10 valkuilen bij opslagvirtualisatie
Gepubliceerd: Vrijdag 30 oktober 2009
Auteur: Kristian van Tuil
Door het virtualiseren van opslag kan dure hardware veel efficiënter worden gebruikt, waardoor weer op de kosten kan worden bespaard. Maar bij het implementeren van virtuele opslag worden door IT-managers en systeembeheerders vaak dezelfde fouten gemaakt.
Zonder goede planning groeien projecten om storage- en serverinfrastructuren te virtualiseren scheef. Fouten die zijn gemaakt in de overleg- en planningsfase komen voor het eerst aan het licht tijdens de implementatie. Dat geldt nog sterker als er wordt samengewerkt met externe dienstverleners. In de praktijk zijn er tien typische mislukkingen te ontdekken bij het bedenken, inrichten en onderhouden van een virtueel opslagsysteem.
1. Niet doorgevraagd. De eerste fout wordt al gemaakt bij het overleg tussen klant en dienstverlener. Vaak wordt niet goed doorgevraagd en worden doelstellingen niet juist vastgelegd. Ook komt het voor dat het toekomstig functioneren van het systeem niet wordt besproken. Een typisch misverstand tussen het vraag en aanbod is bijvoorbeeld alternate pathing/ mulitpathing. Vanuit de onderneming wordt dit vaak begrepen alsof de applicatieserver zonder onderbreking naar een ander opslagsysteem overgezet kan worden. Maar klanten zijn zich er dan niet van bewust dat het omschakelen van veel producten tijd kost, waardoor een script of zelfs handmatig ingrijpen nodig is om lange uitvalstijden te voorkomen.
2. Het aantal componenten. De tweede fout wordt vaak gemaakt als het gaat om de benodigde I/O-prestaties. Ook deze fout doet zich voor in de overleg- en planningsfase. Klanten vragen van te voren niet naar de prestaties, waardoor de juiste dimensie van de storageservers niet duidelijk wordt. Vanuit kostenperspectief is het belangrijk om van te voren te weten hoeveel componenten (denk aan netwerkapparatuur, RAM, processorkracht) worden ingezet. Pas dan kan exact worden bepaald hoe de serverinrichting eruit ziet. In deze fase moet ervoor worden gezorgd dat de serverinfrastructuur krachtig genoeg is om in worst-case scenario's overeind te blijven.
3. Migratie. De migratie van data naar het gevirtualiseerde opslagsysteem wordt vaak volkomen genegeerd of in ieder geval onvoldoende besproken. Vaak leidt dit tot onnodige vertraging in de opstartfase.
4. Afstemming op de onderneming. De leverancier bespreekt weliswaar met de klant welke backup- en dataherstelmogelijkheden er nodig zijn, maar daarbij wordt vaak vergeten om deze afspraken af te stemmen op het huidige concept van de onderneming.
5. Te weinig feedback. Te weinig feedback aan de leverancier of onvoldoende inzicht in de HCL (Harware Compatibility List) is de vijfde fout die regelmatig wordt gemaakt. Een goed overzicht van de HCl is sowieso nodig omdat een storagesysteem een eigen driver nodig heeft om correct benaderd te kunnen worden. Er zijn storagesystemen die maar met één enkele driver kunnen werken. Het is handig om dit van tevoren te weten.
