KVM: The Good, the Bad and the Undecided

Red Hat

Artikelgereedschap

  • Tip ons
  • Printen
  • Reacties (0)
Aanbevelen

Gepubliceerd: Woensdag 30 september 2009
Auteur: Koen Vervloesem

Bij virtualisatie denken veel mensen aan VMWare, Xen of Hyper-V, maar sinds enkele jaren maakt een andere oplossing een steile opgang: KVM (Kernel-based Virtual Machine), dat standaard in de Linux-kernel zit. Vooral Red Hat zet sinds vorig jaar zijn volle gewicht achter deze hypervisor. Tijd om eens te kijken naar de kansen die KVM maakt in de competitieve hypervisormarkt.

Op de Red Hat Summit 2008 verbaasde Red Hat vriend en vijand met de aankondiging dat het de Xen-hypervisor in Red Hat Enterprise Linux 5 op termijn zou gaan vervangen door KVM. Vlak daarna kocht het bedrijf voor 107 miljoen dollar het Israëlische Qumranet, de makers van KVM. Toen was het al duidelijk dat het Red Hat serieus was.

De recente Red Hat Enterprise Linux 5.4 release is de eerste die KVM bevat, maar ook Xen wordt nog jaren ondersteund, want Red Hat Enterprise Linux 5 heeft een lifecycle van zeven jaar en de eerste versie verscheen in maart 2007. Klanten kunnen nu dus één van de twee hypervisors kiezen en hebben tijd zat om beide uit te proberen en te vergelijken, al heeft Red Hat wel duidelijk gemaakt dat voor hen KVM de toekomst is.

We hoeven niet lang te zoeken naar de reden waarom Red Hat KVM verkiest. Over Xen had het geen controle meer, omdat maker XenSource in augustus 2007 door Citrix werd overgenomen. Citrix is van oudsher al een nauwe partner van Microsoft, evenals Novell, dat ook Xen gebruikt in SUSE Linux Enterprise. Mochten deze drie partners ooit besluiten om met Xen een richting uit te gaan die Red Hat niet wil (hoewel ook Red Hat in het Xen Advisory Board zit), dan zit het bedrijf goed vast. Met KVM heeft Red Hat het heel wat gemakkelijker om een hypervisor volgens de eigen wensen in het besturingssysteem en de beheertools te integreren.

Red Hat heeft bovendien heel wat ervaring met KVM. Zelfs voordat ze Qumranet opkochten, waren ze de grootste contributor aan de KVM-code. KVM zit sinds Fedora 7 (mei 2007) standaard in de distributie. Toen RHEL 5 in maart 2007 verscheen, was KVM echter nog maar een paar maanden oud en dus zeker niet volwassen genoeg als hypervisor.

The good

De vraag is natuurlijk waarom iemand KVM zou kiezen boven Xen. Die laatste heeft immers het voordeel dat ze al veel volwassener is. Toch heeft KVM één groot voordeel tegenover Xen dat het op heel wat vlakken gemakkelijker maakt in het gebruik: KVM is opgenomen in de standaard Linux-kernel tree. Xen wordt door de Linux-kernelontwikkelaars nog altijd niet beschouwd als van voldoende kwaliteit om rechtstreeks in de kernel opgenomen te worden, en hoe langer dat duurt, hoe moeilijker het wordt om Xen te implementeren boven Linux. Citrix onderhoudt nu bijvoorbeeld zijn Xen-code als een patch tegen de oude 2.6.18-kernel (die overigens ook in RHEL 5 zit). Elke Linux-distributie die Xen wil ondersteunen, moet ofwel deze oude kernel aanbieden of al deze patches forward-porten naar de recentere kernels (zoals 2.6.30). Xen maakt het Linux-distributeurs dus knap lastig.

« vorige 1 2 3
Relevante whitepaper: Maak desktopvirtualisatie gemakkelijker
Download

Totaal 0 reactiesLaatste reacties


Nieuwsbrief

Ontvang dagelijks een overzicht van het laatste ICT-Nieuws in uw mailbox

Peiling

Loading Poll

Video: World Tech Update: Apple-gadgets van ...

World Tech Update: Apple-gadgets van iWorld (video)

Verleden nieuws