Werkzoekenden die hun personalia opsturen en vervolgens geen enkele reactie krijgen gaan er doorgaans maar van uit dat er sprake is van desinteresse.

Toch hoeft daar geen sprake van te zijn. Recruiters en personeelsmanagers kunnen in alle stilte bezig zijn om in het geniep te onderzoeken wat voor vlees er in de kuip zit. “Op HR-afdelingen wordt een kandidaat vaak met behulp van Google en LinkedIn gescreend voordat hij eventueel wordt uitgenodigd voor een gesprek,” zegt David Perry, auteur van het boek ‘Guerilla-marketing voor werkzoekenden 2.0’. Henry Hirschel, een werkzoekende IT-manager, weet dit maar al te goed. Hij heeft een manier gevonden om te achterhalen of zijn CV in een Zwart Gat is verdwenen of dat zijn persoonlijke achtergronden juist worden onderworpen aan een speurtocht op internet. Door statistische resultaten van Google Analytics te combineren ziet hij of recruiters zijn Wordpress-blog hebben gelezen, op zijn website hebben rondgeneusd en of ze zijn LinkedIn-profiel hebben bezocht. Hirschel houdt dagelijks de bezoekerstatistieken van de drie locaties bij, als vaste routine bij zijn zoektocht naar een nieuwe baan.

Door traffic te onderzoeken probeert Hirschel ook bij te houden of er mensen zijn die de genoemde locaties bezoeken naar aanleiding van het CV dat hij eerder naar ze stuurde. Bovendien geeft analyse van het siteverkeer een indicatie over de effectiviteit van de manieren waarop hij werk zoekt – met als bijkomend effect dat het zijn zelfvertrouwen vergroot.

Het belang van internet

Hirschels zoektocht naar een nieuwe baan begon nadat hij eind vorig jaar werd ontslagen bij Club One, een keten van fitnesscentra in de omgeving van San Francisco. Onder de huidige economische omstandigheden ben je nog niet schrikbarend lang werkeloos als je gedurende acht maanden werkzoekende bent. Volgens Joe Goodwin, directeur van het headhunterbedrijf The Goodwin Group, zijn de omstandigheden op de arbeidsmarkt dusdanig dat IT-managers die hun baan kwijtraken gemiddeld een jaar werkeloos zijn voor ze weer aan de slag kunnen.

De belangrijkste frustratiebron voor mensen die langere tijd werkzoekend zijn is dat veel recruiters en personeelsmanagers niet direct reageren nadat ze een CV hebben ontvangen. Een van de redenen daarvoor is dat er tijd nodig is om op internet naar gegevens over de achtergrond van een kandidaat te speuren. Op HR-afdelingen wordt vaak meteen een zoektocht op Google en LinkedIn gestart nadat er een interessant CV binnen is gekomen, aldus Perry, de auteur van het boek over guerilla-tactieken. Volgens hem zoeken recruiters op het LinkedIn-profiel van een sollicitant naar contacten die zij zelf kennen, zodat ze naar hun ervaringen met de kandidaat kunnen vragen. Dat is ook precies de reden waarom Hirschel veel tijd steekt in het finetunen van zijn LinedIn-profiel en het schrijven van interessante teksten voor zijn blog. De manier waarop je jezelf op LinkedIn presenteert kan de kans op een sollicitatiegesprek maken of breken, zo denkt hij.

Sommige zoektermen, zoals ‘Henry Hirschel’, ‘balanced scorecard’ of ‘process improvement’ leiden ook zijn blog en website. Het feit dat deze zoektermen internetverkeer voor zijn blog en site genereren vormt volgens Hirschel het bewijs dat zijn SEO – Search Engine Opimization – succesvol is, net als de andere inspanningen waarmee hij zichzelf op de online kaart zet. “Door mijn actieve houding op internet heb ik een online netwerk opgebouwd met mensen waar ik indirect mee heb samengewerkt en die ik nu regelmatig spreek”, vertelt Hirschel. “Dat begint inmiddels vruchten af te werken. Van ongeveer tachtig tot negentig procent van de bedrijven waar ik persoonlijk contact mee heb gehad bezoekt de personeelsmanager inmiddels mijn sites. Mijn werkwijze dwingt in feite af dat ze interesse in mij krijgen”.

IP-adressen en domeinnamen

Soms weet Hirschel de identiteit van een bezoeker van zijn sites te achterhalen, andere keren maakt hij een onderbouwde inschatting. Daarbij baseert hij zich op informatie van bedrijven waar hij zijn CV naartoe heeft gestuurd, en op een combinatie van trafficgegevens van Google Analytics, Wordpress en LinkedIn. Hij maakt gebruik van het feit dat LinkedIn, Wordpress en Google Analytics bepaalde aanwijzingen over bezoekers kunnen geven. LinkedIn geeft bijvoorbeeld aan wie zijn profiel heeft bekeken – niet precies welke persoon, maar wel dat ‘iemand’ van een bepaald bedrijf er een blik op heeft geworpen. De dienst doet dat op een wat vage manier, door bijvoorbeeld aan te geven dat het om ‘iemand met een marketingfunctie in de computerindustrie, ergens in de regio rond San Francisco’ of ‘een consultant van de Palladium Group in Azië’ gaat. Uit de verkeersgegevens die Wordpress en Google Analytics beschikbaar stellen wordt Hirschel duidelijk vanuit welke domeinnamen bezoekers naar zijn sites hebben gesurft. Vervolgens vergelijkt hij deze domeinnamen met de mailadressen van bedrijven waar hij zijn CV naartoe heeft gestuurd. Zo kan employer.com bijvoorbeeld een match opleveren met [email protected]

Een andere manier waarop Hirschel achterhaalt vanaf welke domeinen er verkeer naar zijn sites komt, is door de IP-adressen van bezoekers op te vragen bij Google Analytics en ze in te voeren in IP-zoekdiensten op internet. Ook dan kan hij vervolgens kijken of er domeinnamen tussenzitten die kunnen worden gekoppeld aan het mailadres van een bedrijf waar hij eerder zijn CV naar stuurde. Bij een match weet hij dat die actie in ieder geval een bezoek aan zijn sites heeft opgeleverd.

Hirschel heeft bij dit alles zijn LinkedIn-profiel, blog en website naar elkaar doorgelinkt; een nieuwe bijdrage op zijn blog verschijnt daardoor automatisch ook op zijn LinkedIn-profiel. Aan de IP-adressen van sitebezoekers en de bijbehorende domeinnamen kan hij afleiden dat er veel mensen zijn die al zijn sites bekijken. Als een personeelsmanager zowel zijn LinkedIn-profiel als zijn sites heeft bekeken ziet Hirschel dat door het domein van waaruit zijn LinkedIn-pagina is bezocht te vergelijken met de domeinnamen op de Wordpress- en Google Analytics-rapporten.

De kracht van informatie

Door een of meer van zijn sites te bezoeken, hoe kort dan ook, geeft een recruiter indirect aan geïnteresseerd te zijns in de achtergrond van Hirschel. Die wetenschap geeft hem het zelfvertrouwen om nog eens contact met de betreffende recruiter te leggen. “Het geeft me een goed gevoel als ik er achter kom dat iemand in me is geïnteresseerd”, aldus Hirschel. “Bovendien geeft het voor mij een aanleiding om er nog eens achteraan te gaan. De kans is groot dat het op dat moment zelf tot niets leidt, maar op de langere termijn werpt die strategie zijn vruchten af”. Het uitdijende contactennetwerk dat Hirschel opbouwt door te achterhalen wie zijn sites bezoekt lijkt uiteindelijk inderdaad wat op te leveren. Als hij getraceerde sitebezoekers opbelt, vraagt hij ze altijd of hij ze ergens mee kan helpen en of ze het goed vinden dat hij later nog eens opnieuw contact legt. “Dat laatste is het belangrijkste onderdeel”, stelt hij. “Het helpt me om de communicatie op gang te houden, en als mensen je kennen is het gemakkelijker om ze later nog eens te bellen”. Hirschel voegt er nog aan toe dat de wetenschap dat websites zijn bekeken ook van pas kan komen tijdens een sollicitatiegesprek. Mocht een recruiter tijdens een gesprek vragen stellen over zijn blog of site, dan is hij daar op voorbereid en staat hij niet snel met zijn mond vol tanden.

Hirschel heeft door zijn monitoring-activiteiten ontdekt dat er een terugkerende piek is in het bezoekerverkeer van de websites. Ongeveer 24 tot 48 uur nadat hij zijn LinkedIn-profiel heeft geüpdate of er iets nieuws op heeft gepost, of nadat hij zijn CV weer eens heeft rondgemaild, neemt de bezoekerstroom fors toe. Volgens hem geeft dit aan dat het tot op zekere hoogte een mythe is dat de mailbox van recruiters een Zwarte Gat is waar CV’s spoorloos in verdwijnen zonder dat er iets mee is gedaan. Sinds hij in januari is begonnen met zijn zoektocht naar een nieuwe baan, is het bezoekerverkeer naar zijn sites sowieso voortdurend gegroeid. Hirschel stelt dat het hem zes maanden heeft gekost om al zijn websites live te krijgen, zijn SEO-activiteiten van de grond te krijgen en zichzelf op de online kaart te zetten, maar dat er nu duidelijk sprake is van een toenemende belangstelling van werkgevers en – als gevolg daarvan - van een groeiend zelfvertrouwen.

Kortom, de site-stats die Hirsch bijhoudt geven aan dat zijn inspanningen op de arbeidsmarkt wel degelijk werken. Als hij zijn CV opstuurt wordt er op gereageerd doordat mensen zijn websites bezoeken, en daarmee worden frustratie en wanhoop voorkomen als recruiters hem niet meteen bellen nadat hij ze heeft gemaild. Het webverkeer heeft volgens Hirsch een “gigantische” impact op zijn mentale kracht als werkzoekende. “Je hebt geen idee wat het met me doet”, stelt hij.

Bron: Infoworld.nl Bron: Techworld