In de beta van REV 2.2 zitten een aantal nieuwe features, zoals de langverwachte Virtuele Desktop Infrastructuur (VDI). Daarmee kunnen klanten dus RHEL, Windows XP of Windows 7 desktops virtueel in het datacenter draaien.

Nieuwkomer

Red Hat is met zijn virtualisatieproduct een relatieve nieuwkomer op de markt die wordt gedomineerd door VMware, Citrix en Microsoft. Met de overname van Qumranet in 2008 kreeg Red Hat SPICE in handen, een protocol voor desktopvirtualisatie dat het vorig jaar open source maakte. Sinds de overname richt het open source bedrijf zich helemaal op KVM, de hypervisor die direct met de Linux-kernel meekomt.

Red Hat wil klanten lokken met zijn aantrekkelijke prijsstelling. Wie RHEL draait, krijgt het virtualisatieplatform er gratis bij. Dat kennen we ook van Microsoft, maar de management suite van Red Hat is beduidend goedkoper.

Export en import

Naast de toevoeging van Desktopvirtualisatie heeft Red Hat nog meer verbeteringen en toevoegingen aangebracht. Zo kunnen virtuele machines en templates die gebruik maken van het Open Virtualization Format (OVF) worden geïmporteerd en geëxporteerd van en naar andere omgevingen. Daarnaast zullen RHEL virtuele machines die in Xen of VMware zijn gemaakt automatisch worden overgezet naar het Red Hat platform. In een volgende beta release moet dat ook kunnen met Windows XP, Windows Server 2003 en Windows Server 2008 images.

Ook de performance is flink opgeschroefd. De maximum hoeveelheid geheugen voor een virtuele machine is verhoogd van 64 GB naar 256 GB, waardoor de machines veel zwaardere workloads aankunnen. Tot slot heeft de analyse van de omgeving aandacht gekregen in de datawarehouse tool die in de beheeromgeving zit ingebakken.

REV 2.2 moet aan eind van het voorjaar uit de beta komen.

Bron: Techworld