BOINC staat voor Berkeley Open Infrastructure for Network Computing. Het is een open source software platform dat speciaal is opgericht voor vrijwillige grid computing projecten. Niet al deze projecten draaien op BOINC; [email protected] is bijvoorbeeld een project van Stanford University dat al draaide in 2002, toen David Anderson het UC Berkeley Space Sciences Laboratory met BOINC begon. Maar BOINC is vanaf pakweg 2004 wel zo’n beetje de de facto standaard voor dit soort projecten. Zelfs [email protected], dat ook al weer loopt sinds 1999, is in 2005 overgestapt op BOINC. Inmiddels is zelfs Intel er ingestapt, dat samen met GridRepublic het Progress Thru Processors project heeft opgestart: een Facebook-applicatie waarmee deelnemers hun processor eenvoudig beschikbaar kunnen stellen voor allerlei goede doelen.

Wat doet BOINC

BOINC is wat ook wel een ‘distributed computing platform’ wordt genoemd. In essentie doet het nog steeds wat SETI eind jaren ’90 ook al deed: gebruikmaken van de redundante rekenkracht in personal computers die zijn aangesloten op een netwerk als het internet. Toch is er volgens David Anderson wel een verschil met de beginjaren: “Toen [email protected] en [email protected] net begonnen (rond de eeuwwisseling) was dit soort vrijwillige computing gekoppeld aan screensavers. Dat wil zeggen: het gebruikte je computer als je niet aanwezig was. Tegenwoordig is het juist het tegenovergestelde: de meeste mensen stellen BOINC zo in dat het alleen werkt als ze er wél zijn, zodat de computer uit, of in een energiezuinige stand kan als ze vertrekken.” Overigens draaien BOINC-applicaties op de laagst denkbare prioriteit, zodat ze minimale invloed hebben op de prestaties die je als gebruiker nodig hebt.

De grootste verandering zit hem in de beschikbare rekenkracht, en dan niet eens zo zeer die van de CPU’s, als wel van de steeds krachtiger wordende grafische processors (GPU’s). Anderson: “BOINC ondersteunt ook GPU’s, en er zijn al verschillende projecten die er applicaties op hebben draaien. Het duurt niet lang meer of GPU’s hebben de CPU’s ingehaald als de belangrijkste bron van rekenkracht voor vrijwillige computing, en wie weet wat ons dan nog te wachten staat. Het is niet ondenkbaar dat de combinatie van GPU’s en vrijwillige computing het ExaFLOPS-niveau eerder gaat bereiken dan supercomputers, clusters, clouds of wat dan ook.”

Veiligheid

Tegenwoordig is de eerste vraag die over dit soort projecten wordt gesteld: is het veilig? Is het wel verstandig om zomaar dit soort software te downloaden en te installeren? Vanuit het BOINC-project wordt sowieso aangeraden altijd toestemming te vragen aan de eigenaar van de computer en/of de netwerkbeheerder, maar daarnaast wijst Anderson op twee ingebouwde beveiligingsmechanismen: BOINC maakt gebruik van code signing, waardoor hackers, zelfs al zouden ze inbreken in de projectserver, ze die server niet kunnen gebruiken om malware te verspreiden. Daarnaast is er de ‘client sandboxing’, waardoor projectapplicaties worden gedraaid onder accounts met beperkte rechten, zodat zelfs al zouden er foute of kwaadaardige componenten in zitten, de toepassing geen andere bestanden kan lezen of schrijven buiten die van de applicatie zelf. Een risico dat nog wel zo nu en dan door gebruikers wordt genoemd, is dat sommige laptops oververhit kunnen raken. Gebruikers kunnen dat zelf tegengaan door de processor op een lager percentage te laten draaien.

Bron: Techworld