7 tips om storingen bij je hoster te overleven
Gepubliceerd: Woensdag 20 april 2011
Auteur: Uhro van der Pluijm
Ook met bij een goede hostingprovider kan er altijd iets misgaan. Webwereld geeft enkele tips om problemen eenvoudiger te overleven.
Ook bij goede hostingproviders kunnen er dingen misgaan. Met een beetje pech duurt zo'n storing erg lang. Voor bedrijven die afhankelijk zijn van een website of e-mail voor hun inkomsten kan een tijd onbereikbaar zijn rampzalig uitpakken. Webwereld geeft daarom enkele tips om storingen zelf op te kunnen vangen.
1. Maak regelmatig een back-up
Het klinkt logisch maar helaas wordt het toch vaak vergeten: Back-ups maken. Wie regelmatig een back-up maakt van zijn gehele website, dus zowel html-pagina's als scripts, afbeeldingen en gegevens in de database, weet in ieder geval zeker dat hij niets of nauwelijks iets kwijtraakt. Bovendien is het deels te automatiseren.
Dat geeft wel zo'n veilig gevoel. Het kan immers zomaar gebeuren dat er een server bij de hostingprovider crasht en zij geen goeie back-up hebben. Of dat de back-up al een week oud is. Iemand met een eigen back-up kan de ontbrekende gegevens dan snel op orde brengen.
Nog belangrijker is een back-up wanneer een hoster onverhoopt failliet gaat. Als de servers van die provider worden afgesloten, kan de klant er ook niet meer bij. Het is dan heel prettig om een recente back-up te hebben zodat een website niet vanaf nul opgebouwd hoeft te worden bij een nieuwe provider.
De volgende tips zijn met name bedoeld voor bedrijven die afhankelijk zijn van hun website.
2. Registreer domeinnamen bij een derde partij.
Door een domeinnaam bij een ander bedrijf dan de webhoster te registreren, bouwt een beheerder wat zekerheden in. Stel dat een webhoster onverhoopt failliet gaat, dan is er geen papieren rompslomp nodig om de domeinnaam van het bedrijf terug te krijgen. Verhuizen van de ene naar de andere hostingprovider gaat ook met net wat minder bureaucratie.
Deze voordelen gelden echter alleen voor problemen bij de hostingprovider. Gaat het bedrijf failliet waar de domeinregistratie is gedaan, dan krijgt de beheerder te maken met dezelfde problemen. Ook is het administratief misschien minder handig om voor één dienst aan meerdere bedrijven te betalen. Aan de andere kant kan registratie bij een bedrijf dat gespecialiseerd is in domeinnamen wel weer goedkoper zijn.
3. Gebruik externe nameservers
De belangrijkste reden om te kiezen voor een externe provider is dat bij zo'n dienst vaak ook losse nameservers inbegrepen zitten. Door die nameservers te gebruiken kan een bezoeker of iemand die wil mailen nog steeds informatie over een domeinnaam opvragen uit het adresboek van het internet als een hostingprovider down is. Bijvoorbeeld bij een netwerkstoring. Deze tip kan daarom alleen uitgevoerd worden wanneer er externe DNS-servers voor een domeinnaam staan ingesteld.
Het is overigens ook een optie om een externe DNS-aanbieder te gebruiken terwijl de domeinnaam gewoon bij je hostingprovider geregistreerd is. Er zijn gratis aanbieders die zo'n dienst aanbieden, zoals bijvoorbeeld ZoneEdit en FreeDNS en betaalde aanbieders als PowerDNS Express. Daarnaast kan een beetje systeembeheerder eigen nameservers beheren.
Een bedrijf dat gegevens in de DNS-servers gaat veranderen omdat de primaire hostingpartij down is, zal wel eerst de time-to-live (TTL) van de betreffende hostnames in die server moeten verlagen. De TTL is de tijd (in seconden) waarbij providers over de hele wereld nog gegevens uit hun cache mogen gebruiken. Vaak is dit 86400 seconden, oftewel één dag. Dat betekent dat het maximaal een dag duurt voor de site overal weer zichtbaar is. Door deze TTL te verlagen gaat dat sneller, het betekent echter wel een hogere load op de DNS-server.
De rubriek Tips & Tools biedt praktische informatie die IT-professionals in hun dagelijkse werk kunnen toepassen.
