In tegenstelling tot bijvoorbeeld Cisco staat Novell geen 100 procent gevirtualiseerd datacenter voor. “100 procent virtualisatie slaat vaak helemaal nergens op”, zegt Mansveld. “Als je kijkt naar workloads en hoe die zich gedragen, dan is het verstandig om 60 tot 65 procent te virtualiseren en de rest fysiek te houden.”

Honderd procent virtualisatie gaat volgens Mansveld ten koste van de prestaties en het optimale gebruik van hulpbronnen. “Bij virtualisatie gaat het erom dat je het datacenter simpeler en efficiënter maakt. Met 100 procent virtualisatie doe je een aantal van die voordelen teniet. Sommige applicaties presteren nu eenmaal beter fysiek. Dat moet je eerst goed onderzoeken. Als je virtualiseert om het virtualiseren ben je verkeerd bezig.”

Het ideale datacenter

Het ideale datacenter is volgens Mansveld service-gedreven. “Het moet dienstbaar zijn aan de business, en IT moet daarin optimaal faciliteren.”

“De workloads zijn key in het datacenter”, gaat Mansveld verder. Volgens hem komt het woord ‘workload’ ook bij PlateSpin vandaan, en is het van daaruit overgenomen door vrijwel de hele business. “Je hebt servers, virtueel en fysiek, en storage, ook virtueel en fysiek. Maar het gaat erom wat daarmee gebeurt, de workloads. Dus komt het aan op workloadmanagment.”

Workloadbeheer

Niet geheel onverwacht sluit die visie perfect aan op PlateSpin, de Workloadmanagement suite van Novell. Dat pakket is opgedeeld in vijf onderdelen, vertelt Mansveld. Het eerste is PlateSpin Recon, waarmee kan worden onderzocht wat je hebt en wat het doet. “Met Recon zoek je uit welke servers in aanmerking komen voor virtualisatie en welke niet.”

Met PlateSpin Migrate kan die migratie vervolgens worden uitgevoerd. “We doen ‘any to any’”, zegt Mansveld. “Dat wil zeggen fysiek naar virtueel, maar ook van virtueel naar fysiek, van fysiek naar fysiek en van virtueel naar virtueel.” Verder legt hij er de nadruk op dat PlateSpin platformonafhankelijk is. Het ondersteunt migraties van Windows, Linux en Solaris en dat doet het van en naar de drie grote hypervisors van VMware, Citrix en Microsoft, maar ook van en naar Xen op SLES en het ondersteunt zelfs Solaris zones.

Het derde onderdeel van PlateSpin is Protect, waarbij het draait om data-integriteit en beveiliging. “Anderen zeggen ook dat ze dat kunnen, maar dat zijn alleen woorden”, beweert Mansveld. “Met Protect heb je een automatische failover naar een andere VM die gerepliceerd stand-by staat.” Voor wie niet de kennis heeft om dat in te stellen is er PlateSpin Forge. Dat is een kant en klare appliance die de workloads backupt en die distaster recovery makkelijk maakt. “Het is plug-and-protect”, aldus Mansveld.

Automation

Tot slot is er nog PlateSpin Orchestrate, waarmee het datacenter geautomatiseerd kan worden. “Orchestrate is de basis van de private cloud”, aldus Mansveld. “De automation gaat helemaal op basis van policies en SLA’s. Bij grotere workloads komt er bijvoorbeeld capaciteit bij en bij echt grote workloads kunnen servers zelfs worden gedevirtualiseerd.” Volgens Mansveld heeft iedereen de mond vol over automation, maar alleen Novell kan het leveren. “Maar Novell praat er niet over”, voegt hij daar nog wat spijtig aan toe. Bron: Techworld