Je kent er vast wel eentje: een collega met wie het wat minder prettig samenwerken is. Niet omdat hij je persoonlijk niet ligt, maar omdat hij zich tijdens het werk op een bepaalde manier opstelt. Maar dat betekent niet per se dat je stiekem strychnine in de koffie hoeft te gieten om van hem of haar af te komen. Als je weet hoe je met iemand om kunt gaan, kun je al een hoop verbeteren en haal je misschien wel talenten in die mensen naar boven die jouw werk als sysadmin alleen maar makkelijker maken.

"Je moet beginnen met het loskoppelen van het gedrag en de persoon", zegt Tjeerd Jorritsma, psycholoog bij Arbeids Psychologie Amsterdam."In principe zijn mensen misschien wel aardig, maar het gaat om het gedrag waar de systeembeheerder tegenaan loopt."

De ene collega is de andere niet, maar toch valt er volgens Jorritsma best een systematische indeling te maken van de 'typetjes' die je op de werkvloer kunt tegenkomen. Om die verschillende typetjes te duiden hebben twee wetenschappers, Rick Brinkman en Rick Kirschner, een beschrijving gegeven in het boek Dealing with people you can't stand. "Ze gaan uit van twee assen: de Inhoudelijke versus Persoonlijk/relationele-as en de Passief versus agressief-as", legt Jorritsma uit. "Je kunt het gedrag van iemand op die manier afzetten tegen dat van andere mensen door punten op die as te zetten. Is iemand meer op de inhoud gericht, of op de samenwerking. Is iemand fel en fanatiek, of juist meer berustend en beschouwend. "

Sluipmoordenaar, dictator, betweter

Brinkman en Kirschner noemen zeven 'typetjes' die uit dergelijke combinaties op de beide assen ontstaan. Zo heb je bijvoorbeeld de zogenaamde 'sluipmoordenaar', die gaat vooral voor het resultaat: hij staat aan de kant van 'inhoudelijk' op de ene schaal, en aan de kant van 'agressief' op de andere. Hij wil scoren. Hij deinst er niet voor terug om via anderen te communiceren. Denk aan roddelen en negatieve uitlatingen zonder dat de persoon waar het over gaat erbij is.

Twee gedragsvormen die daar op lijken zijn de 'kleine dictator’ (die anderen intimideert en vernedert, het liefst in het bijzijn van anderen) en de 'betweter' (die, zoals de naam het al zegt, het 'beter weet' en zijn punt daarom probeert door te drukken). "Deze types hebben allemaal ongeveer dezelfde insteek. Ze zijn actief, soms agressief en vooral gericht op resultaten, terwijl het persoonlijke contact minder belangrijk is voor ze", zegt Jorritsma. "Ze vertonen eigenlijk hetzelfde soort gedrag."

Hoe ga je met dit type gedrag om? "Wat je kunt doen is kritische vragen stellen. Val hen niet af, maar nodig hen uit om meer te vertellen", adviseert Jorritsma. "Uitlokken werkt ook: wat is je doel, is dan je vraag. Ga niet tegen hem in, maar vraag om uitleg. Complimenteer en blijf respectvol."

“Door op die manier met ze mee te gaan, kunnen ze bijzonder nuttig blijken voor je team. Ze kunnen ook op hun plek worden gezet.” Hoe dan ook is de uitkomst van hun inspanningen dan positief. Je kunt tegen de kleine 'dictator' bijvoorbeeld zeggen dat je zijn idee goed vindt, en voorstellen dat hij ermee naar iemand gaat die hogerop zit. Hij zal dan gevleid zijn en dat ook daadwerkelijk doen, of terugkrabbelen omdat hijzelf stiekem ook een beetje onzeker is."

Zwijgers en uitstellers

Maar er zijn ook andere types, waarvoor je een andere handleiding nodig hebt. Zo heb je zwijgers (collega's die nooit een mening geven en moeilijk te peilen zijn) en uitstellers (wel zeggen, niet doen). “Zij zijn vaak niet gericht op prestatie of inhoud, maar veel meer op de relatie. Als we maar vriendelijk en aardig blijven is alles goed. Dat is ook zo, maar er moet wel iets gebeuren.” Dergelijke types kan je uitdagen om van een passieve houding naar een actieve houding te gaan. Spreek hen aan op hun verantwoordelijkheid.

Dat kan door ze bijvoorbeeld te vragen om te laten zien wat ze al geprobeerd hebben. "Het wordt alleen maar erger als je zegt 'ik heb het al drie keer uitgelegd, doe het nou maar zelf.’ Biedt hulp aan en werk samen en nodig de zwijger en de uitsteller vooral uit tot actie en participatie."

muggenzifters en zwartkijkers

De laatste twee types gebaseerd op Brinkman en Kirschner zijn de muggenzifters en zwartkijkers. Die zitten ook in de passieve hoek, maar zijn op de inhoud en resultaten gericht. Het is bijvoorbeeld de kritikaster die altijd de afbreukrisico’s benoemt. Dat hoeft niet altijd onterecht of lastig te zijn, al is het soms vermoeiend. "Maak gebruik van deze detaillisten", adviseert Jorritsma. "Vaak hebben ze ergens gelijk, vaak zijn ze goed geïnformeerd. Door op het positieve van hun bijdrage te concentreren, maak je het jezelf uiteindelijk ook een stuk eenvoudiger.”

Lastig gedrag nodigt volgens Jorritsma uit tot het bewust inzetten van eigen gedrag om ofwel inhoudelijke problemen te tackelen, ofwel de relatie met collega’s te verbeteren. Samenwerken in en met teams vereist beiden, zowel een goed resultaat behalen als een prettige sfeer creëren. Dat is niet altijd eenvoudig.

Bron: Techworld