Virtualiseer een fysieke Linux-server
Gepubliceerd: Maandag 9 november 2009
Auteur: Koen Vervloesem
Virtualisatie wordt vaak naar voren geschoven met het argument dat veel fysieke servers toch niet op volle kracht draaien. Door verschillende servers te consolideren in virtuele machines op één server, kun je heel wat energiekosten en aanschaffingskosten voor de servers besparen.
Hoe los je problemen op
De hiervoor vermelde en andere problemen kun je op twee momenten oplossen: ofwel vóór ofwel na de migratie. Vóór de migratie kun je dit ofwel in het draaiende Linux-systeem zelf doen (bijvoorbeeld in single-user mode) ofwel door van een rescue-systeem op te starten en je Linux-systeemschijf te mounten en erin te chrooten. Dit laatste gaat eenvoudig:
# mkdir /mnt/system
# mount /dev/sda1 /mnt/system
# chroot /mnt/system
Na de migratie kan dit eveneens door je virtuele machine van een rescue-systeem op te starten en je Linux-systeemschijf te mounten en erin te chrooten. Maar eenvoudige zaken zoals de inhoud van configuratiebestanden aanpassen kun je ook door je image op je virtualisatieserver te mounten. Sinds Fedora 11 kan dat zelfs eenvoudig met het programma guestfish, waarover we in een volgend artikel op Techworld ook gaan schrijven. Wil je bijvoorbeeld enkele regels in /etc/fstab aanpassen, dan kan dat als volgt:
$ guestfish -i guest.img
$ virt-edit guest.img /etc/fstab
Succes
Het succes van deze procedure voor een P2V-migratie hangt van allerlei factoren af en de details verschillen per distributie en hypervisor. Recentere distributies zijn over het algemeen beter bestand tegen migratie. Een beetje systeembeheerder draait zijn hand echter niet om voor de kleine aanpassingen die meestal slechts nodig zijn om een gemigreerde Linux-distributie draaiende te krijgen in een virtuele omgeving. Volgende week tonen we je hoe we Windows-machines virtueel maken.
Bron: Techworld
