Gelukkig wordt al nagedacht over de toekomst van de microchip. Die chip gaat misschien wel op onze hersencellen lijken.

Silicon.com geeft een kijkje in de toekomst van de microchip. Volgens de Wet van Moore verdubbelt de hoeveelheid transistors op een integrated circuit elke twee jaar. Dat betekent dat de transistors steeds kleiner moeten worden. Maar transistors kunnen niet oneindig worden verkleind. Ooit zullen de fysieke grenzen worden bereikt.

Om deze fysieke grenzen te doorbreken, zouden nieuwe transistors van ander materiaal dan silicium gebouwd kunnen worden. Grafeen, een koolstof verbinding, is een mogelijke kandidaat. In grafeen kunnen elektronen sneller bewegen dan silicium. Dat maakt snellere processors mogelijk met het hetzelfde aantal transistoren.

Ook koolstof nanobuisjes zijn een alternatief voor silicium, wederom omdat elektronen zich sneller kunnen verplaatsen. Gecombineerd met nieuwe optische technieken voor dataoverdracht, met verwachte snelheden van 50Gbps tot zelfs 1Tbps, kunnen veel snellere computers gebouwd worden met dezelfde hoeveelheid transistoren.

Maar het meest revolutionair is de Memristor: Een stukje electronica op nano-schaal dat zowel als opslag als verwerkingseenheid kan dienen. Vandaar de naam memristor, een samenvoeging van 'memory' en 'transistor'. Het idee stamt al uit 1971, maar pas in 2008 is de eerste memristor gebouwd. Omdat de memristor data zowel kan verwerken als opslaan, lijkt het op de synapsen in onze eigen hersencellen, aldus het artikel op Silicon.com. Met de memristor is het mogelijk om systemen te maken die direct kunnen opstarten, er hoeft immers geen data geladen te worden, die staan al in de memristor. Er wordt zelfs al nagedacht hoe machines gebaseerd op de memristor kunnen dienen om ons menselijk brein na te bootsen.

Er zijn dus nog genoeg ideeën om onze electronica en computers te verbeteren. Met het idee van de memristor kunnen we zeker weer 20 jaar vooruit.

Bron: Techworld