Microsoft noemt desktopvirtualisatie als een manier om Windows 7 eenvoudig met oudere applicaties te laten werken (met name de toepassingen die geschreven waren voor Windows XP). Als Microsoft zijn zegen geeft aan de technologie, mogen we dan verwachten dat desktopvirtualisatie binnenkort gaat doorbreken?

Waarschijnlijk niet, denken de meeste experts. “De acceptatie komt traag op gang, omdat het vrij complex is en niet goedkoop,” meldde Forrester onlangs tijdens een presentatie.

Toch ligt er mogelijk om een aantal redenen een groeistuip in de acceptatie van desktopvirtualisatie in het verschiet. Om te beginnen leveren steeds meer leveranciers virtuele desktop infrastructuren (VDI’s) waarmee iedere eindgebruiker een eigen persoonlijk bureaublad krijgt toegewezen. VDI’s maken gebruik van dezelfde soort hypervisors waarmee verschillende virtuele machines op een enkele fysieke host kunnen draaien. Maar in plaats van vijf of tien server-VM’s op een enkele fysieke server, kan een VDI al snel 50 pc-besturingssystemen aan, die elk aan één individuele eindgebruiker worden voorgeschoteld.

De andere grote verandering is ondersteuning voor randapparatuur, multimedia en andere web- en pc-technologieën. Voor gebruikers van terminal services via gedeelde images (de ‘oude’ desktopvirtualisatie-opzet) zijn dat soort diensten traditioneel niet beschikbaar, maar tegenwoordig menen de meeste gebruikers dat ze niet zonder kunnen, en dus is dit een pro.

“Verbeteringen in de gebruikservaring maken echt een groot verschil in de acceptatie van desktop virtualisatie”, zegt Andi Mann, analist bij Enterprise Management Associates (EMA).

Door eindgebruikers alle functies en voordelen te bieden die ze gewend zijn van stand-alone machines (inclusief de mogelijkheid om zelf hun eigen browser-plugins, mediaspelers en programmaatjes te installeren), vallen volgens Mann de meeste bezwaren weg die door business units worden aangevoerd om virtuele desktops tegen te houden.

Oude hardware, nieuw OS

Het feit dat sommige bedrijven weinig trek hebben om hun hardware-park te vernieuwen om maar Windows 7 te kunnen draaien, kon ook nog wel eens een stimulans zijn voor de acceptatie van virtuele desktops, denkt Chris Wolf, analist bij de Burton Group (tegenwoordig onderdeel van Gartner).

De implementatie van Windows 7 vergt over het algemeen een hardware-upgrade, maar ook aanpassingen aan op maat gemaakte bedrijfssoftware, trainingen voor eindgebruikers, en een aangepast beveiligingsbeleid voor pc’s met het nieuwe OS. Dat hele proces kan zo duur worden en zo diep ingrijpen op de organisatie dat veel bedrijven consultants als de Burton Group inschakelen om eerst maar eens te evalueren of het misschien niet goedkoper is de huidige hardware te laten staan en Windows 7 virtueel aan te bieden, aldus Wolf.

Gebruikers aansluiten op een nieuw besturingssysteem op een server kan de levensduur van een oudere pc verdubbelen, terwijl de eindgebruikers alle voordelen krijgen die de nieuwe software te bieden heeft, meent Peter Graves, CIO bij de Amerikaanse bank Ionia.

Zo’n negentig procent van de gebruikers bij Ionia heeft nu al shared-session virtuele desktops die ze afnemen van Citrix, en Graves verwacht dat het tamelijk eenvoudig zal zijn de overige tien procent ook binnen te halen als de technologie eenmaal ondersteuning biedt voor de specifieke software en apparatuur die ze nodig hebben.

Maar dat geldt volgens Mann niet voor de meeste andere bedrijven. Er zijn relatief weinig organisaties die al enige ervaring met of kennis van virtuele desktops in huis hebben; de meeste maken net pas kennis met zaken als virtuele servers, cloud computing en andere IT-tactieken om kosten en werk uit te sparen.

Dat verklaart wellicht waarom desktopvirtualisatie nog steeds op gang moet komen, terwijl de techniek toch al weer minstens een jaar of tien beschikbaar is.

Grote belangstelling, weinig actie

Uit allerlei onderzoeken onder IT-managers bij grotere organisaties blijkt telkens weer grote belangstelling voor desktopvirtualisatie, maar de daadwerkelijke acceptatie blijft uit. “We zitten al een jaar of drie te wachten op een scherpe toename in de verkopen van virtuele desktops,” zegt Mann – maar het wil er maar niet van komen.

Waar blijft het op hangen? Uit onderzoek van EMA onder 102 IT-managers bleek vorig jaar dat de drie belangrijkste obstakels allemaal menselijke factoren zijn: gebrek aan kennis of vaardigheden, interne politieke overwegingen, en een gebrek aan middelen.

Banken, ziekenhuizen, scholen, officiële instanties en ondernemingen die te maken hebben met krappe budgetten of strikte regulering, zijn naar alle waarschijnlijkheid de eerste organisaties die met desktopvirtualisatie aan de slag zullen gaan.

Bedrijven die zich tot nu toe hebben verzet tegen virtuele desktops als terminal services, deden dat vooral omdat ze de toepassing te lomp, te beperkend en te onaantrekkelijk vonden voor de onafhankelijke denkers die hun medewerkers zouden zijn. Die bedrijven zijn de potentiële afnemers waar leveranciers hun nieuwe desktop-virtualisatieproducten aan verwachten te kunnen slijten, zegt Wolf.

Wolf zegt er meteen bij dat al die potentiële virtuele desktops niet per se Windows hoeven te draaien, laat staan Windows 7. Windows 7 als virtuele desktop mag dan goedkoper zijn dan het echte werk, het is nog steeds duurder dan bijvoorbeeld een virtuele XP desktop.

Toch blijft het voor sommige partijen een aantrekkelijke optie. Door een Windows 7 migratie te virtualiseren krijgt IT een stuk meer controle: het hele proces blijft binnen het datacentrum, en de hardware- en ondersteuningskosten gaan er ook nog van omlaag, zegt Wolf.

Op die manier kunnen twee grote migratiestappen tegelijk wel eens aantrekkelijker blijken dan slechts één – tenminste, dat is wat Microsoft, Citrix en een aantal andere ontwikkelaars vurig hopen, denkt Wolf.

Complexer dan gedacht

Microsoft lijkt ondertussen voor alle zekerheid beide walletjes te marineren: MS ondersteunt desktopvirtualisatie, maar is tegelijkertijd erg voorzichtig met alles wat de heerschappij van de stand-alone pc als het belangrijkste zakelijke computerplatform zou kunnen doorbreken.

Zelfs Microsofts eigen desktop virtualisatie productmanager lijkt niet erg op zijn gemak bij het idee dat de meeste of alle pc’s bij grote ondernemingen op termijn gevirtualiseerd zouden worden.

“We verwachten een aanzienlijk stijging in het aantal virtuele desktops met Windows 7 doordat CIO’s de kosten willen terugdringen van de implementatie van applicaties voor Windows 7”, zegt Scott Woodgate, de director of Windows product management die tevens leiding geeft aan de ontwikkeling van Microsofts desktop-virtualisatietechnologie.

Hoewel Microsoft naar eigen zeggen “blij is dat ze iets kunnen aanbieden” in de virtuele desktopmarkt, gelooft het bedrijf wel dat klanten “om de juiste redenen moeten virtualiseren (vanwege de flexibiliteit die het biedt) en zich niet moeten blindstaren op de mogelijke besparingen”, zegt Woodgate.

Hij wijst erop dat VDI-implementaties lastiger te configureren zijn dan de meer standaard pc-gebaseerde netwerken. VDI-netwerken vereisen dat beheerders virtuele machines aanmaken en rechten en beleid neerzetten om te bepalen hoe de virtuele machines zich gedragen, en dat ze images aanmaken waar al die VM’s vanaf gelanceerd kunnen worden, naast de configuratie en het beheer dat ook bij een standaard pc-netwerk komt kijken.

Sommige gebruikers herkennen de complexiteiten rond VDI’s die Woodgate beschrijft. George Thornton, network operations manager voor een regionale scholengemeenschap in Texas, en Landon Winburn, Citrix administrator bij een Texaanse universiteit, vertellen bijvoorbeeld beiden dat de planning van een virtuele-desktopimplementatie nogal intimiderend overkomt op weinig ervaren IT-afdelingen.

Het is bijvoorbeeld lastig te bepalen welke manier van uitleveren het meest effectief is voor specifieke gebruikersgroepen, net zoals het lastig is een beperkt aantal “gouden” images te maken waarmee de meeste gebruikers hun ‘eigen’ desktops kunnen starten, in plaats van te proberen voor iedere gebruiker een heel eigen desktop te fabriceren, zegt Thornton.

Financiële voordelen

Woodgate is daarnaast bang dat bedrijven zich te snel rijk rekenen door de besparingen via virtuele desktops te overschatten, omdat ze de extra kosten vergeten mee te rekenen die je moet maken om het datacentrum klaar te maken voor zo’n stap.

“Je ruilt de harde schijf van een laptop, zo ongeveer de goedkoopste opslag die er is, in voor ruimte op een storage-area netwerk, zo ongeveer de duurste opslag die er is”, zegt Woodgate.

Op dat punt is Winburn het echter niet met Woodgate eens. Server- of SAN-opslag is veilig, wordt gebackupt, is goedkoper in onderhoud en gaat aanzienlijk minder vaak verloren of kapot dan een laptop harde schijf, zegt Winburn.

Thornton voegt daar aan toe dat, zelfs als alleen naar de hardware-kosten wordt gekeken, virtuele desktops zijn organisatie zo’n 100 dollar per machine hebben bespaard. Zijn scholengemeenschap koos voor de gratis XenServer virtualisatie-software van Citrix op zijn servers. “Met een thin client en Linux OS erop, een halve gig RAM, een kleine Atom-processor, een licentie voor XenDesktop plus de kosten voor een server gedeeld door 30 (we rekenen 30 VM’s per server) komen we uit op zo’n 550 dollar per machine,” vertelt Thornton.

“Vergelijk dat maar met zo’n 650 tot 700 dollar voor een gewone pc. Thin clients hebben geen bewegende delen. Ze zijn goed bestand tegen hitte”, zegt Thornton. “We rekenen erop dat ze acht tot tien jaar meegaan, tegen de drie tot vier jaar die Gartner geeft voor een gewone pc. Daardoor gaan de besparingen nog eens fors omhoog.”

En het zijn niet alleen de lagere scholen in Texas die gebruikmaken van virtualisatie. Aan de universiteit waar Landon Winburn werkt, worden verschillende soorten desktopvirtualisatie naast elkaar gebruikt, met elk hun eigen hardware en netwerkbelasting. Maar elk van die VD’s maakt volgens Winburn aanzienlijk efficiënter gebruik van de beschikbare IT-middelen dan wanneer iedere gebruiker een volledige pc op zijn bureau zou hebben staan.

“Het grote verschil is dat je het eindpunt niet meer hoeft te ondersteunen”, zegt hij. “Je hoeft alleen de gebruikersinstellingen, het netwerk en de servers nog maar te beheren. Als ik vroeger ergens bij een vestiging vijf of zes pc’s op een T1 aansloot, zat iedereen te klagen dat Outlook er uren over deed om op te starten en dat het web niet vooruit te branden was. Als ik nu 30 of 40 thin clients via zo’n zelfde verbinding aansluit op een enkel image in het datacentrum, draait alles als een speer.”

Desktop op maat

De oudere virtuele desktops op basis van terminal services stellen tientallen tot zelfs honderden eindgebruikers in staat in te loggen op een enkel besturingssysteem en een enkele applicatie-set, die draaien op een back-end server. Daardoor blijven de kosten heel laag, maar zijn voor individuele gebruikers de mogelijkheden beperkt of zelfs afwezig om een eigen werkomgeving samen te stellen. Het zorgt er ook voor dat ze geen bandbreedte opslokkende video’s kunnen bekijken, of Flash-animaties of andere multimedia - niet via het web en zelfs niet via gecontroleerde interne applicaties. Volgens Mann is dat omdat de meeste desktopvirtualisatiesoftware van dit type simpelweg de mechanismen niet in huis heeft om zoiets te ondersteunen.

Dat verandert allemaal met de nieuwste versies van de serversoftware die zowel Citrix als Wyse Technology aanbieden. Citrix lanceerde onlangs XenDesktop 4, dat niet alleen multimedia ondersteunt, maar ook USB-aanlsuitingen aan de client-zijde. Als gevolg daarvan kunnen eindgebruikers nu eindelijk allerlei randapparatuur aansluiten, zoals printers, scanners, USB-sticks (met applicaties!) en zelfs ventilatortjes, lampjes en ander desktop speelgoed, zegt Mann.

VMware, lange tijd de leider op de virtuele-servermarkt, verwacht binnenkort met vergelijkbare ondersteuning te komen in zijn VMware View VDI-producten.

Dan nog blijft het overigens achter bij Citrix, dat meer uitleveringsmethoden aanbiedt voor virtuele desktops en meer oplossingen in huis heeft voor specifieke problemen. Citrix heeft bijvoorbeeld de Citrix Branch Repeater, die er voor zorgt dat remote-sessies van de Exchange-server aanzienlijk minder bandbreedte verbruiken, vertelt Mann.

Citrix heeft ook de HDX technologie, waarmee gebruikers van VDI-gebaseerde virtuele desktops via het web multimedia kunnen draaien en USB-apparaten kunnen aansluiten op hun lokale machines, zelfs als de software die die randapparatuur en die browser bestuurt elders in een datacentrum draait, vertelt Graves. Volgens hem verdwijnt daarmee een belangrijk verschil met de ‘echte’ pc’s.

Vooral tactisch

IDC-analist Michael Rose verwacht dat, ondanks alle positieve berichten, er voorlopig nog te veel onzekerheden en variabelen in de markt zitten om een door Windows 7 geïnspireerde desktopvirtualisatierevolutie waarschijnlijk te maken.

Traditionele shared-session virtuele desktops zullen populair blijven binnen hun bekende niche-toepassingen, of dat nou met Windows 7 is of met andere besturingssystemen, denkt Rose. Maar zelfs bedrijven die graag van de nieuwere VDI-systemen gebruik zouden maken, hebben tijd nodig om de vereiste netwerk- en servercapaciteit te installeren.

“Het vraagt aanzienlijke investeringen in het datacentrum als je plaats wilt maken voor grote aantallen gebruikers op virtuele machines”, meent Rose. “Desktopvirtualisatie blijft voorlopig voornamelijk een tactische technologie, hoewel het mogelijk is dat het nog een flinke sprong gaat maken als het ook beschikbaar komt voor nieuwe hardware als smartphones en dergelijke.”

Alles bij elkaar genomen kan Windows 7 aanleiding zijn voor enige extra virtualisatie, nu de technologie meer ruimte biedt voor personalisatie en de prestaties verder verbeteren.

Maar de technologie werkt nog niet vlekkeloos. Beheerders moeten zich de karakteristieke nukken en neigingen nog eigen maken; best practices moeten nog de kans krijgen te ontstaan. Er zullen niet veel beheerders zijn die het aandurven de overstap naar virtualisatie gelijk maar te combineren met een overstap naar Windows 7.

Bron: Techworld