Hyper-V loopt in op VMware en Citrix
Gepubliceerd: Maandag 1 maart 2010
Auteur: Chris Broesder
Het gerenommeerde Project VRC velt een oordeel over de nieuwste versies van de virtualisatieplatformen. De onderlinge verschillen worden steeds kleiner en er heeft een enorme schaalvergroting plaatsgevonden met de nieuwste hypervisors. Dat wijst onafhankelijk Nederlands onderzoek uit.
Begin vorig jaar berichtte Techworld voor het eerst over project VRC, dat toen net fase één had afgerond. De concurrenten Ruben Spruijt van PQR en Jeroen van de Kamp van Login Consultants gingen daarin een onwaarschijnlijke samenwerking aan door samen de omvangrijke taak op te pakken om hypervisors grondig te testen op performance. Techworld sprak met de twee onderzoekers.
Terminal servers
Ze hebben drie virtualisatieplatformen getest met terminal servers Windows 2003 en 2008 en virtual desktop met Windows XP: VMware ESX, Citrix XenServer en Microsoft HyperV. In 2009 was een van de conclusies dat HyperV van Microsoft nog wat achterliep op de andere twee. In fase 2 van het project heeft project VRC zich alleen geconcentreerd op de terminal server workloads.
De fabrikanten zijn allemaal met nieuwe versies gekomen van hun hypervisors. Onderwerp van de testen in fase 2 waren Microsoft Hyper-V versie 2, Citrix XenServer 5.5 en VMware vSphere 4.0. Dit zijn de nieuwste versies en ze zijn dit keer getest op systemen met Intel Nehalem processoren. De terminal server workloads zijn getest met Windows Server 2003 Terminal Services en Windows Server 2008 Terminal Services, waarbij de laatste vooral de 64-bits versie.
Conclusies
"De belangrijkste conclusie is dat we een spectaculaire schaalvergroting zien op de nieuwste generatie hypervisors en hardware. Met de terminal server workloads is dat verschil nóg groter. Elk merk Hypervisor verdubbelt op deze hardware en Hyper-V presteert zelfs 150% beter ten opzichte van de vorige generatie. Daarmee is Hyper-V 2.0 overigens niet beter dan de andere twee. Het had gewoon een grotere achterstand om in te halen, zoals uit project VRC fase 1 bleek", aldus Ruben Spruijt en Jeroen van de Kamp.
"Er is gekeken naar performance en best practises. De verschillen zijn te klein om te zeggen dat er één beste is. Er zit zoveel meer in de keuze van hypervisors dan alleen de performance. Daarom zijn we er voorzichtig mee om te zeggen welke het snelste is. Mensen denken namelijk dan vaak dat wij de snelste hypervisor de beste vinden, maar dat hoeft absoluut niet zo te zijn."
"Wat wij kunnen zeggen met onze tests, is dat specifiek voor deze workloads, we deze snelheidsverschillen zien. Maar naarmate de versies vorderen, worden de snelheidsverschillen onderling kleiner en kleiner. Onze tests worden met de jaren waarschijnlijk dan ook minder interessant. Wel interessant blijft wat de impact is van nieuwe hardware."
"Een conclusie van fase 2 is dan ook dat de (toekomstige) innovatie niet zozeer aan de hypervisorkant plaatsvindt, maar meer op processor- en hardwareniveau. Maar de hypervisor moet het wel ondersteunen, dus het blijft altijd een samenspel van hardware en hypervisor."
Na bovenstaande vooronderstellingen, willen de heren het toch ook over de performanceverschillen hebben. "Op dat vlak liggen Citrix Xenserver 5.5 en Microsoft Hyper-V 2.0 erg dicht tegen elkaar aan als we het maximale uit de machine willen persen. Dat doen we dan ook bij Project VRC. VMware's vSphere 4.0 is sneller als je geen Hyperthreading (multicore technologie van Intel) gebruikt. Als je hyperthreading aan zet, zijn XenServer en Hyper-V sneller."
