Sommige ICT-banen zijn letterlijk ranzig. Graven rond de ingewanden van een datacenter of netwerkkabels trekken door kruipruimtes kunnen aanleiding zijn voor een grondige scrubbeurt of natuurlijk gewoon een douche.

Vaker komt het echter voor dat smerige ICT- banen je in moeilijke situaties brengen, zoals wanneer je moet uitleggen aan een groep arrogante nerds waarom het netwerk niet geüpgrade kan worden op dezelfde dag als de salarisbetalingen de deur uit moeten. Of wanneer je moet uitleggen dat je geen spammer bent, ondanks wat er op je visitekaartje staat. Of waarom liegen over de producten van je bedrijf wellicht niet de beste strategie is voor groei op de lange termijn. Misschien ben je gedwongen om de schuld op je te nemen voor een mislukt project, zelfs wanneer het jouw fout niet is of om foute handelingen bloot te leggen op je werkplek, zelfs als het je carrière in gevaar brengt.

Smerige banen rusten nooit en de mensen die ze moeten uitvoeren ook niet. Wees dankbaar dat je niet één van hen bent. En als je dat wel bent.. Nou ja, je hebt in elk geval nog een baan, toch?

De e-mail ninja

GEZOCHT: E-MAIL NERD DIE BEKEND IS MET DE FIJNE KNEEPJES VAN AUTHENTICATIE, SMTP, DNS, DNSBL'S EN MTA, MAAR OOK MET ANTISPAM WETGEVING OVER DE HELE WERELD. MOET GOED KUNNEN SAMENWERKEN MET MARKETINGFEEKSEN EN HELPDESKZOMBIES EN HIJ MOET DE TIJD VAN ZIJN LEVEN KUNNEN HEBBEN IN EEN VLIEGVELDLOUNGE.

Het moeilijkste gedeelte van Andrew Bonar’s baan is om de wereld ervan te overtuigen dat hij geen spammer is. Op zijn visitekaartje staat namelijk “e-mail deliverability consultant”, wat meestal genoeg is in combinatie met zijn naam om Viagra grappen te kickstarten.

Bonar werkt met bedrijven wiens e-mail niet aankomt bij klanten, met dank aan massa’s spamfilters. Bonar is de directeur en stichter van EmailExpert en moet ISP’s ervan overtuigen om de legitieme e-mail van zijn klanten door hun filters te laten, terwijl hij zijn klanten overtuigt van het feit dat zij zich aan de regels dienen te houden.

Even voor de goede orde, zegt Bonar dat hij nooit iets gedaan heeft wat te maken heeft met medicijnen, voedings- of gezondheidssuplementen, gewichtsafname, gokken, liposuctie, cosmetische operaties of penisvergrotingen. Wel heeft hij een keer een project gedaan voor het belastingkantoor van het Verenigd Koninkrijk.

Er zijn niet veel freelance e-mail deliverability specialists, zegt Bonar. Dat is één van de redenen dat hij evenveel frequent-flyer miles heeft als George Clooney in 'Up in the Air'. Hij vliegt van zijn thuisbasis in London naar Australië, Nieuw Zeeland, Duitsland en weer terug. 35 uur achter elkaar reizen is hem niet vreemd.

Het ergste is nog dat hij zoveel te maken heeft met marketing afdelingen. “Je wordt kotsmisselijk van die gasten. Ze zijn nog veel erger van gebruikers, omdat deze ‘bacillen’ viraal lijken te zijn.”

De grootste uitdaging is om ISP’s te overtuigen van het feit dat hij geen slechterik is, het uitvogelen van wat ze willen dat ik verander in die e-mails en het bewijzen dat de e-mails daadwerkelijk gewenst zijn.

Bonar overtuigt bedrijven ervan om netjes om te gaan met commerciële e-mail, zodat mensen echt de informatie krijgen die ze wensen en geen Russische bruiden op bestelling. Het verkopen van e-mailadreslijsten aan derden vindt hij niet kosher.

Veel commerciële e-mailers willen niet volgens de regels spelen, dus Bonar krijgt enorm veel domme vragen, zoals “Kan ik van jou een lijst kopen met de namen van 10.000 dokters?”, “Kunnen we de ‘unsubscribe’ link weglaten?”, “Hoe kunnen we gebruikers tegenhouden om op het ‘report spam’ knopje te drukken?” en “Kun je een blacklist in het leven roepen om de e-mail van mijn concurrent tegen te houden?

“Deze mensen hebben twee gezichten, een publieke en eentje achter gesloten deuren”, zegt hij. “Ze realiseren zich niet dat wanneer ze de regels aan hun laars lappen, het ze uiteindelijk snoeihard terug in hun aars hapt.”

De loonlijst agent

GEZOCHT: SYSTEEMBEHEERDER DIE LANGE DAGEN MAAKT EN VAKANTIES OM DE LOONBETALINGSDAGEN VAN ANDEREN HEEN PLANT. MOET BEREID ZIJN OM TE KUNNEN OMGAAN MET EGOCENTISCHE ICT-PROFESSIONALS. HET VERMOGEN OM FRAUDE TE KUNNEN RUIKEN IS ESSENTIEEL.

Je zou denken dat degene in de organisatie die ervoor zorgt dat iedereen zijn of haar geld krijgt, met de grootste respect behandeld wordt. Niets is echter minder waar.

Jennifer Hoffmann werkte 3 jaar lang voor een groot telecommunicatiebedrijf in de VS. Ze was de enige die wist hoe de ‘time-and-attendance’ software werkte die essentieel is om de salarissen van 12.000 fulltime werknemers en 3.000 freelancers uit te betalen. Van de conciërge tot de directeur, als je geen elektronische tijdkaart invulde, werd je niet uitbetaald.

“Natuurlijk kon het bedrijf je handmatig een cheque uitschrijven, maar dan moest je wel met Bonnie praten. En dat is wellicht de meest gehate persoon binnen het bedrijf”, aldus Hoffman die nu levens- en zakencoach is in Los Angeles.

“Mensen hebben me serieus geld geboden om met Bonnie te praten. En ik heb het niet gedaan.”

Tijdens elke loonbetalingsronde was er wel weer een ICT freelancer die een verandering in het netwerk aanbracht die ervoor zorgde dat haar systeem uitviel. Die server met de time-and-attendance software bevond zich echter diep in een datacenter dat zich 2.500 kilometer verderop bevond en moest handmatig herstart worden. Jennifer moest dan opbellen en precies uitleggen aan de lokale technici hoe ze dat moesten doen.

Het omgaan met elitaire, duur betaalde, arrogante freelancers die dachten dat ze netwerk upgrades konden uitvoeren wanneer ze maar wilden was een flinke uitdaging volgens Hoffman. “Ze waren dermate gefixeerd op wat ze aan het doen waren dat ze de neveneffecten vergaten die hun acties hadden.”

Het andere deel van haar werk, om mensen ervan te weerhouden om de boel op te lichten, was eigenlijk nog erger. Ze werd door de divisie interne zaken namelijk gevraagd om politieagentje te spelen voor de loonbetalingen. Zo is het een keer voorgekomen dat er een werknemer ontslagen was in mei, die inlogde in het systeem en de urenregistratie voor de rest van het jaar invulde voor zichzelf. Daardoor zou hij de rest van het jaar op de bank kunnen hangen en toch uitbetaald krijgen.

En dan was er nog die keer dat een HRM werknemer deed alsof ze een groot aantal oud-werknemers terug in dienst nam en ze een paar dagen later weer ontsloeg. Hun loon werd vervolgens op een bank gestort in een buurstaat, waar haar partner in crime het geld kon opnemen en ze het gestolen geld konden verdelen.

De vrouw werd uiteindelijk ontslagen, maar nooit vervolgd. Later probeerde ze Hoffman als referentie te gebruiken. Je kun je waarschijnlijk enigszins voorstellen hoe dat is afgelopen.

“Ik wilde werknemers helemaal niet bespioneren, maar na dat incident met de vrouw van HRM werd ik veel gebeld door interne zaken”, zegt ze. “Wanneer je met een loonbetalingssysteem werkt, moet je echt met mensen samenwerken die je kunt vertrouwen. Anders kunnen ze je leegroven. Het zijn de smerige banen zoals deze die de ruggengraat vormen van elke organisatie.”

De koelvloeistofjunk

GEZOCHT: INDIVIDUEN DIE ZICH IN DIKKE PAKKEN GRAAG IN HET ZWEET WERKEN IN OMGEVINGEN MET VEEL STOF, VETTIGE SUBSTANTIES EN HOOGSPANNING. MOET GRAAG IN EEN OVEN-ACHTIGE OMGEVING WERKEN. VOOR EIGEN PSYCHOLOOG KUNNEN SPELEN IS EEN PRE.

Wat je wilde lezen in dit artikel was natuurlijk heet, zweterig, vuig ICT-werk. Ga dan maar eens praten met de gasten in gaspakken die service leveren voor de IT infrastructuur in de hete kern van je datacenter.

Of je nu werkt in een raamloos kantoor dat omgebouwd is tot een serverruimte (en vuilnisopslag) of een glimmend gloednieuw datacenter, als het koelingsysteem onderhoud nodig heeft wordt het al heel snel heet en ranzig, zegt Greg Grace. Zijn officiële titel is teamleider van precisie koeling en hij werkt bij Emerson Network Power’s Liebert Services.

“De temperatuur komt al heel snel boven de 40 graden en lekker in je ballenknijper rondlopen om te luchten zit er niet in”, aldus Grace. Je hebt een katoenen pak aan, dat aan alle kanten dicht is, een capuchon op, dikke handschoenen aan en je draagt een gezichtschild. Dat is nu eenmaal de standaarduitrusting als je je in de buurt bevindt van 480 volt voedingen die potentieel kunnen ontploffen.

“Zo’n ontploffing kan eruit zien als een bliksemschicht”, zegt Grace. “We zien eruit als Marty McFly uit Back to the Future die aan het klooien is met plutoniumstaven. Aan het eind van de dag stinken we zo hard, dat zelfs de blije mussen dood van het dak vallen.”

Grace vertelt dat de nieuwere generatie systemen die ontworpen is om de hitte van serverrekken op te vangen, de temperatuur zelfs nog veel meer opschroeven. “Het is alsof je een skipak aan hebt in een sauna.”

Maar als datacenters oververhitten, gaan de servers als nachtkaarsjes uit. Dan gaat de telefoon van Grace rinkelen, en hij staat 24 uur per dag en 7 dagen per week stand-by. En als hij dan opneemt, raaskalt er aan de andere kant van de lijn een IT-manager of directeur in zijn oor. En je werkt door tot het probleem is opgelost, ook al duurt het de hele nacht.

“Wanneer ik ter plaatse ben, ben ik degene die met de klant praat", zegt Grace. “Als de klant een slechte dag heeft, krijg ik dus de volle lading. Dat is altijd weer lachen, gieren, brullen!”

De marketingfeeks

GEZOCHT: DYNAMISCHE GO-GETTER MET VLOEIENDE BEHEERSING VAN HET NERD-DIALECT, OF DIT OP ZIJN MINST KAN FAKEN. MOET INTERESSANTE CONCEPTEN KUNNE VERTALEN IN VERKOOPBARE PRODUCTEN. KAN UITSTEKEND SLIJMEN EN BEHAGEN, EN HEEFT EEN INGEBOUWDE STIERENSTRONTDETECTOR.

De relatie tussen ICT en marketingafdelingen is nooit echt geweldig geweest. Geeks denken dat marketingmensen te achterlijk zijn om technologie te begrijpen, want dat is natuurlijk het enige dat telt. Andersom zouden marketingmensen graag zien dat die IT'ers eens per week van shirt zouden wisselen en Nederlands zouden leren praten in plaats van in afkortingen te spreken.

De stereotypen voorbij, is het echter zo dat de meeste technologiebedrijven niet zouden kunnen overleven zonder mensen die de juiste boodschap naar buiten kunnen brengen.

“Iemand moet wat lippenstift op dit varkentje aanbrengen om het te kunnen verkopen, en dat is de marketingfeeks”, zegt Robin Bectel, vice president van New Venture Communications. “Het technische team mag dan een product bouwen dat ze gaaf vinden, maar dat hoeft niet te betekenen dat de markt erop zit te wachten. Al kan het een miljoen dingen, er zijn soms maar een paar functies die het maken tot iets wat mensen daadwerkelijk willen kopen. Wij zijn ervoor om hun dromen te verwezenlijken.

Het vunzige gedeelte is dat technische mensen de waarheid soms niet zo nauw nemen. Maar het is de marketingfeeks die daar een stokje voor steekt.

“Je weet niet half hoe vaak het gebeurt dat een klant of baas me recht in de ogen kijkt en zegt dat een product klaar is om gelanceerd te worden, terwijl het amper in de alpha fase is”, zegt Bectel. “De voordelen en functies waar je over opschept als zijnde revolutionair zijn vaak nog niet eens gebouwd. Je ziet vaak pas het gehele plaatje wanneer je vraagt om een reviewversie om te testen. Tegen die tijd is je reputatie echter al aangeschoten wild en moet je redden wat er te redden valt.”

Maar dat is nog niet eens het ergste, stelt Brenda Christensen, hoofd van Stellar Public Relations.

“Je wordt gevraagd om een fictioneel persbericht te schrijven over ‘uitbreiding’ naar ‘nieuwe kantoren’, maar wanneer je vervolgens gaat bellen, dan blijkt het om een breigroepje te gaan in Brazilië en dus helemaal niet om een uitbreiding van het eigen bedrijf,” zegt ze. “Of er wordt je gevraagd om TM achter een productnaam te zetten, terwijl er helemaal geen trademark is aangevraagd. Of je laat een product testen, om er vervolgens achter te komen dat iemand met secondelijm het powerknopje er weer opgelijmd heeft. Ik heb moeten huilen om me daaruit te redden. En zo gaat de lijst nog even door.

En dan zijn er nog de kleine dingen die niet in de functieomschrijving staan, zegt Christensen. Zoals het feit dat je de programmeur/directeur moet overhalen om zijn met zweet bevlekte shirt te verwisselen voordat hij een grote fotosessie in gaat of dat je hem moet leren hoe hij zijn stropdas om moet doen in de taxi op weg naar een vergadering. En natuurlijk moet je hem leren omgaan met zijn teleurstelling wanneer dat geweldige nieuwe product het toch net niet tot de voorpagina van de Wall Street Journal of TechCrunch schopt.

“De persoonlijkheid van geeks is erg afwijkend”, zegt Bectel. “Ik heb gewerkt in veel verschillende marktsegmenten, maar ICT'ers hebben veel hogere verwachtingen op het gebied van exposure van hun producten dan zo ongeveer wie dan ook. Dat komt doordat ze zo ongelooflijk gepassioneerd zijn over wat ze doen, dus verwachten ze dat anderen dat ook zijn.”

De professionele zondebok

GEZOCHT: MANAGER DIE ENORME PROJECTEN WIL LEIDEN WAARVAN OP VOORHAND BIJNA ZEKER IS DAT ZE GEEN ENKELE KANS VAN SLAGEN HEBBEN. HET VERMOGEN OM ONVERMOEIBAAR DOOR TE PLOETEREN EN ZIELSALLEEN TE WERKEN IS EEN VEREISTE. MOET VERDER FYSIEK FIT GENOEG ZIJN OM DE SCHULD VAN ALLES OP ZIJN OF HAAR SCHOUDERS TE NEMEN.

Wanneer een groot project fout gaat, kan het echt goed fout gaan. En weinig grote projecten hebben zo’n geweldige reputatie voor fouteboel als enterprise resource planning. ERP systemen staan bekend als miljoenenverslinders die te hoog mikken en dan hun doelen volledig voorbij schieten. Maar toch, iemand had de taak om het project doorgang te laten vinden of strijdend ten onder te gaan.

Zoals Mr. T zou zeggen: “we pity the fool.” En in de late jaren ’90 was een van die sukkels Michael S. Meyers-Jouan. Als CIO van een klein kleermakersfamiliebedrijf. Meyers-Jouan's baan hield in dat hij het bedrijf uit het DOS-tijdperk trok en lanceerde naar wat toen moderne ICT was.

“Toen ze me aannamen, bood ik support aan een vooroorlogs ordersysteem dat op een AIX-box draaide, een MAS 90 systeem en een verzameling aan pc’s”, vertelt Meyers-Jouan, die later een zelfstandig technologisch consultant werd. “Ik ondersteunde een HRM afdeling die Windows, relationele databases of netwerk beveiliging nooit heeft begrepen. Ik ondersteunde procesmanagers die kolommen aan nummers invoerden in Excell en vervolgens de rekenmachine pakten om alles op te tellen en ik had CAD-systeemgebruikers die backups maakten op floppies.

Toch had Meyers-Jouan de taak om zijn nieuwe werkgever de laat 20e eeuw in te loodsen. Hij produceerde een gedetailleerde RFP, comprimeerde de lijst van potentiële resellers binnen een aantal maanden van 30 naar 3 en uiteindelijk naar een enkele ‘winnaar’.

“Toen begon het leuk te worden”, zegt hij. “Het installeren van de ERP-software was relatief simpel. Het interviewen van de gebruikers om het zakelijke proces en de taakomschrijvingen in kaart te brengen was kinderlijk eenvoudig. Het configureren van de software om de zakelijke behoeften te bevredigen was lastig en vrat een hoop tijd, maar viel binnen ons vermogen. Maar de gebruikers het systeem daadwerkelijk te laten gebruiken, dat ging simpelweg niet gebeuren.

De fabrieksarbeiders weigerden mee te doen aan het proces, ondanks beloftes dat ze nog maar de helft van het werk zouden hoeven te doen. De back-office medewerkers konden niet begrijpen hoe een fabrieksarbeider die onder de olie en andere viezigheid zat hen iets nuttigs zou kunnen vertellen, dus ze bleven e-mail, hun spreadsheets en machientjes met 10 toetsjes gebruiken om hun werk te doen. En het laatste dat het management wilde horen was dat de bedrijfscultuur drastisch aan een revolutie toe was.

“Het was de enige keer in mijn leven dat ik ontslagen ben”, vertelt Meyers-Jouan. “Het ERP-systeem is uiteindelijk nooit in gebruik genomen en even later nam het bedrijf geen telefoontjes meer aan, zogezegd.”

Ook al is ERP betrokken bij dit smerige baantje, dezelfde factoren spelen mee in zowat elk ICT-project dat geen actieve ondersteuning geniet van zowel eindgebruikers als management.

“Ik ben weer als ontwikkelaar aan de slag gegaan”, voegt hij toe. “Maar met extra veel respect voor de mensen die ICT-projecten kunnen laten werken in een zakelijke omgeving en met een groter bewustzijn van grote implementatieprojecten die niet de volledige toewijding van de klanten hebben.

De klokkenluider

GEZOCHT: IEMAND MET HOGE MORELE WAARDEN DIE DE VUILE WAS VAN DE WERKGEVER OPENBAR WIL MAKEN. HET RISCO IS HOOG; DE FINANCIËLE BELONING KAN EVENREDIG GROOT ZIJN, MAAR IS NIET GEGARANDEERD. ONTEVREDEN WERKNEMERS ZIJN WELKOM.

Bijne elke organisatie heeft wel gore geheimpjes. Vaak weten ICT'ers waar die bewaard worden. Soms moet een geek naar voren stappen en de schijnwerper erop richten, maar dat is niet makkelijk.

Vraag maar eens aan Hankie Doodle (niet zijn echte naam). Als informaticaleraar bij East Coast highschool, werd Doodle bezorgd over de aanschaf van single-user licenties van Adobe Creative Suite en Microsoft Office, die vervolgens op netwerkservers geïnstalleerd werden waar 5.000 gebruikers op aangesloten waren.

Doodle zegt dat hij bij zijn meerderen aanklopte en ook bij de ICT-afdeling van het district en uitlegde waarom dat niet kon, waarop geen reactie kwam. Op een dag belde hij dus de Business Software Alliance (BSA) en gaf ze aan.

“Met sommige software zaten we inmiddels op dag 120 van een gratis trial versie”, zegt hij. “Een deel van wat we proberen te doen is kinderen ethiek bijbrengen. Dat is nogal lastig wanneer de software die je gebruikt illegaal is. De kinderen weten dat namelijk.

De BSA is afhankelijk van tips van mensen zoals Doodle, zegt Jennifer Blank, de directeur van juridische zaken bij de BSA. Het zijn vaak ontevreden werknemers die naar ons toekomen. Soms zijn het echter ook gewoon ICT professionals die het juiste willen doen.

Natuurlijk biedt de BSA wel bepaalde prikkels, zoals een maximum van een miljoen dollar voor tips die leiden tot succesvolle schikkingen met software piraten. De hoogst uitgekeerde beloning loopt echter in de tienduizenden dollars. Om je te kwalificeren voor een miljoen dollar, zou de schikking op zijn minst 20 miljoen dollar moeten bedragen.

Doodle zegt dat hij nooit gevraagd heeft om geld te ontvangen en dat ook nooit gehad heeft. Het district hoefde geen schikking te betalen. Maar een paar maanden nadat hij de BSA gewaarschuwd had, hebben zijn werkgevers legale licenties gekocht voor hun software.

De BSA krijgt ook kritiek, namelijk van mensen die beweren dat de BSA de hoeveelheid illegale software schromelijk overdrijft, dat het vooral kleinere bedrijven op het matje roept die zich niet kunnen verdedigen, en dat het optreedt als verkapte politieagent voor toch al stinkend rijke softwareontwikkelaars als Microsoft.

“De mensen die ons beschuldigen vergeten dat ze mensen verdedigen die software stelen”, zegt Blank. “Het zou wel vreemd zijn om naar de Media Markt te gaan en een exemplaar van Windows 7 in je zak te steken. Maar in dit geval nemen ze zelfs een exemplaar van Windows en installeren die op 100 computers. Dat lijkt me 100 keer zo erg.”

Klokken luiden behelst meer dan het openbaar maken van software piraterij. Eerder deze maand werd smart card fabrikant e-Smart Technologies veroordeeld tot een boete van 600.000 dollar en tot het aannemen van een werknemer die eerder was ontslagen nadat hij de autoriteiten had ingelicht over onzorgvuldigheden in de SEC filing van het bedrijf.

Maar deze smerige ICT baan is niet voor de slappelingen onder ons. De database administrator Nell Walton vertelt op haar blog The Whistler's Ear het verhaal van haar drie jaar durende strijd met haar oud-werkgever, de credit card verwerker Nova Information Systems (nu Elavon gedoopt), nadat ze ongebreideld beveiligingslekken blootlegde. De lekken bestonden wel degelijk, maar de rechter oordeelde dat ze dat als database administrator geen redelijk vermoeden kon hebben dat haar werkgever de wet overtrad, zoals dat benodigd is in de Sarbanes-Oxley wet.

“Het is geen pad dat ik iemand zou aanraden, tenzij je een volledig ethische reden hebt om het te doen, een stalen ruggengraat en een dikke huid. Met andere woorden: verwacht niet dat je hiermee een miljoen dollar gaat verdienen”, schrijft ze. “Iets waar alle ICT mensen bewust van moeten zijn is dat we nu eenmaal niet zoveel bescherming genieten als klokkenluider." In Nederland is dat al niet anders.

De netwerk sherpa

GEZOCHT: LAN EN WAN EXPERT DIE HET BIJZONDER PRETTIG VINDT OM ZIJN OF HAAR HANDEN VUIL TE MAKEN. VINDT HET NIET ERG OM TE OVERNACHTEN IN EEN AUTO EN DIENT HET VERMOGEN TE BEZITTEN OM KLANTEN HET PLEGEN VAN CRIMINELE FEITEN UIT HET HOOFD TE PRATEN.

Het is eigenlijk best simpel tegenwoordig: geen netwerk, geen zaken. Iemand zal dus met een Cat-5 kabel door de modder moeten kruipen of twee draadloze technologieën moeten kunnen laten communiceren. Daar hebben we de netwerk sherpa voor, wiens baan het is om zijn cliënten de LAN-berg op te zeulen en ze gillend en schreeuwend op de top neer te zetten.

Maar het allersmerigste gedeelte van het werk is jezelf in stoffige, smalle ruimtes te wurmen die krioelen van het ongedierte, zegt Bill Horne, die jaren gespendeerd heeft als een zelfstandig netwerk consultant. En moderator is van de Telecom Digest Telecom Digest . Het behelst omgang met klanten die hun in elkaar stortende ICT infrastructuur willen upgraden, maar toch zo zuinig zijn dat ze het toiletpapier 2 keer aan elke kant gebruiken.

“Zelfs den hel kent nog geen gelijke furie als een klant die hoort dat hij moet betalen voor een draadloze bridge die honderd meter aan RG-58A/U coax kabel zou moeten vervangen. Een kabel die al 20 jaar lang diende als de Ethernet backbone tussen twee gebouwen,” zegt Horne. “Zelfs als de kabel begraven ligt onder een parkeerplaats, aangevreten is door knaagdieren en het elektriciteitsbedrijf al bevolen heeft om de kabel weg te halen omdat het ding in de weg zit, dan nog zal de klant beweren dat zijn netwerk nog steeds op z’n minst 10 gig aan capaciteit heeft.”

Horne heeft vaak genoeg moeten uitleggen dat er ten eerste ernstig op gefronst zal worden wanneer hij het elektriciteitsbedrijf gaat proberen om te kopen en ten tweede dat 802.11 standaarden erg geëvolueerd zijn sinds 10Base2 uitgevonden werd.

Erger nog, als je dan goed werk hebt geleverd, willen ze dat je naar hun huis toekomt en daar hetzelfde doet. Zo was er de keer dat een baas van de grootste klant van Horne hem vroeg om het internet te repareren in zijn vakantiehuisje in het afgelegen New Hampshire.

“Je zou denken dat wanneer er een probleem is met een internetverbinding, er op zijn minst een internetaansluiting aanwezig is,” zegt Horne. “Maar helaas…”

Na een vier uur lange rit van Boston naar de grens van Canada, arriveerde Horne om daar vervolgens een Linksys draadloos access point te vinden, die met duct-tape aan een satellietschotel was geplakt, die gericht was op een verre heuveltop waar een keer een onbeveiligde Wi-Fi hotspot was waargenomen. Horne legde rustig uit aan zijn klant dat een Wi-Fi connectie jatten geen goed idee is en dat, wanneer je een betrouwbare internetverbinding wil hebben, je toch echt een bedrijf zult moeten betalen om het aan te bieden, ook als je in niemandsland woont.

“FedEx kwam me uiteindelijk te hulp schieten”, vertelt hij. “Na een erg koude nacht gespendeerd te hebben in mijn auto (de gastank was leeg en ik was mijn bijl vergeten, maar gelukkig had ik nog een slaapzak bij me) werd ik beloond met een satelietschotel met bijbehorende spullen, vers van de lopende band.

Horne verwijderde de oude schotel door een touw aan een boomtak vast te knopen en hem van de paal te trekken met zijn auto. Daarna installeerde hij het nieuwe systeem op de oude paal, die “groene lichten gaf en geweldige downloadsnelheden haalde bij het omhalen van de schakelaar.”

Gelukkig voor Horne was dat zijn laatste triomf. Hij heeft zijn netwerk sherpa lifestyle opgegeven en een baan aangenomen bij een computerbeveiligingsbedrijf, waar hij slechts te maken heeft met hackers en malware auteurs, ontevreden werknemers en bedrijfsspionageagenten. Ach, het leven is mooi.

Bron: Techworld