld, stelt Intel.
Concluderend pleit de chipmaker dat het antitrustproces oneerlijk is verlopen, de boete totaal disproportioneel is, en de overwegingen van de commissie 'irrelevant en onbetamelijk' zijn.
Recordboete
In mei veroordeelde de EC Intel tot de recordboete van 1,06 miljard euro omdat het met illegale kortingen de concurrentie heeft uitgesloten en daarmee de markt heeft verziekt. De chipbakker betaalde pc-fabrikanten Acer, Dell, HP, Lenovo en NEC om alleen - of voornamelijk - Intel-processors te gebruiken. Ook het moederbedrijf van winkelketen Media Markt heeft 'Intel-only' geld gekregen.
Mensenrechten
Eerder klaagde Intel al dat de EC-boete in strijd is met de mensenrechten. De redenatie achter die opmerkelijke argumentatie is dat Eurocommissaris Neelie Kroes zowel aanklager als rechter en jury is in antitrustkwesties. Deze combinatie van rollen zorgt er volgens Intel voor dat er geen sprake is van een eerlijk proces, waar iedereen - ook bedrijven - volgens de universele rechten van de mens recht op heeft.
In augustus kreeg Intel een steuntje in de rug van de Europese ombudsman. Die constateerde dat de EC een getuigenis van een Dell-manager heeft genegeerd die stelde dat de keuze voor Intel in plaats van AMD een puur technische was.
