De Defensive Patent License (DPL) moet voor patenten worden wat de bekende open source-licentie GPL is voor met name software. De bedoeling van DPL is dat participanten de onder die licentie geschaarde patenten niet inzetten om andere organisaties of producten te dwarsbomen. Het dient voor 100 procent defensieve doeleinden, vertellen de bedenkers, twee rechtenprofessoren aan de Berkeley Universiteit in Californie, aan NetworkWorld.com.

FOSS-ontwikkelaars (Free and Open Source Software) zijn van nature fel tegenstander van het concept softwarepatenten. In de praktijk ontkomen ze toch niet aan de problematiek. Zonder eigen patenten zijn ze kwetsbaarder tegen bedrijven met patenten die daarmee kunnen procederen. Dat omvat naast ondernemingen die eigen vindingen hebben gepatenteerd ook zogeheten patenttrollen; bedrijven die ideeën vastleggen maar zelf niets produceren.

Alles vrijgeven

De DPL-licentie is nog een werk in uitvoering. Wel is al besloten dat leden ál hun patenten onder de DPL-licentie moeten uitbrengen, en niet slechts een selectie. Dit onderscheidt DPL van al bestaande defensieve patentnetwerken, zoals het Open Invention Network (OIN).

Leden van DPL kunnen vrijelijk elkaars patenten gebruiken zonder de vrees dat ze royaltyvergoedingen moeten betalen. Partijen die hun DPL-lidmaatschap opzeggen kunnen de eerder vergeven royaltyvrije licentie niet opzeggen, of achteraf toch nog geld gaan vragen voor hun patenten.

Kosteloos delen

Eigenaren van bedrijfseigen (proprietary) software zijn ook welkom, verzekeren de DPL-bedenkers. Die organisaties moeten dan wel hun softwarepatenten kosteloos delen met andere DPL-leden. Het staat die bedrijven wel vrij om nog royalties te vragen aan niet-DPL-leden.

Bron: Techworld