Desktopvirtualisatie heeft ook moeite om van de grond te komen, omdat het toch net iets te duur is. Op de lange termijn wegen de voordelen van gecentraliseerd beheer natuurlijk op tegen de investeringen die je moet doen in de serverhardware, bandbreedte en de overstap naar thin clients. Maar als je daar nog eens de kosten van VMware bij optelt en een Windows en Microsoft Office licentie per gebruiker, dan is het misschien moeilijk om er financieel voordeel in te zien.

Bij elkaar

Dus wat gebeurt er als je desktop Linux en desktopvirtualisatie bij elkaar zet? Als je dan een oplossing kiest die helemaal open source is, dan is dat wat kosten betreft niet te vergelijken.

Ondertussen is desktop Linux – vooral Ubuntu– heel wat beter geworden in gebruikersvriendelijkheid. En de release van Ubuntu 10.04 van afgelopen april heeft ook de look&feel van die distributie aangepast, met de meer gepolijste Light interface. Wat betreft belangrijke applicaties hebben we OpenOffice, maar bijvoorbeeld ook versie 3 van Lotus Symphony, wat op dit moment de beste poging is van IBM om een gratis alternatief te bieden voor Microsoft Office.

Wat betreft open source virtualisatie, om maar een voorbeeld te noemen, heeft Red Hat zijn mogelijkheden voor bedrijven uitgebreid, en sinds afgelopen maart zit er ondersteuning in voor desktopvirtualisatie. Daarbij moet ik aantekenen dat we dit nog niet hebben getest, en evenmin hebben we KVM op de pijnbank gelegd, maar dat gaan we deze zomer nog wel doen. Daar zal ik niet op vooruit lopen, maar ik wil wel zeggen dat op dit moment alle stukjes al voorhanden zijn als je ermee wilt beginnen.

Veel lagere kosten

Wat gebeurt er als je al die stukjes aan elkaar vast maakt? Nou, je krijgt niet alleen veel lagere kosten dan met een oplossing die op Microsoft is gebaseerd, maar als je thin clients gebruikt verdwijnen ook nog eens alle potentiële compatibiliteitsproblemen van Linux met de desktophardware. Daarnaast elimineer je zowat alle endpoint security problemen. Ik weet dat het heel wat tijd en moeite gaat kosten om zo’n vooruitstrevende VDI-oplossing neer te zetten, en ik weet ook dat er misschien problemen zullen ontstaan met video en audio. Maar ik denk zeker dat een paar goede Linux-admins dit klusje kunnen klaren.

Natuurlijk kun je geen kantoor overzetten dat helemaal afhankelijk is van Windows desktopapplicaties. Bovendien zijn er altijd problemen met de compatibiliteit van bestanden. Documenten met een speciaal formaat die zijn gemaakt met Microsoft Office zouden wat anders uit de printer kunnen komen als je Office-alternatieven gebruikt, en vice versa. (En dan heb je natuurlijk nog het allergrootste struikelblok: de gebruiker die verbijsterd naar zijn desktop kijkt en vraag: “Wat is dit?!”)

Grote verschuiving

Maar als een algemene oplossing voor algemene behoeften, lijkt het open source alteratief bijna onweerstaanbaar als je het vergelijkt met de zwaar gelicenceerde Microsoft/VMware-versie van desktopvirtualisatie. Als ik nu een klein bedrijf zou beginnen, dan zou ik eerst dit overwegen, of een cloud-oplossing zoals Google Docs of Zoho, voordat ik er serieus over zou gaan denken om veel geld te betalen voor Windows en Office.

Zelfs bij grote bedrijven zou er wel eens een fundamentele verschuiving kunnen komen. Afgelopen maand sprak ik over de impact van open source op IBM-klanten met Bob Picciano, de general manager van sofware sales bij IBM. Hij draaide er niet omheen: “Als je mij vraagt of Microsoft er minder toe doet dan een paar jaar geleden, dan is mijn antwoord zeer zeker ja.”

Ontsnappen aan Microsoft

Dus als je toch al wilt ontsnappen aan de wurggreep van Microsoft, en als de voordelen van server-based computing je als muziek in de oren klinken, dan kun je dit overwegen. Als aparte oplossingen komen desktop Linux en desktopvirtualisatie nog tekort. Maar samen kunnen ze sterker zijn dan het Microsoft-alternatief. En een open source desktopvirtualisatie-oplossing kan ook aantrekkelijker zijn al je familiejuwelen direct aan Google overhandigen. Want het zou natuurlijk goed kunnen dat Google binnenkort op elk vlak even groot is als Microsoft.

Bron: Techworld