Veel pc's hebben geïntegreerde graphics, wat een chip op het moederbord of een dedicated graphics-component in de CPU zelf inhoudt. Andere systemen hebben een dedicated grafische kaart, die je in een uitbreidingssleuf op het moederbord prikt.

Welke heb je?

Je kunt meestal zien welke van de twee (geïntegreerd of losse kaart) je hebt aan de locatie van de poort waar je monitor mee verbindt. Als het bij de andere poorten zit, zoals usb en Ethernet, heb je zeer waarschijnlijk te maken met geïntegreerde graphics. Als de poort op een andere locatie zit en er méér dan één is - bijvoorbeeld DVI of DisplayPort - heb je waarschijnlijk een grafische kaart.

In beide gevallen heb je een uitbreidingsslot nodig - PCI Express - op een plek waar een uitneembare plak in de achterplaat. Deze sleuf is bedoeld voor de aansluiting van bijvoorbeeld de grafische kaart.

Over de aansluiting

Op veel pc's heb je een paar uitbreidingsslots op het moederbord. Doorgaans zijn die allemaal PCI Express, maar voor een grafische kaart heb je specifiek PCI Express x16 nodig. Er zijn drie versies van deze optie, maar ze zijn achterwaarts compatibel. Dus een moderne PCI Express 3.0 grafische kaart werkt ook op een moederbord met een PCI Express x16 2.0-slot.

In onderstaand moederbord zitten twee PCI Express x16-sloten. Het is gebruikelijk om de bovenste te pakken voor een grafische kaart en je gebruikt beide met een constructie als AMD Crossfire of Nvidia SLI. Kijk eerst welke standaard je moederbord ondersteunt voor je een grafische kaart aanschaft.

De meeste grafische kaarten met behoorlijk wat power hebben een ventilator op te koelen en dat is relevant omdat ze hierdoor twee keer zo dik zijn als een andere kaart. De manier waarop de meeste systemen zij gebouwd betekent dat de fan onder de kaart zit in plaats van erboven, zodat je meer ruimte nodig hebt onder de kaart.

Sleuf offeren

Dat betekent dat je een ongebruikte sleuf opoffert onder de kaart, direct onder het PCI Express x16-slot. Daarnaast moet je de afstand meten van de achterplaat tot eventuele componenten op het moederbord of in je kast die een lange grafische kaart in de weg zitten. Houd er rekening mee dat sommige kaarten een voedingsaansluiting achterop hebben in plaats van op de zijkant, waardoor je 3 tot 4 cm extra lengte nodig hebt.

Als je niet zeker weet hoe lang de kaart is, of waar de aansluiting voor de voeding is, leg die vraag dan neer bij de fabrikant, de verkoper of vraag het op fora om te zien of mensen die de kaart hebben je exact kunnen uitleggen hoe de afmetingen van de kaart uitvallen.

Dus zelfs met een PCI Express x16 slot en genoeg ruimte, moet je rekening houden met de voedingseis van je grafische kaart. De voeding die je gebruikt heeft waarschijnlijk PCI-E-kabels, maar die zijn vaak vastgezet en gebundeld op een plek nabij de voeding zelf als er geen grafische kaart in de machine zit.

Deze connectors zijn meestal zwart, gemarkeerd als PCI-E en hebben zes pinnetjes in een 3x2 indeling. Als je voeding deze niet heeft, kun je adapters kopen die je verbindt met de standaardvoedingsconnector van vier pinnen.

Wees voorzichtig met grafische kaarten die twee PCI Express-voedingskabels vereisen, omdat ze allebei op een andere 12v-lijn van de voeding moeten worden aangesloten. Dat betekent op de meeste voedingen dat je elke adapter op een andere bundel van de voedingskabels moet aansluiten en niet op dezelfde.

Voeding

Ten slotte is het belangrijk dat de voeding sterk genoeg is om méér dan alle bestaande componenten bij elkaar tegelijk van stroom te voorzien. Het kan lastig zijn om uit te rekenen, maar een goede vuistregel is dat een high-end grafische kaart tenminste 600 W eist. Ook dit kun je meestal wel online vinden om te zien wat de energiespecificatie van je grafische kaart is.

Je kunt er niet van uitgaan dat een voeding zijn maximale belasting constant aflevert en daardoor kun je tegen problemen aanlopen als alle componenten bij elkaar meer dan ongeveer 80 procent van de maximale capaciteit trekken. Als je voeding dat niet aankan, moet je ofwel een grafische kaart kiezen die minder energie vereist, of uitwijken naar een sterkere voeding.