Review: Windows Server 2008 R2 RTM
Gepubliceerd: Dinsdag 28 juli 2009
Auteur: Jonathan Hassell
Microsoft heeft het werk aan Windows Server 2008 R2 afgerond en het besturingssysteem is klaar voor RTM. Dat betekent dat klanten, partners, OEM's en leden van TechNet en ISDN de code binnenkort tegemoet kunnen zien.
We hebben al eerder aandacht besteed aan Windows Server 2008 R2, toen nog in beta. In deze review van de RTM zal ik me beperken tot Hyper-V 2.0, verbeteringen in Remote Desktop Services (ook wel bekend als Terminal Services) en het verbeterde power management.
Maar voor ik in detail ga treden wil ik eerst een stapje terug doen en het hele pakket in ogenschouw nemen. Over het algemeen denk ik dat Windows Server 2008 R2 een bescheiden, maar interessante set aan verbeteringen en upgrades biedt op de vorige versies van Windows Server. Er zijn bepaalde klanten die dit zonder meer een aansprekende upgrade zullen vinden.
De eersten die vooruit zullen kijken naar deze release zijn de bedrijven die hebben geïnvesteerd in Hyper-V virtualisatie, of plannen hebben voor een complexe uitrol. Hyper V is nu een serieuze concurrent van VMware. En als je Windows Server eenmaal hebt aangeschaft, is er niet op te concurreren tegen de prijs van Hyper-V, omdat het al in het OS zit.
Anderen die blij zullen zijn met deze release zijn de bedrijven die hele zwermen van Windows Server hebben staan in datacenters waar op ruimte en stroom moet worden beknibbeld. De vermindering van het stroomverbruik kan zorgen voor behoorlijke besparingen. En gekoppeld aan de virtualisatiemogelijkheden van Hyper-V, kan dat de druk van de ketel halen bij serieuze capaciteitsproblemen van bedrijven.
Tot slot zijn er de bedrijven die vroeg of laat op grote schaal Windows 7 uit willen rollen. Met de combinatie van Windows 7 en Windows Server 2008 R2 krijg je mogelijkheden die zeker nuttig zijn, zoals DirectAccess en andere services voor gebruikers van Remote Desktop Services. Natuurlijk zijn er wel nogal wat kosten verbonden aan deze route voorwaarts, wat de weg voor veel bedrijven moeilijk begaanbaar zal maken.
Bedrijven met oudere hardware en geen plannen om die hardware binnenkort te vervangen moeten R2 helemaal uit hun hoofd zetten, omdat het alleen maar op 64-bit zal draaien. Dat is in feite ook niet erg. Hoewel er best een paar noemenswaardige en belangrijke upgrades en verbeteringen in deze editie zitten, zal het voor veel klanten niet echt nodig zijn om te upgraden. Windows Server 2003 en de originele versie van Windows Server 2008 blijven voor veel bedrijven ruim voldoende.
Toch moet ik zeggen dat Windows Server beter en beter blijft worden. Hier volgen mijn redenen daarvoor.
Hyper-V 2.0
De eerste release van Hyper-V, voor het eerst uitgebracht in Server 2008, was een aantrekkelijke, maar in vergelijking met VMware beperkte, binnenkomer in de virtualisatiemarkt. Het ontbrak Hyper-V aan een live migratie-mogelijkheid, schaalbaarheid en cluster integration features.
Nu heeft Microsoft zo'n vertrouwen in de nieuwe versie van Hyper-V dat ze de website Microsoft.com er op hebben gezet, waarmee ongeveer 15.000 verzoeken per seconden zijn gemoeid, meer dan 40 miljoen hits per dag en 1,2 miljard pageviews per maand.
Waarschijnlijk de belangrijkste vernieuwing in HyperV 2.0 is Live Migration. LM is natuurlijk het antwoord van Microsoft op de populaire VMotion technologie, die het mogelijk maakt om een virtuele machine van de ene fysieke server naar de andere te verplaatsen zonder downtime. De bestaande release van Hyper-V ondersteunde quick migration, waar toch een paar seconden downtime mee was gemoeid. Dat is er uitgehaald. Dit is geweldig voor beheerscenario's. Als je een host hebt die softwareupdates nodig heeft, of hardwareonderhoud, dan kun je de VM's migreren naar een andere host, zonder dat de gebruikers er iets van merken, om dan alle veranderingen en fixes door te voeren die nodig zijn op de machine die je zo hebt vrijgemaakt. Ben je eenmaal klaar, dan kun je de VM's weer terugzetten, ook weer zonder de gebruikers te hinderen.
Een mogelijkheid van Hyper-V 2.0 waar niet veel over wordt gesproken is Cluster Shared Volumes (CSV). Als je zou proberen om een cluster op te zetten met Hyper-V virtuele machines in de originele releases, moest je voor iedere virtuele hard drive (VHD) een aparte LUN op je SAN zetten waar de VHD kon staan. Maar omdat je waarschijnlijk maar 24 of minder drive letters vrij had, kon het gebeuren dat je Globally Unique Identifiers (GUID's) moest gaan gebruiken, die lange en onhandige alphanumerieke getallen, waarmee het je werk gemakkelijk in een beheerramp kon veranderen.
En nu is er CSV, waarmee je meerder VHD's op een enkele LUN kan plaatsen, terwijl de VM's zelf zich nog steeds gedragen alsof iedere VHD zijn eigen LUN heeft. Alle CSV volumes worden opgeslagen in de ClusterStorage root directory, dus navigeren tussen de verschillende volumes is even makkelijk als klikken door Windows Explorer of als het navigeren door de directories met de commandline.
Hyper-V 2.0 ondersteunt verder tot wel 64 logische processors op de host computer en die processors kun je toewijzen aan een draaiende VM zonder dat je het OS op die VM hoeft te rebooten. Geheugen kun je dynamisch alloceren zonder dat je de service hoeft te onderbreken. Tot slot kun je live migreren tussen verschillende versies van een CPU, als je maar binnen dezelfde processorfamilie blijft (bijvoorbeeld Intel-to-Intel en AMD-to-AMD). VMware heeft overigens dezelfde beperking.
Met al zijn verbeteringen is Hyper-V 2.0 precies waar veel bedrijven op hebben gewacht. In een aantal scenario's biedt Hyper-V nu gelijkwaardige features als VMware.
Power management
Vandaag de dag wordt er veel aandacht besteed aan het stroomverbruik. Windows 2008 R2 helpt in de meeste gevallen, zo niet alle gevallen, met het verminderen en optimaliseren van het stroomverbruik. Die besparingen worden al bereikt door het besturingssysteem simpelweg te installeren.
Misschien wel de makkelijkst aan te wijzen besparingen bij een upgrade naar Windows Server 2008 R2 zitten in het power management. Microsoft zegt dat R2 op dezelfde hardware met dezelfde workloads zo'n 10 tot 15 procent besparing oplevert ten opzichte van Windows Server 2003 met SP2, zonder dat je er iets voor hoeft in te stellen.
De meeste besparingen zijn te realiseren bij een server die niks staat te doen, doordat het OS nu gebruik kan maken van het powermanagement van de hardware zelf. Maar zelfs als de workload groter begint te worden, kunnen slimme management features voor een behoorlijke vermindering zorgen van het stroomverbruik. Dit wordt onder andere mogelijk gemaakt door een herschreven processor power-managmeent engine en door verbeteringen in het storage power management. Verder kun je veel van deze stroombesparingen binnenhalen met Hyper-V 2.0, waardoor het verhaal van de besparingen heel aantrekkelijk wordt voor bedrijven met stroomvretende datacenters.
Core parking is nog een interessante feature die op een intelligente manier workloads op een systeem opspoort om prioriteiten en optimalisaties aan te brengen in het verwerken van die workloads over alle voor dat OS beschikbare cores. Op een single quad-core prcessor maakt core parking het bijvoorbeeld mogelijk om kleine workloads te verwerken op maar één core, waardoor de andere drie cores in hun stroombesparende inactieve stand kunnen blijven staan. Als de workloads zo groot worden dat ze meer cores nodig hebben, wekt het OS de andere cores. En als het werk gedaan is worden ze weer in een inactieve status gebracht.
De mogelijkheid om stroomverbruik in de gaten te houden en er op te reageren is iets nieuws voor Windows. Windows Server 2008 R2 voegt daar nog rapportagefuncties voor stroomverbruik en budgettering aan toe. Anders dan bij de andere out-of-the-box features moet de hardware het spelletje wel meespelen bij dit rapporteren en budgetteren. De hardware moet namelijk de informatie over het stroomverbruik via de Advanced Configuration And Power Interface (ACPI) rapporteren aan het besturingssysteem. Windows geeft die informatie dan weer via Windows Management Instrumentation (WMI).
Virtual Desktop Infrastructure
De Remote Desktop Services (RDS, voorheen Terminal Services) bevatten nu ook oplossingen voor de nieuwe gevirtualiseerde desktop infrastructuur, of VDI. Met VDI kun je Windows Vista of Windows 7 op centraal beheerde virtuele machines zetten. Hiermee kun je werknemers in een consistente en goed beheerde omgeving vanuit elke locatie, zonder dat je hoeft te investeren in client hardware en zonder de moeilijkheden die het beheer van remote desktops vaak met zich meebrengt.
Een belangrijke nieuwe feature in RDS is de nieuwe connectie agent, die requests van clients op locatie of van binnen het bedrijf verbindt met virtuele of echte desktops, applicaties en alles daar tussenin. De agent ondersteunt virtual desktops die toegewezen zijn aan een bepaalde gebruiker, maar ook desktops die elke nieuwe sessie weer fris en schoon zijn. Dit is perfect voor bijvoorbeeld uitzendkrachten die alleen toegang nodig hebben tot de bronnen zolang ze bij het bedrijf werkzaam zijn. Met RemoteApp, Web Access en RD Gateway services geeft de connectie agent seamless toegang tot hosted desktops en applicaties. Als je applicatie- en sessievirtualisatie overweegt, dan moet je er zeker naar kijken.
RDS heeft nog steeds de traditionele features van Terminal Services, zoals Remote Desktop Protocol (RDP) en presentatie virtulalisatie technologieën. Verder zijn er verbeteringen aan de RDP ervaring, zoals support voor meerdere monitoren, verbeterde ondersteuning voor audio, Windows Media redirection, Windows Aero Glass support en verbeterde bitmap acceleratie.
Ook RDP zelf is niet helemaal hetzelfde gebleven. Waar het nodig was, is efficiënt command remoting toegepast, waarmee applicaties Direct3D kunnen gebruiken om hardware accelerated graphics te verzorgen op de grafische kaart van de remote pc, waardoor het niet meer nodig is om veel bitmaps over het netwerk te zenden. In andere scenario's is bitmap remoting ingezet, waardoor acties responsiever worden voor gebruikers. De RDP compressor is verbeterd voor zowel bitmap en command remoting, waardoor RDP minder bandbreedte in beslag neemt dan in de versies van XP en Vista.
Andere features
Er zijn nog andere onderdelen van Windows Server 2008 R2 die in feite ook positieve aandacht verdienen. Zo is er DirectAccess, waarmee je door middel van IPv6 en zonder VPN een connectie op kunt zetten direct naar je netwerk. Voor je gebruikers maakt het dan niet meer uit waar ze werken. Alle bronnen zullen er voor hen hetzelfde uitzien, of ze nou op een hotelkamer zitten, een co-locatie of gewoon op het terras om de hoek. Het voordeel van DirectAcces voor beheerders is dat het aanmerkelijk makkelijker is om gebruikers toe te staan alle soorten clients te gebruiken, zelfs de clients die voorheen als onbeheerbaar werden gezien.
Daar staat tegenover dat het aanvankelijk erg complex lijkt om DirectAcces volledig in te zetten. Om te beginnen heb je er al IPv6 en Windows Server 2008 R2 voor nodig en met allebei zul je dus een early adopter moeten zijn. Ik denk niet dat iemand zal kunnen beweren dat je het dan makkelijk krijgt. Maar het is de moeite waard en de aanwezigheid van DirectAcces in R2 is een goed teken. Het gaat de goede kant op met het plaatsongebonden werken.
Als we het hebben over Active Directory, kunnen we wijzen op de nieuwe AD DS management console die goed is geïntegreerd met PowerShell. Bovendien is er een AD Recycle Bin toegevoegd, waardoor je verwijderde items kunt herstellen. Je kunt machines nu aan een offline Windows domein hangen, wat nuttig is voor co-locaties en andere situaties waarin de verbinding een probleem is.
Tot slot wijzen we op de Windows File Classification Infrastructure, die geïntroduceerd is in de eerste release candidate van Windows Server 2008 R2. Het is een robuust property identification systeem dat het mogelijk maakt om een waarde aan files te hangen, gebaseerd op de plaats waar ze staan en op hun inhoud, waarna verschillende acties worden ondernomen, al naar gelang de waarde. Kortom, met file classification kun je data beheren op basis van de waarde en de plaats waar het staat. Je kunt regels opstellen waarmee de classificaties worden uitgevoerd en afgedwongen bij data die op het netwerk staat en vervolgens kun je Windows automatisch bepaalde policies laten toepassen volgens die classificaties. Denk daarbij aan Group Policy for files.
Met al deze nieuwe features is R2 ongetwijfeld het beste Windows Server besturingssysteem tot nog toe.
Bron: Techworld
