Het installeren van open source applicaties op Linux gaat in een handomdraai. Je tikt gewoon ‘apt-get install’, ‘yum install’, of een vergelijkbaar commando op een andere distro, en alles wordt keurig opgehaald en geïnstalleerd, inclusief alle dependency’s.

Op Windows

Microsoft-ontwikkelaar Garreth Serack constateert echter dat het installeren van open source apps op Windows een stuk moeizamer gaat. Op Windows kom je nog wel in de ‘dependency hell’ terecht, waar Linux jaren geleden bekend om stond. Voor PHP heb je bijvoorbeeld allerlei bibliotheken nodig, aldus Serack in zijn aankondiging, die allemaal verschillende omgevingen, tools en besturingssystemen gebruiken. Daarnaast heb je het probleem van de verschillende versies van dezelfde bibliotheken die met de verschillende apps worden meegeleverd. Bovendien moet de gebruiker vaak zelf op zoek naar binaries en bibliotheken, waardoor die verouderd zijn tegen de tijd dat het volgende pakket wordt geïnstalleerd.

Daardoor vergt het installeren van open source applicaties op Windows flink wat moeite, terwijl ze onder Linux geen enkel probleem opleveren. Dat hij een zere plek raakt, blijkt al uit de eerste reactie. Me and myself zegt dat hij vijf jaar heeft geprobeerd om open source applicaties op Windows te draaien, maar dat het alleen maar hoofdpijn heeft opgeleverd. “Als je open source apps op Windows wilt draaien om ze uit te proberen… dan is dat ok, maar wil je serieuze zaken aanpakken, of de apps zakelijk gebruiken, dan kun je alles beter op Linux draaien”, schrijft hij.

Anders dan op Linux

Juist dat wil Serack veranderen. Hij wil een package management systeem voor Windows maken, zoals apt en rpm. Maar hij is zich er wel van bewust dat dit op een andere manier moet gebeuren dan op Linux, aangezien Windows een heel ander systeem is dan Linux, waarop de zaken heel anders geregeld zijn.

Het Common Opensource Application Publishing Platform (CoApp) dat hij wil gaan ontwikkelen moet dan ook helemaal zijn toegesneden op Windows, zodat het gebruik maakt van de specifieke mogelijkheden van dat platform. Om te beginnen moet het dus de tools, methodieken en technologieën op Windows gebruiken zoals die bedoeld zijn, zodat het systeem gebruik kan maken van alles wat Windows te bieden heeft, schrijft Serack. “Ik wil niet gewoon een kopie maken van de manier waarop Unix deze dingen doet. Windows slaat binaries niet op in c:\usr\bin (/usr/bin), en bibliotheken niet in c:\usr\lib (/usr/lib), dus zo gaan we het niet aanpakken.

Open source karakter

Serack is zich ervan bewust dat hij aan een omvangrijk karwei is begonnen, maar hij denkt dat hij ertoe in staat is om het tot een goed einde te brengen, met de hulp van een gemeenschap. De laatste paar maanden heeft hij een aantal proof-of-concepts gemaakt, ideeën uitgedacht en met de gemeenschap gepraat. Dat was blijkbaar genoeg om het project aan te kondigen en er een project-website en een wiki voor te maken. Nu nodigt hij iedereen uit om er aan mee te werken.

Ook Microsoft ziet iets in het idee van Serack. In een tweede blogpost vertelt hij dat zijn werkgever volledig achter hem staat en dat hij full-time aan het project mag gaan werken. Maar dat doet niets af aan het open source karakter van het project, benadrukt Serack. “Het ontwerp is helemaal van mij en van de CoApp-gemeenschap, ik hoef aan niemand binnen het bedrijf verantwoording af te leggen. Dat maakt dit een droombaan voor mij: Ik kan werken aan een project waar ik enthousiast over ben, ik kan het open source maken, en ik kan er die richting mee uitgaan die ik nuttig vind.”

Volg de auteur van dit artikel op Twitter Bron: Techworld