Fedora was een prima idee. Het bracht een hele reeks van goed geschreven en goed geteste third-party software naar een saaie maar stabiele Red Hat-gebaseerde distributie. Het was zelfs zo’n succes dat het een van de belangrijkste desktop Linux-distributies werd.

Van Fedora Core 1 tot Fedora 7 heb ik het op mijn werkstation gebruikt, maar toen ben ik naar CentOS overgestapt, omdat ik extreme stabiliteit nodig had. Op dit moment gebruik ik nog steeds CentOS, maar ik heb besloten om Fedora nog eens te installeren om te kijken wat ik al die jaren heb gemist. Per slot van rekening gaat Red Hat Enterprise Linux waar Fedora gaat, en CentOS volgt dan op de voet.

Gepolijst

De installer is aangepast en ziet er wat vriendelijker uit, maar de installatietypes zijn een beetje vreemd. Je kunt kiezen uit Desktop en Web server. Maar inderdaad, Fedora is, net zoals Ubuntu, niet echt bedoeld als server OS.

De installatie zelf ging snel en pijnloos, en de daaropvolgende boot ging extreem snel, vanaf het POST-scherm tot login in 10 seconden. Helemaal niet slecht!

Wat het besturingssysteem zelf betreft is er veel aandacht besteed aan het wegwerken van de ruwe kantjes, in plaats van aan het toevoegen van functionaliteit. Daaruit blijkt dat het project een zekere volwassenheid heeft bereikt. Zoals bij de meeste Linuxdistributies is het onderliggende besturingssysteem solide, maar dan is het toch een flinke domper als de desktoptools niet goed werken. Het lijkt erop dat Fedora zich erop heeft geconcentreerd om die elementen te verbeteren om zo de totale ervaring beter te maken.

Er zijn geen grote verschillen in layout met andere distro’s die zijn gebaseerd op Gnome 2.30, maar achter de schermen zijn er wel degelijk genoeg verbeteringen en toevoegingen, zoals de verbeterde DisplayPort ondersteuning in Nvidia en ATI grafische kaarten. Verder zul je merken dat er verbeteringen zijn in de interfaces, zoals de ondersteuning voor webcams, de integratie van de GNOME Color Manager en BlueTooth DUN-ondersteuning in de Network Manager applet.

Boot.fedora

Maar onder de GUI zijn er meer veranderingen aangebracht: ext4 is het standaard bestandssysteem, NFSv4 is de standaard NFS protocolversie en NFSv4 wordt voortaan ondersteund over IPv6. Daarbij komt dat Red Hat verbeteringen heeft aangebracht in het KVM virtualisatieframework en in belangrijke componenten als het RPM subsysteem.

Een van de meest tot de verbeelding sprekende toevoegingen aan Fedora is wat mij betreft het boot.fedoraproject.org thin installation framework. Dit is in feite een PXE installatieoptie die gebruik maakt van gPXE en waar je maar een heel klein imagebestand voor nodig hebt om het systeem te booten. De installatie gaat vervolgens verder met remote packagebronnen. Het imagebestand neemt contact op met een remote server voor de informatie over de versie. Zo hoef je het imagebestand niet meer te updaten als er een nieuwe versie van Fedora uitkomt. Die verschijnt dan in de lijst met beschikbare installaties. Hiermee moet het overbodig worden om het DVD ISO bestand te downloaden.

In de verleiding

Alles bij elkaar is Fedora 13 een schone en snelle Linux desktopdistributie. Je kunt het zeker gebruiken voor serverzaken, maar het heeft weinig zin om deze distro te vergelijken met CentOS of andere servercentrische besturingssystemen.

Fedora heeft altijd voorop gelopen, met de nieuwste versies van een enorm aantal geïnstalleerde pakketten (meer dan 1500 in de default installatie). Vergeleken daarbij is Red Hat Enterprise Linux veel behoudender, met een belangrijk langere release cycle, en daardoor stabieler. Ik ben er nog niet uit of ik overga van CentOS, aangezien mijn belangrijkste werkstation nu zo stabiel is als de Alpen, maar Fedora 13 brengt me wel in de verleiding.

Bron: Techworld