Of het nou VMware, Citrix, Microsoft of Red Hat is, geen enkele zichzelf respecterende leverancier kan anno 2009 zonder virtualisatiesoftware. De strijd is hevig en wordt gevoerd om het kloppende softwarehart, de hypervisor, KVM, Xen, Hyper-V of vmkernel (gebruikt in VMware ESX).

Jarenlang was ESX almachtig, met Xen in een leuke bijrol. Maar met de intrede van Hyper-V ziet het beeld er heel anders uit. Hoewel de meeste bedrijven nog steeds wel op ESX zitten, zegt hoofdarchitect virtualisatie Scott Herold van virtualisatie-beheerleverancier Vizioncore dat steeds meer bedrijven aan het schuiven zijn met hun virtuele omgeving.

Windows Server

"Bedrijven worden eigenlijk gedwongen rekening te houden met Hyper-V, omdat het wordt meegeleverd met Windows Server 2008", zegt Herold. "Klanten die VMware draaien en met Windows Server 2008 werken, zien daar een eventuele kostenbesparing. Maar ze hebben eerder geïnvesteerd in VMware, dus die leverancier heeft een enorme voorsprong. Daardoor krijg je dat klanten met beide systemen gaan werken."

Daar komt volgens Herold bij dat verschillende onderdelen in het bedrijf op een andere manier worden gevirtualiseerd. "Je krijgt dan dat iedere hypervisor binnen het bedrijf voor een ander doel wordt gebruikt: VMware en Hyper-V voor servervirtualisatie, Citrix voor virtual desktop infrastructure", zegt hij. Vooral bij grotere bedrijven zal dat volgens Herold steeds vakere voorkomen.

Cloud

Herold is niet de enige die er zo over denkt. De opkomst van de (privé-)cloud lijkt ook een belangrijke driver te zijn voor het ontstaan van 'gemengde' virtuele omgevingen. Paul Brennan en David Day, respectievelijk CEO en CTO van applicatie-deliveryleverancier Zeus Technologies, zien hetzelfde gebeuren als Herold.

"De cloud bestaat eruit dat je meerdere virtuele omgevingen met elkaar verbindt", zegt Brennan. "Dat betekent dat je met meerdere technologieën uit de voeten moet kunnen." De vermenging die Zeus het vaakst ziet is die tussen VMware (wederom omdat het al een brede install base heeft) en Xen vanwege het open source-karakter, aldus Day.

Zowel Vizioncore als Zeus hebben belang bij een 'trend' naar gemengde virtuele omgevingen, beide softwarebedrijven brengen immers tools op de markt die het beheer daarvan moet vereenvoudigen.

Maar ook volgens Ruben Spruijt, Solutions Architect bij virtualisatie specialist PQR, moeten beheerders zich wel degelijk voorbereiden op een mogelijke mikmak van hypervisors. "Een trend wil ik het nog niet noemen, maar het gebeurt zeker vaker dan pak 'm beet een jaar geleden", zegt Spruijt. "Als we het tegenkomen, dan blijft het dikwijls bij de grote leveranciers VMware, Citrix en Hyper-V. Geen Sun, geen Red Hat. KVM kom ik bijna niet tegen."

Twee groepen

Spruijt ziet twee stromingen bij dergelijke 'gemengde' omgevingen. "De eerste stroming zou kunnen bestaan uit klanten die al veel met VMware werken, en specifieke workloads naar Xenserver verhuizen", zegt Spruijt. "De tweede stroming bestaat uit klanten die stapje voor stapje over gaan van VMware vSphere naar Hyper-V." Voor beheerders is het belangrijkste verschil de gebruikte beheersoftware. "Bij de eerste stroming heb je het eigenlijk over twee volledig aparte beheeromgevingen, terwijl de tweede zoveel mogelijk beheertaken in System Center Virtual Machine Manager proberen te vangen."

Een belangrijk nadeel voor sysadmins van dergelijke multi-platformomgevingen, is dat het geheel een stuk complexer wordt. "Je hebt altijd kennis nodig van het virtualisatieplatform als je op dieper niveau wijzigingen wilt doorvoeren. Je hebt voor de standaard-beheertaken veel aan System Center Virtual Machine Manager, maar dat is vaak niet genoeg." De kans is groot dat je die kennis niet hebt, waardoor het met een gemengde omgeving flink ploeteren wordt. "Het is niet ideaal. SCVMM heeft een mooie interface, maar daaronder blijft het Hyper-V of vSphere", zegt Spruijt.

En dat het vaak om een overgangssituatie gaat (van VMware naar uiteindelijk Hyper-V), wil nog niet zeggen dat je als beheerder snel af bent van je gemengde omgeving. "Dat kan in sommige gevallen een goede anderhalf jaar duren. Een gemengde omgeving kan zinvol zijn, maar je bent bijvoorbeeld niet zomaar af van je VMware-omgeving", zegt Spruijt.

Wel wijst Spruijt er nogmaals op dat veruit de meeste bedrijven 'gewoon' op een enkele omgeving draaien. "Misschien dat het komend jaar echt een trend wordt", aldus Spruijt.

Wat moet je als beheerder doen als je te maken krijgt met een gemengde virtuele (overgangs)-infrastructuur? Herold van Vizioncore en Spruijt geven nog een paar adviezen mee:

1. Ga altijd na waarom en voor hoe lang

We beginnen met een logische, maar belangrijke stap. "Beheerders moeten altijd nagaan wat het doel is van de gekozen opstelling", zegt Herold. "Is het een blijvende of tijdelijke situatie? Wat is het voordeel dat wordt bewerkstelligt, en met welk doel?" Je weet dan waar je aan toe bent, en of je uiteindelijk je omgeving blijvend moet inrichten, of dat het op de lange termijn om een migratie gaat. Zelfs dan kan je nog lang met zo'n omgeving zitten. "Een gemeente heeft bijvoorbeeld al snel 160-170 virtuele machines draaien, inclusief beheer en backup. Dat kan lang duren", zegt Spruijt.

2. Het kan ook zonder dure tooltjes

Je betaalt je al snel blauw aan beheersoftware, en al helemaal als je meerdere virtuele omgevingen hebt. Met scripting kom je een heel eind. "Powershell is bijvoorbeeld heel krachtig", zegt Herold. "Als je daarmee uit de voeten kunt, dan heb je prima beheergereedschap in handen." Spruijt waarschuwt wel dat je je niet blind moet staren op alleen de gratis tools. "Sommige tooltjes laten het bijvoorbeeld niet toe om het aantal VM's te draaien dat je wilt. Je moet dan alsnog ergens anders in investeren."

3. Zoek naar de overeenkomsten

Hypervisors kunnen verschillen, maar in gemengde omgevingen kunnen ze prima op een bepaald punt samenkomen, of het nou het OS is waar je het op draait, of de hardware. "Het beheer van die onderdelen blijft altijd hetzelfde", zegt Herold. "Het OS is een houvast om op terug te vallen, op het moment dat je op virtualisatieniveau niet de juiste tools kunt vinden. Het beheer van Active Directory is onder VMware niet anders dan onder Xen of Hyper-V."

4. Reken niet op open standaarden voor images

Ja, de leveranciers zijn zogenaamd bezig met open standaarden, waarbij vooral het ovf-formaat voor virtuele images opvalt. Maar helaas blijven ze eigenwijs als het gaat om de implementatie in de software, omdat ze allemaal hun eigen formaat als de-facto standaard willen hebben. "Met ESX moet je een ovf-image bijvoorbeeld nog steeds omzetten naar het formaat dat VMware hanteert", zegt Herold. Hou de omgevingen dus alsnog zoveel mogelijk gescheiden. Bron: Techworld