Techworld sprak met vertegenwoordigers van Qwise en PQR. Het gaat in ieder geval voor beide bedrijven goed met virtualisatie. “Bijna te goed”, zegt Ruben Spruijt van PQR. “Er zijn veel projecten en we hebben dus genoeg werk. Om die projecten goed te kunnen blijven doen zijn we hard op zoek naar nieuwe mensen. Maar dat is een andere discussie.”

Gemeengoed

Beide stellen ze dat bij virtualisatie over het algemeen direct wordt gedacht aan servervirtualisatie. Maar die vlieger gaat tegenwoordig niet meer op. Zo maken ze een duidelijk onderscheid tussen server-, applicatie- en desktopvirtualisatie. “Ik kan me voorstellen dat bedrijven die zich alleen met servervirtualisatie en consolidatie bezighouden helemaal niet zo juichend zijn over de markt”, zegt Abram Schermer van Qwise. Hij schat dat we met servervirtualisatie nu in de late maturity fase zitten. “Ik denk dat meer dan 60 procent van de bedrijven waar wij mee spreken in servervirtualisatie al minstens een slag heeft gemaakt en in enkele gevallen ook al een tweede. Die bedrijven hebben al zo’n 70 procent van de servers gevirtualiseerd.”

Spruijt ziet nog wel groei in servervirtualisatie, al komt hij weinig organisaties meer tegen waar het nog niet wordt ingezet. Ook applicatievirtualisatie merkt hij aan als gemeengoed. “Bij elk project waar we met applicaties en desktops te maken hebben wordt het toegepast”, zegt hij. Alleen desktopvirtualisatie is volgens hem nog geen gemeengoed, zegt hij, “Maar we zien wel behoorlijk wat vragen vanuit de klantenkring komen.” Schermer legt de toekomst expliciet bij applicatie- en desktopvirtualisatie, al hangt dat volgens hem ook weer samen met de servervirtualisatie, omdat je voor desktopvirtualisatie nu eenmaal een gevirtualiseerd serverplatform nodig hebt. “Nu dat platform er is, zien bedrijven de andere mogelijkheden onder handbereik komen.”

Verder gecentraliseerd

In Nederland zijn er nu zo’n 15 bedrijven die desktopvirtualisatie op grote schaal toepassen. “Met grote schaal bedoel ik 200 werkplekken of meer”, zegt Spruijt. Zelf kent hij er vijf van. De kleinste heeft 350 werkplekken, de grootste zo’n 1000. “Dus het begint wel te komen en ik zie er veel aandacht voor bij workshops en gesprekken. Maar aandacht betekent nog lang niet altijd dat er ook ingerichte werkplekken komen.”

Voor bedrijven schept virtualisatie kansen, aldus Schermer. Het verder doorvoeren van een gecentraliseerde infrastructuur helpt op twee punten die voorheen onverenigbaar waren. Het ene punt is het verlagen van de Total Cost of Ownership, en het andere is het verhogen van de flexibiliteit en slagvaardigheid. “Vroeger kon je je als bedrijf richten op een snelle aansluiting van je IT infrastructuur op de bedrijfsdoelstellingen, maar dat kostte dan wel geld. Het verlagen van de TCO was toen alleen mogelijk door standaardisatie, en dat vermindert weer je slagvaardigheid.”

Schermer geeft het traditionele outsourcen als voorbeeld. “Op het moment dat een bedrijf om kostenredenen besloot IT aan EDS, Atos of Getronics te geven, dan werd de boel bevroren. Dan waren de kosten wel onder controle, maar zo’n bedrijf liep dan weer achterstand op in het doen van de business. Dus werd automatisering in plaats van een strategisch voordeel een strategisch nadeel.”

Veranderingen in de markt

Zeker nu het economisch tegen zit is er een versnelde vraag naar wat desktopvirtualisatie en server based computing voor het bedrijf kan betekenen. Voorheen waren bedrijven wel geïnteresseerd, maar gingen ze niet over tot virtualisatie. “Wat meer bandbreedte kopen of er wat meer ijzer tegenaan smijten, gewoon op de ouderwetse manier, dat kon ook wel”, zegt Schermer. “Maar nu zien we wel een investeringsbereidheid, als het maar aantoonbaar leidt tot grotere flexibiliteit en lagere TCO.”

In de markt zijn intussen wel een paar dingen veranderd, aldus Schermer. VMware heeft niet meer zo’n unieke positie als voorheen. “VMware heeft een aantal jaren het rijk alleen gehad en daar hebben zij en hun partners gouden tijden aan beleefd, met hele hoge marges. Maar met de komst van XenServer en Hyper-V en met de stagnatie van de servervirtualisatie is die gouden tijd wel voorbij.” In desktopvirtualisatie heeft VMware niet meer die unieke positie.

Ruben Spruijt geeft aan dat de desktopvirtualisatie vooral een strijd is tussen VMware en Citrix. Microsoft speelt daar een veel minder grote rol. “Microsoft’s VDI heeft op dit moment minder functionaliteit dan die van VMware en Citrix.” Toch is Microsoft sterk in opkomst, aldus Schermer. “Ik moet zeggen dat Microsoft de laatste twee jaar haar achterstand vrij snel inloopt en van een grote slome duikelaar opeens toch een goede concurrent is geworden met haar technologie, al is het ook weer niet de grote innovator. En ik denk dat volgend jaar het landschap nog verder ingekleurd zal zijn door een nog nadrukkelijker Microsoft.”

Red Hat en Sun

Citrix, VMware en Microsoft zijn wat betreft Qwise en PQR de dominante partijen. Er zijn nog wel wat interessante kleine partijen, zoals InstallFree en Quest, maar die hebben slechts deeloplossingen. Ruben Spruijt noemt hier nog Red Hat, dat wel over de volledige stack beschikt en zeker een interessante technologie heeft in KVM en SPICE. Red Hat moet zich alleen wat nadrukkelijker gaan manifesteren als een desktop virtualisatiepartij, aldus Spruijt. “Red Hat wordt in de markt niet gezien als een desktopleverancier. Daar moeten ze nog een slag in maken. Ze moeten meer herrie in de markt gaan veroorzaken”, zegt hij.

Schermer komt in dit verband nog met de naam Sun. “Sun manifesteert zich nu met Intel gebaseerde servers, met VMware gebaseerde hypervisortechnologie en met een eigen VDI technologie, en ze richten zich heel sterk op dezelfde markt als waarop VMware, Citrix en Microsoft zich richten. En Sun is natuurlijk wel een partij die geloofwaardigheid heeft in het corporate segment. Dat is een interessante nieuwe speler.”

Bron: Techworld