Gisteren zijn we al uitvoerig ingegaan op hoe je clients kunt migreren naar Windows 7. maar misschien overweeg je desktopvirtualisatie, vanwege de flexibiliteit en de snelheid die het biedt bij het herstellen, beveiliging en upgraden van systemen.

Op een virtuele harddisk

Er zijn verschillende manieren om client-side virtualisatie in te zetten. Een daarvan is het installeren van Windows 7 op een virtuele harddisk (VHD). Je hebt dan een enkel bestand dat je makkelijk kunt kopiëren en overal in kunt zetten. Voortbordurend op deze techniek kun je meerdere VHD’s naast elkaar maken. Je hebt dan een core file dat door iedereen wordt gebruikt en daarnaast VHD’s waar applicaties op staan en andere configuraties voor afdelingen of gebruikers met specifieke eisen. De pc start gewoon op zoals gebruikelijk, maar opent Windows 7 van de VHD in plaats van van de harde schijf.

Het gebruik van VHD’s maakt de pc ongeveer 3 procent langzamer, aldus Microsoft. Bovendien kun je op deze manier geen gebruik maken van Windows Experience Index en je kunt de disk waarop de VHD staat ook niet versleutelen met BitLocker. (In de VHD kun je BitLocker gewoon gebruiken) Overigens heb je wel Virtual PC of Virtual Server nodig om VHD’s aan te kunnen maken en die draaien alleen op de 32-bit versie van Windows. Op een MSDN-blog kun je meer details vinden over deze setup.

VDI

Een heel ander concept van desktopvirtualisatie is VDI (virtual desktop infrastructure), waarbij het besturingssysteem wordt gehost op een server in het datacenter. Gebruikers krijgen hierbij precies dezelfde ervaring met het besturingssysteem als ze zouden hebben als het lokaal op de pc zou staan. Maar ondertussen kan de IT-afdeling de desktop in het datacentrum heel makkelijk beheren en hem naar verschillende desktops leiden. Dat is handig als een werknemer even in een ander kantoor zit of thuis werkt. Gartner schat dat in 2014 ongeveer 15 procent van de professionals Windows op deze manier zal draaien.

Hypervisor

Misschien wat meer futuristisch is het draaien van Windows 7 direct op een hypervisor, waardoor je Windows 7 kunt laten draaien op computers die helemaal niet zijn gebouwd op Windows. Als de computer een hypervisor kan draaien, dan kun je daar Windows 7 op zetten. Door het gebruik van management tools, kun je het besturingssysteem snel inzetten op meerdere systemen. Er zijn al tools op de markt (zoals NxTop van Virtual Computer) waarmee je virtuele systemen kunt beheren, waarmee je de drives kunt versleutelen en waarmee je het systeem schoon kunt vegen als het wordt gestolen of verloren.

Deze benadering kan erg nuttig zijn bij de migratie van gebruikers die nu al XP draaien met behulp van client virtualisatie. In die gevallen kunnen ze worden overgezet naar een nieuw besturingssysteem en verhuist hun computerpersoonlijkheid gewoon met hen mee. Maar onthoudt hierbij wel dat dit echt vooruitstrevende techniek is, dus het is meer iets waarmee je kunt experimenteren dan dat het iets is om over het hele bedrijf uit te rollen.

Met Windows 7 kun je dus je desktops goed virtualiseren. Maar voor je hiertoe overgaat, zou je ook alternatieven moeten overwegen, zoals de producten van Citrix en VMware. Daar zitten weer opties in die je (nog) niet bij Microsoft zult aantreffen.

Bron: Techworld