In de kern bevat de gisteren uitgekomen vSphere 4.1 nog steeds dezelfde programmatuur als de vorig jaar uitgebrachte versie 4.0. Het gaat dus om een bundel van de ESX-hypervisor met de vCenter beheerconsole en een aantal losse softwaretools waarvoor losse licenties nodig zijn.

Kleine wijzigingen

De maximumspecificaties zijn niet heel veel veranderd, al heeft VMware op punten uitbreidingen gebracht. Zo is het maximum aan fysieke machines binnen een enkele omgeving op 32 gehouden, maar kun je nu wel meer VM's binnen een cluster draaien: 3000 in plaats van de 1280 die vSphere 4.0 aankon. Ook het maximum aantal threads per CPU is verdubbeld, van 64 tot 128.

Je krijgt VMotion...

Verder zegt VMware dat de compressie van het geheugen sterk is verbeterd, wat de prestaties ten goede moet komen. VMotion Live Migration, de functie waarmee draaiende VM's naar een andere machine overgezet worden zonder downtime, heeft VMware ook versneld. Bovendien is vMotion, nu beschikbaar in de Essentials Plus-variant van vSphere. Voorheen moest je voor de Advanced-variant kiezen.

...maar je betaalt er wel voor

Helaas zijn kleinere bedrijven niet per se beter af met deze uitbreiding. In ruil daarvoor gaat Essentials Plus fors meer kosten (3500 dollar, in plaats van de 3000 dollar die het eerst kostte). Kleinere klanten die Live Migration dus helemaal niet nodig hadden maar wel de rest van Essentials Plus, hebben dus pech.

Een opvallende wijziging is het 'verdwijnen' van ESXi, de gratis versie van ESX waar de beheerconsole uit is gehaald. Deze heet nu VMware vSphere Hypervisor, maar is verder hetzelfde gebleven.

Op het gebied van de prijzen zal per 1 september het een en ander veranderen. De licentievorm wordt gewijzigd: Klanten rekenen per 1 september niet langer af per fysieke machine waarop vSphere draait, maar per VM. Een veelgehoorde klacht was dat de huidige licenties in het nadeel werken van klanten met oudere hardware. Bron: Techworld