Jan Schulenburg is teamleider en technisch architect bij reisorganisatie OAD. OAD Group blijkt niet alleen te bestaan uit de merknaam OAD, maar uit nog veel meer reismerken. Het bedrijf heeft ook bijvoorbeeld Hotelplan, Globe, SRC en Bex.

“Ik zit op het hoofdkantoor in Holten en doe alles eigenlijk remote. We hebben een VPN wolk en daarin zitten onze vestigingen. Overigens niet te verwarren met het mode-woord cloud computing, het werkt gewoon met Microsoft Directory. We werken met installatie-images die ik samen met een collega ontwikkeld heb. Die installeert alleen de software die een bepaalde gebruiker nodig heeft op basis van de groepen waar hij of zij bij hoort. De gebruiker ziet dan ook alleen de iconen die hij of zij nodig heeft. Lekker overzichtelijk dus.”

Gereedschapkist

Om remote problemen op te lossen en dergelijke ondernemingen gebruikt Jan een programma genaamd Remote Admin. “Dat programma is weliswaar niet gratis, maar de performance van het overnemen van de schermen is veel beter dan bijvoorbeeld het gratis VNC. Dat is de investering dus wel waard. Verder werkt het gewoon lekker.”

Voor troubleshooten en diagnostiek gebruikt Jan de Sysinternal tools. “Je kunt heel mooi processen benaderen en afknallen met gratis tools zoals Filemon en Regmon. Je kunt met de tools erg goed zien wat er mis gaat. Welke bestanden worden er benaderd en welke register keys heeft het systeem wel of niet. En dan is er natuurlijk nog het superhandige Process Explorer.”

Ook hebben ze zelf tools ontwikkeld bij OAD. “Met Control Center kun je zien welke machines aangelogd zijn en wat er op staat enzo. Dat heb ik zelf ook geschreven in KiXtart32. Dat is een simpele manier van programmeren en het programma is nog door een Nederlander gemaakt ook. Het dient voor de helpdesk om gebruikers te assisteren. Met de Control Tool hebben we als een PC niet werkt een aantal standaard oplossingen. Als dat niet werkt, gaan we de machine opnieuw installeren over het algemeen. Alles staat centraal, wat betekent dat gebruikers dan ook geen data verliezen.”

Googledag

De afdeling waar Jan teamleider van is doet “de nieuwe dingen, zoals het begeleiden van projecten en deelnemen aan projecten. Daarnaast zijn we derdelijns support en daar is acht á twaalf uur voor ingepland per week. Ik vind het even leuk om de projecten te doen, als met gebruikers bezig te zijn. Het zijn ook collega’s en klanten en zo gaan we ook met elkaar om. Niet elke gebruiker is natuurlijk even leuk om mee te werken, dat hou je.”

Eén van de leukere dingen van zijn werk bij OAD vindt Jan dat er ruimte is voor innovatie en onderzoek. “Als we in bladen of waar dan ook een leuk product tegenkomen en denken dat het wellicht handig voor ons zou zijn, plannen we er een Googledag voor in. Dan gaat er dus iemand bijvoorbeeld een dag onderzoeken wat het is, hoe het werkt, of het handig voor ons is en alles wat daar omheen hangt."

"Het is heel goed mogelijk dat je die dag dan verspilt, maar soms heb je dingen die wél handig blijken. Een ander voorbeeld is wanneer je bijvoorbeeld nog weinig af weet van PowerShell. Je krijgt dan gewoon de vrijheid om je daarin te verdiepen. Die mogelijkheid is er dus en dat is de verloren tijd vaak dubbel en dwars waard.”

Duistere glasvezel

De serverruimtes van OAD staan op twee locaties, in Holten en Enschede. Die datacenters zijn verbonden met elkaar door twee keer tien Gigabit dark fiber in een ring. Eén gaat linksom en één gaat rechtsom de Holterberg, dus ze lopen niet door hetzelfde gootje. In de serverruimtes staan een hoop Dell Windows en Linux machines.”

Maar de twee serverruimtes en de gebruikers op de hoofdlocaties is niet het enige wat de systeembeheerders uit het team van Jan onder hun hoede hebben. “We hebben ook nog 230 reisbureaus, waar een fysieke server staat per filiaal en verder werken er natuurlijk ook nog gebruikers. De updates gaan dus automatisch gelukkig. Zolang de machines nog draaien hoeven we gelukkig niet op locatie te gaan kijken. Maar we hebben wel een technische dienst dat de calls verzameld die wel ter plekke moeten worden opgelost, zoals kapotte moederborden enzo.”

Niet alles virtualiseren

Wat betreft virtualisatie is Jan behoorlijk bezig. “We hebben een cluster van drie hosts met ESX 4.1 daarop. Dat zijn flinke hosts en er draaien momenteel 70 servers op. We hebben van de week net 32 GB per server toegevoegd. Het geheugen was dus even de bottleneck. We kunnen het aantal servers nu uitbreiden naar zo’n 100 in totaal. We zijn verder ook aan het virtualiseren met desktops, vooral voor mobiele reisagenten. Die zitten namelijk met hun laptop bij de klant. Daar hebben ze een UMTS kaart in zitten en die maakt verbinding met onze VPN oplossing. Via de VDI kunnen ze dan alles doen.”

Jan wil sommige servers niet virtualiseren, om te voorkomen dat maximale performance gegarandeerd constant gegarandeerd blijft. “Ons boekingsysteem draait op die servers. Dan ontkom je er dus niet aan om ze fysiek te houden. Als de performance nodig is, dan zetten we er één naast. Het is zo opgezet dat de functionaliteit op elke server draait bij dat boekingsysteem. Er zit dan een broker voor en die verdeelt de aanvragen. Bovendien is op deze manier fouttolerant natuurlijk.”

Eerlijk duurt het langst

Jan heeft al een behoorlijk aantal jaar ervaring en heeft een belangrijke les geleerd die hij graag deelt. "We draaiden bij mijn vorige werkgever Oracle en dan heb je altijd een SID. Ik was bezig met een database en de gebruikers waren ervan op de hoogte dat er één down zou gaan. Op het moment dat ik de shutdown initieer kijk ik naar de SID en zie ik dat ik de verkeerde aan het afsluiten was. Dit was namelijk het SID van het boekingsysteem. Ik ben toen meteen naar de ruimte gelopen waar de beheerders zaten en eerlijk gezegd dat ik het systeem plat had gelegd en dat als mensen ernaar zouden vragen, dat konden zeggen ook."

"Toen ben ik direct naar terug gegaan en heb ik hem herstart. Meteen eerlijk zijn werkt veel beter dan dat je eerst zelf gaat proberen om het op te lossen en ondertussen maar hoopt dat niemand het merkt. Dat gebeurt doorgaans namelijk toch wel. Mensen weten echt wel dat er iets mis kan gaan en niemand is onfeilbaar. Dus als je zoiets toegeeft werkt het vaak juist alleen maar in je voordeel. Die eerlijkheid wordt gewaardeerd."

Zwakke communicatie

Jan vindt communiceren eigenlijk het voornaamste speerpunt in het systeembeheer. Hij heeft gemerkt dat wanneer je dat te weinig doet, er veel mis kan gaan. “Systeembeheerders staan er nu eenmaal niet om bekend dat ze goed kunnen communiceren. Ik merk zelf af en toe ook nog dat het niet mijn allersterkste punt is, maar je leert in je loopbaan dat waken voor te weinig communicatie in je nadeel werkt uiteindelijk. Gebruikers zeggen dan na een tijdje bijvoorbeeld ‘als ik dat had geweten, had ik mee kunnen denken’."

"System engineers zijn lui. We willen altijd alles automatiseren. Ook communiceren dus eigenlijk, waardoor het plan nu is gevat om een intranet in te zetten om communicatie te bevorderen. Als er onderhoud plaatsvindt moeten we dat bijvoorbeeld vijf dagen van tevoren melden. De gebruiker kan dan daarop reageren en als we geen bericht ontvangen, is het akkoord. Iedereen weet zo waar hij of zij aan toe is. De verantwoordelijkheid ligt dus aan de andere kant.”

Schoonmoeder wil dikke hersenen

Soms kan een systeembeheerder zijn kennis voor lief nemen. Jan heeft dat genoeg meegemaakt. “Als technisch persoon gebruik je bijvoorbeeld soms termen die voor jezelf logisch zijn, maar voor een gebruiker als een tang op een varken slaan."

"Ik heb al eens geprobeerd om mijn schoonmoeder iets duidelijk te maken… Toen had ik het over CPU. Dat zegt een techneut natuurlijk iets, maar mijn schoonmoeder natuurlijk niet. Dus ik zeg ‘dat zijn de hersens van een machine’. Dat had ik niet moeten zeggen. Daarna ging ze naar de winkel en zei ze ‘ik wil hele dikke hersens hebben’. Dat schiet het doel natuurlijk weer een klein beetje voorbij. Gelukkig leest mijn schoonmoeder dit artikel toch niet, dus dat scheelt!”

Bron: Techworld