Ubuntu Enterprise Cloud in Karmic Koala
Gepubliceerd: Maandag 2 november 2009
Auteur: Koen Vervloesem
Vorige week kwam Ubuntu 9.10 uit, met de koosnaam Karmic Koala. Naast de desktopversie is er ook een serverversie, en daarin staat de cloud nu centraal. Met Ubuntu Enterprise Cloud kun je eenvoudig je eigen privé-cloud aanmaken.
Canonical introduceerde in Ubuntu 9.04 de mogelijkheid om een eigen privé-cloud van servers met virtuele machines te draaien. Hiervoor was het bedrijf een samenwerking aangegaan met het Eucalyptus-project (ondertussen als bedrijf verzelfstandigd), dat compatibel is met Amazons EC2. Een half jaar geleden bespraken we hoe je zo je eigen privé-cloud opzet. Eucalyptus was in Jaunty echter nog een technology preview, waardoor dit nog vrij omslachtig was.
In Ubuntu 9.10 is Eucalyptus onder de naam Ubuntu Enterprise Cloud (UEC) volledig in de distributie geïntegreerd en werkt het hele proces veel vlotter. Zo kun je nu rechtstreeks Ubuntu Enterprise Cloud-machines installeren vanaf de server-cd. Tijd dus om eens opnieuw een kijkje te nemen.
Laten we eerst aanstippen dat privé-clouds en publieke clouds (EC2) in Ubuntu vrij eenvoudig uit te wisselen zijn. De UEC-images van Ubuntu 9.10 zijn bijvoorbeeld zonder wijziging ook te gebruiken op Amazon EC2. Dat maakt het wel heel eenvoudig om images op een privé-cloud te draaien en bij een hoge belasting van de eigen servers tijdelijk te offloaden naar EC2.
Vereisten
Om een privé-cloud op te zetten, heb je minstens twee systemen nodig: een cluster en een node. De cluster bevat de cloud controller, cluster controller en het Amazon S3-compatibele storagesysteem Walrus. Belangrijk voor deze machine is dat ze snelle harde schijven hebben en een snelle processor (minimum 1 GHz, liefst 2 x 2 GHz). 512 MB RAM is het minimum, maar 2 GB is comfortabeler. De harde schijf moet minimaal 40 GB schijfruimte hebben en liefst 200 GB.
De node bevat de node controller, die effectief de images in de hypervisor KVM draait. Belangrijk voor deze machine is dat de processor VT-extensies heeft (te controleren met grep -cE '(vmx|svm)' /proc/cpuinfo dat een getal groter dan 0 moet teruggeven), zoveel mogelijk processorkernen (liefst ook 64 bit), heel wat RAM (minimum 1 GB, liefst 4 GB) en ook snelle harde schijven, want Eucalyptus-nodes zijn heel disk-intensief. 40 GB schijfruimte is bovendien een minimum, en liefst 100 GB.
Zorg ook voor een snel netwerk, aangezien de images honderden megabytes groot zijn en naar de nodes gekopieerd moeten worden. Hoewel 100 Mbps werkt, is Gigabit Ethernet aangeraden. Hoe sneller het netwerk, hoe sneller je UEC-images gestart kunnen worden.
