Derde generatie Opteron-processoren eindelijk beschikbaar
Gepubliceerd: Vrijdag 14 september 2007
Deze week introduceerde AMD zijn nieuwe Opteron-processoren. Het zijn de eerste systemen gebaseerd op een flink onder handen genomen architectuur. Belangrijkste nieuwe features richten zich op virtualisatie en stroomverbruik.
De nieuwe processoren bestaan uit drie reeksen: de 8300 serie voor machines met maximaal vier processoren, de 2300 serie voor dual-processor systemen, en de 1300 serie voor werkstations. Op dit moment zijn de eerste processoren tot 2.0 GHz in de 8300 en 2300 reeks beschikbaar. De 1300 reeks volgt binnenkort. Leveranciers hebben de eerste multi-processor systemen al aangekondigd. Naar verwachting komen er in de loop van dit jaar nog diverse bij.
Bij de introductie van nieuwe processoren ligt de nadruk al lang niet meer op de prestaties alleen. Zeker als het gaat om server-processoren draait alles om de ondersteuning van virtualisatie, en zo veel mogelijk verwerkingskracht binnen de limieten voor stroomverbuik en warmte-afgifte. Dat geeft direct de belangrijkste gebieden aan waarop de Barcelona-processoren zijn verbeterd ten opzichte van hun voorgangers. Allereerst gaat het om quad-cores: processoren met vier kernen. Wat deze anders maakt dan de quad-cores van Intel, is dat AMD alle vier kernen op een enkele chip heeft gezet. Intel gebruikt twee dual-core chips en knoopt die binnen één behuizing aan elkaar via de SMP-interface. Het voordeel van de aanpak van AMD is dat de kernen zo beter geïntegreerd kunnen worden. Belangrijk nadeel is dat de chips een veel groter oppervlak hebben, waardoor de kans op beschadigingen tijdens het productieproces ook groter wordt. Dat maakt de quad-cores van AMD relatief duur. Intel heeft dan ook aangegeven voorlopig nog niet met "native" quad-cores te zullen komen.
Op gebied van virtualisatie heeft AMD een hele reeks vernieuwingen doorgevoerd. Rapid Virtualization Indexing, de Tagged TLB (Translation Look-aside Buffer) en de Device Exclusion Vector (DEV) zorgen allemaal voor betere prestaties in gevirtualiseerde omgevingen. De eerste twee maken dat er sneller geschakeld kan worden tussen virtuele machines. De laatste technologie verzorgt de afscherming van de virtuele machines. Al deze toevoegingen leiden tot betere prestaties door taken die voorheen in de hypervisor-software werden afgehandeld nu direct in de hardware te ondersteunen. Daarnaast bevatten de Barcelona-processoren voorzieningen voor Extended Migration. Daarmee kunnen virtuele machines live over verschillende generaties Opteron-processoren gemigreerd worden. Daarmee lijkt deze technologie op wat Intel VT FlexMigration noemt.
Voor wat betreft het stroomverbruik heeft AMD een voorsprong genomen op Intel. De (ingebouwde) memory controller en de kernen hebben allebei een aparte stroomvoorziening. Daarnaast kunnen de kloksnelheden van alle vier kernen afzonderlijk worden ingesteld, afhankelijk van benodigde verwerkingskracht. Tenslotte zorgt de CoolCore Technology ervoor dat niet gebruikte onderdelen van de processoren worden uitgeschakeld. Omdat AMD geen FB-DIMMs maar DDR2 geheugenmodules gebruikt, wordt daar ook nog eens tot zes Watt per DIMM bespaard. Het resultaat is dat deze quad-cores nu in de plaats van dual-core processoren kunnen worden ingezet, zonder dat daarvoor de eisen aan stroomvoorziening en koeling omhoog gaan. Speciaal voor blade-systemen en andere high-density omgevingen biedt AMD een aantal HE-varianten (High Efficiency) aan. In plaats van 75 Watt hebben deze een gemiddeld verbruik van 55 Watt. Let wel: AMD maakt vanaf nu gebruik van een andere manier om het stroomverbruik aan te geven. Het gaat hier om ACP-waarden. Vertaald naar TDP zouden deze respectievelijk 95 en 68 Watt bedragen.
Met de Barcelona-processoren heeft AMD een architectuur neergezet die weer toekomst lijkt te bieden. De huidige K8D-processoren zitten wat prestaties betreft wel aan hun maximum en kunnen op dit moment alleen op prijs nog concurreren tegen de high-end processoren van Intel. Voor de toekomst werken beide fabrikanten aan grotere multi-core systemen. AMD zet zijn kaarten daarbij op heterogene multi-cores. Daarbij bevat een processor, die zij dan Accelerated Processing Unit (APU) noemen, verschillende soorten kernen, elk goed in het snel verwerken van hele specifieke werklasten. Denk daarbij aan Java, XML, wetenschappelijke berekeningen en multi-media. Intel werkt aan vergelijkbare zaken, maar profileert zich vooral met zijn 80-core Larrabee processor. Waar de heterogene multi-cores van AMD beter geschikt zijn voor general-purpose systemen, biedt Intel's Larrabee straks enorm veel rekenkracht voor hele specifieke toepassingen.
Bron: Techworld
