Test: OpenSolaris lijkt op Linux... van tien jaar terug
Gepubliceerd: Woensdag 3 september 2008
Met het beschikbaar stellen van OpenSolaris wil Sun meeliften op de populariteit van Linux en de vruchten plukken van het open source ontwikkelmodel. Om echt goed bruikbaar te zijn op de desktop heeft deze distributie echter nog flink wat werk nodig.
Het is alweer jaren geleden dat we voor het laatst een Solaris-besturingssysteem op een PC-server installeerden. Daarvoor moest je namelijk enorm veel geduld hebben. Wat destijds nog Solaris/x86 heette, deed vele uren over de installatie van allerlei binaire patches.
Die tijd is inmiddels gelukkig voorbij. De installatie van OpenSolaris versie 2008.05 biedt voor iemand die goed bekend is met Linux in eerste instantie geen verrassingen: na het opstarten met grub kunnen het toetsenbord en de taal worden geselecteerd. Wat tenslotte na de reboot opkomt is een omgeving die erg op Linux lijkt. De Gnome-desktop biedt direct toegang tot GIMP, Evolution, Thunderbird, Firefox en Pidgin.
ConfiguratieProbleem is wel dat de X Server opkomt in een resolutie van 640x480 pixels. Daarmee is absoluut niet te werken. Bovendien zitten alle knoppen waarmee we de instellingen misschien zouden kunnen veranderen onder de beeldrand verborgen. Daarnaast werkt onze PS/2-muis niet; alleen met een USB-muis wil de pointer bewegen. De live-versie die we ook hebben bekeken, heeft dezelfde problemen.
Verder kijken leert ons dat er helemaal geen configuratiebestand voor de X Server (/etc/X11/xorg.conf) is geïnstalleerd. Hoewel de X.Org Foundation uiteindelijk helemaal zonder configuratie wil gaan draaien, is het nog niet zo ver. Bovendien levert Sun niet de laatste versie van de server mee (1.3.0). Fedora versie 9 heeft overigens vergelijkbare problemen.
Package managerNadat we zelf een X-configuratie aangemaakt hebben, kunnen we de package manager gebruiken om meer software binnen te halen en te installeren. Het netwerk staat standaard als DHCP client ingesteld, dus zou in onze omgeving meteen moeten werken. Helaas blijkt er geen driver te worden meegeleverd voor de ingebouwde Ethernet-poort van ons recht-toe-recht-aan Asus-board, zo leert ons uiteindelijk de Device Driver Utility. Na alle tijdsverlies met de configuratie van de X Server is dit het punt waarop we zijn afgehaakt.
Sun heeft zijn eigen Image Packaging System (IPS). Die is het makkelijkst te gebruiken via de grafische interface van pkg. Vanaf de repository van Sun en die van anderen zou je een heleboel bekende software moeten kunnen binnenhalen, net zoals we dat kennen van de verschillende Linux-distributies en hun package managers.
OnhandigDeze package manager lijkt erg op Smart. Minder handig is dat Sun al zijn pakketten de prefix SUNW heeft meegegeven. Dat maakt het moeilijk om op alfabet te zoeken. Bovendien ontbreken de langere beschrijvingen van de pakketten. Dat is voor ervaren Linux/Unix-gebruikers waarschijnlijk geen probleem, maar lastig voor anderen die naar een bepaald soort toepassing op zoek zijn.
Ronduit onhandig zijn de kolommen waarin met de datum is aangegeven of een pakket al geïnstalleerd is of niet. Daarvoor wordt geen gebruik gemaakt van de icoontjes. De technici van Sun zouden eens naar Smart of een van de andere grafische package managers moeten kijken.
GebruikerservaringOnze indruk is dat OpenSolaris op dit moment qua gebruiksgemak staat waar Linux zich bijna tien jaar geleden bevond. Behalve aan bovengenoemde problemen zie je dat bijvoorbeeld ook aan het gedrag van de pijltjestoetsen en de andere speciale toetsen. Het voelt te veel aan als een slecht geconfigureerde terminal. We zien te veel zaken die typisch zijn voor een traditionele Unix-omgeving die alleen op een server of een werkstation hoeft te draaien.
Bart Muijzer, OS Ambassador bij Sun Nederland, beaamt dat OpenSolaris nog werk nodig heeft. "Solaris is begonnen als een groot server-OS. Toen was de user interface minder belangrijk. Totdat we het voor de desktop gingen inzetten. Het werk aan de OpenSolaris-distributie wordt gedaan door onze engineers. Die vinden het niet erg om een toets te herdefiniëren of hun X-omgeving te configureren. Juist om hen daarvan bewust te maken, hebben we Ian Murdock (de oprichter van Debian) binnengehaald." Interessante constatering is dat Apple, waar de gebruikerservaring traditioneel de kern van zijn productontwikkeling vormt, het wel in één keer kan (met Mac OS X).
Andere zaken die volgens Muijzer nog veel werk nodig hebben, zijn de ondersteuning van WiFi. "Dat is ook een van die dingen die nog niet helemaal klaar is." En omdat Sun zich met OpenSolaris met name op de laptop richt: power management. Voordat OpenSolaris out-of-the-box echt goed werkt, zijn we wel een paar jaar verder. Dan moet de x86-versie tevens gaan fungeren als lekkermakertje voor het commerciële Solaris-systeem.
Nawoord: Ontwikkelmodel
Sun heeft rond zijn Solaris operating systeem een ontwikkel-model ingericht vergelijkbaar met de tweesporenaanpak van Red Hat en SuSE. Intern werkt Sun aan de eigen ontwikkelversie van Solaris met de codenaam Nevada. Om de maand wordt een afgeleide daarvan als OpenSolaris.org naar buiten gebracht. Die fungeert als basis voor Sun's eigen OpenSolaris.com-distributie en de OpenSolaris-distributies van anderen (zoals SchilliX, Belenix en Nexenta). Eens in de zoveel tijd worden vernieuwingen vanuit OpenSolaris.org weer teruggevoerd naar Nevada, waarna ze in de volgende releases weer voor de community beschikbaar komen. ZFS is daar een voorbeeld van.
Versie 2008.05 is de eerste versie van OpenSolaris.com. De volgende zal in november beschikbaar komen en het toepasselijke versienummer 2008.11 krijgen. Een paar weken geleden is de snapshot van OpenSolaris.org daarvoor al genomen. Daar worden ook weer gesloten onderdelen uit Nevada aan toegevoegd.
Daarnaast is er natuurlijk de commerciële versie van Solaris. Waar de OpenSolaris-versies alleen beschikbaar zijn voor het x86-platform, is Solaris 10 er zowel voor de Sparc- als de x86-architectuur.
Bron: Techworld
