Als een VDI-deployment een groot aantal applicaties wil aanbieden, op een flexibele manier waarbij niet elke gebruiker dezelfde applicaties heeft, dan is applicatievirtualisatie essentieel. Applicaties worden daarbij inclusief alle benodigde hulpbronnen in één pakket verpakt en on-demand gestreamd naar de verschillende machines. Maar er kleven ook wat nadelen aan applicatievirtualisatie: niet alle applicaties kunnen gevirtualiseerd worden en er is een zekere overhead op de gebruikte systeembronnen zoals cpu, ram en storage.

Omdat discussies over het virtualiseren van terminalservers zo zelden gestaafd werden met cijfers, begonnen Ruben Spruijt van PQR en Jeroen van de Kamp van Login Consultants in 2008 met het project Virtual Reality Check (VRC). Het project heeft nu fase vier afgerond, dat ingaat op de impact van applicatievirtualisatie op de schaalbaarheid van VDI. Project VRC onderzocht Citrix Application Streaming, Microsoft App-V en VMware ThinApp in verschillende streamingconfiguraties en virtualiseerde als onderdeel hiervan Microsoft Office 2007, Microsoft Excel 2007, Adobe Reader en FreeMind.

Maximum aantal gebruikers

Om de verschillende oplossingen te benchmarken, werd gebruikgemaakt van de Login Virtual Session Indexer (VSI 3.0). Sven Huisman, consultant bij PQR en actief betrokken bij project VRC, legt uit wat deze benchmarktool doet: "VSI simuleert het gebruikersgedrag en voegt gebruikers toe tot de server zijn limiet bereikt heeft. De bedoeling is om te bepalen hoeveel gebruikers op het VDI-systeem kunnen werken tot de responstijden niet meer aanvaardbaar zijn. Dit aantal gebruikers noemen we VSImax (de maximale Virtual Session Index)."

De workload van de benchmark simuleert het gedrag van een gebruiker die e-mails leest in Outlook 2007, een aantal websites bezoekt in Internet Explorer, een Flash-video bekijkt, een document in Word 2007 bewerkt, dit document afdrukt met Bullzip PDF Printer en daarna naleest met Adobe Reader, een grote spreadsheet opent in Excel 2007, een presentatie bewerkt in PowerPoint 2007, en het Java-gebaseerde mindmapping-programma FreeMind gebruikt. "Door dezelfde workload op een identieke manier op alle hypervisors te testen, kunnen we deze oplossingen vergelijken", aldus Huisman.

Worst case

Uit de resultaten blijkt dat bij het virtualiseren van Office 2007 het maximaal aantal gebruikers in de VDI-omgeving met 20 tot 45% afneemt. "Deze impact is zwaarder dan we verwachtten, maar dit kun je wel als een worst-case scenario beschouwen", aldus Huisman, "want meestal wordt Office bij VDI in de master image geïnstalleerd, omdat het een grote applicatiesuite is die elke gebruiker nodig heeft. Maar er circuleren nog wel andere applicaties van dezelfde omvang bij bedrijven, en dan is het handig om te weten dat de impact van applicatievirtualisatie voor dit soort programma's heel groot kan zijn."

Een grote applicatie die maar door enkele gebruikers gebruikt wordt, zal daarentegen niet een dergelijke impact op het aantal gebruikers hebben. Ook als slechts enkele specifieke toepassingen gevirtualiseerd worden, blijft de overhead beperkt. In een test waarbij alleen Excel 2007, Acrobat Reader en FreeMind gevirtualiseerd werden en de andere applicaties lokaal draaiden, nam het maximaal aantal gebruikers in de VDI-omgeving met 3 tot 12% af.

Verschillen

De test van applicatievirtualisatie toonde ook enkele verschillen tussen de producten. "Microsoft App-V en VMware ThinApp halen in alle tests een gelijkaardige performance, met VSImax-scores die dicht bij elkaar liggen. De overhead van Citrix Application Streaming was echter merkelijk hoger, meer dan we verwachtten. We hebben Citrix van onze resultaten op de hoogte gebracht en ze zijn aan het kijken hoe ze dat kunnen verbeteren. Zo gebruikt Citrix een platte directorystructuur voor het opslaan van de gevirtualiseerde toepassingen, wat niet optimaal is. Er zit ook nog een te grote vertraging in de communicatie van hun gevirtualiseerde toepassingen met het besturingssysteem bij het openen van bestanden."

Invloed op storage

Applicatievirtualisatie heeft ook een invloed op de storagecomponent, blijkt duidelijk uit het onderzoek. Op piekmomenten vermindert het streamen van applicaties de lees-I/O's met 20 tot 44% en verhoogt de schrijf-I/O's met 20 tot 44%.

"De lees-I/O's worden gelukkig grotendeels gecached op de fileserver. De impact van die schrijf-I/O's is echter niet te onderschatten, dus je storage moet hier wel op voorbereid zijn. Als je daarentegen van een pre-cache gebruik maakt voor je applicaties, waarbij de applicaties vanuit een lokale cache opgestart worden, dan heeft dit een positief effect op de schrijf I/O's." Over de impact van VDI op storage heeft Herco van Burg van PQR ook een whitepaper geschreven.

Zelf testen

Huisman waarschuwt er tot slot nog voor dat de cijfers in de whitepaper van project VRC niet één op één zullen overeenkomen met de situatie in je eigen bedrijf: "Test dit altijd zelf in je eigen omgeving. Dat kan gratis met de Express-versie van Login VSI, die de workload uit onze whitepaper test. Er is ook een Pro-versie waarbij je de geteste workloads zelf kunt aanpassen en applicaties kunt toevoegen, wat nuttig is als je een afwijkende workload hebt." Meer uitleg over hoe je Login VSI gebruikt is te vinden op de wiki van het project.