Met het SUSE Appliance Program wil Novell een eenvoudiger manier promoten om software te distribueren: als een zogenaamd "appliance", een voorgeconfigureerd image met applicatie, middleware en besturingssysteem. Dit image is dan klaar om op een fysieke of virtuele computer geïnstalleerd te worden. Het voordeel van zo'n appliance is dat de geïnstalleerde systeemsoftware en middleware helemaal op maat voor een applicatie kunnen worden gemaakt. Daardoor kan het image compact blijven, heeft het minder updates nodig en is het ook eenvoudiger te beheren. Het resultaat is een veiliger en voorspelbaarder applicatie.

Volgens Boudewijn van Lith, technical account manager bij Novell Nederland, kwam de vraag naar dit soort appliances vooral van ISV's (independent software vendors). "Voordat we met het SUSE Appliance Program begonnen, hadden we heel wat gesprekken met ISV's en hoorden we steeds dezelfde verzuchtingen: zij moeten veel kosten maken om hun software te ondersteunen. Ze leveren een applicatie die bij elke klant op een andere combinatie van database en besturingssysteem draait. En als de klant belt met problemen, moet de ISV eerst vragen over welke versies het gaat en onderzoeken waaraan het probleem kan liggen. Als die ISV daarentegen zelf een appliance levert met een besturingssysteem en database die hij zelf heeft gecombineerd en getest, dan is dat allemaal veel eenvoudiger. Als de klant dan belt voor problemen, hoeft de ISV alleen te vragen om welke versie van de appliance het gaat. Dan kunnen ze het probleem op deze versie uitzoeken", aldus Van Lith.

Aan de slag met SUSE Studio

Om te kijken of het allemaal werkelijk zo makkelijk is, hebben we SUSE Studio voor je uitgeprobeerd. Op de website SUSE Studio kun je zelf je eigen appliance aanmaken. De webinterface biedt een gebruiksvriendelijke en grafische manier om je eigen SUSE Linux-gebaseerde distributie aan te maken. Nadat je ingelogd bent, biedt SUSE Studio een aantal templates aan die als basis voor je appliance dienen. Als besturingssysteem heb je de keuze tussen openSUSE 11.1 en SUSE Linux Enterprise 10 of 11. Er zijn templates aanwezig voor JeOS (Just enough Operating System, een heel minimalistische server appliance), Server, GNOME Desktop, KDE 3 of 4 Desktop, en Minimal X. Die laatste is bijvoorbeeld nuttig voor kioskapplicaties. SUSE Linux Enterprise JeOS, een uitgeklede versie van het serverbesturingssysteem met alleen de essentiële componenten, is ideaal om een applicatiestack in een virtuele machine te draaien. Daarnaast kun je kiezen tussen een 32- of 64-bits architectuur en geef je de appliance een naam.

Na deze basiskeuzes kom je terecht in een interface met verschillende stappen die in tabs verschijnen. In de Software-tab voeg je bijvoorbeeld extra softwarepakketten toe en kun je zelfs repositories toevoegen of je eigen rpm-bestanden uploaden. Om hier efficiënt mee te kunnen werken, moet je wel overweg kunnen met de SUSE-repositories, maar gelukkig heeft de interface een behulpzame zoekfunctie. Je kunt hier ook een repository importeren met pakketten die je met de openSUSE Build Service hebt gecreëerd, bijvoorbeeld als je experimentele versies van software wilt installeren. Tijdens het kiezen van software zie je op elk moment in de zijbalk links de totale schijfruimte die de appliance zal innemen, wat handig is als het geheel op een CD moet passen. Je kunt daar ook details van recent toegevoegde pakketten opvragen, zoals de dependencies (die automatisch toegevoegd worden).

Daarna komt de Configure-tab met de systeemconfiguratie. Je stelt er de taal in, tijdzone, netwerkinstellingen, firewall, gebruikers en groepen, het standaard runlevel, een licentieovereenkomst voor je software, de MySQL-configuratie, aangepaste bootscripts, enzovoort. In de zijbalk krijg je nu tips te zien. Als je bijvoorbeeld de firewall inschakelt, maar niet geïnstalleerd hebt (bijvoorbeeld als je appliance als basis een JeOS-template gebruikt), dan krijg je er een foutmelding te zien met een knop om het pakket SuSEfirewall2 te installeren. In de tab "Overlay files" kun je zelf extra bestanden toevoegen of bestaande configuratiebestanden veranderen.

Uiteindelijk klik je op de "Build" tab en kies je of je de appliance in de vorm van een disk image (voor een USB-stick), een live-cd, VMware-image (die overigens ook in VirtualBox werkt) of Xen-image wilt aanmaken. Ondersteuning voor images in OVF (Open Virtualization Format), Microsofts Hyper-V en Amazons EC2 AMI-formaat staan op de planning. Ook in deze stap krijg je weer tips te zien in de zijbalk. Kies je bijvoorbeeld voor een VMware-image, dan suggereert SUSE Studio om het pakket open-vm-tools te installeren. De build zelf duurt in de meeste gevallen nog geen vijf minuten. Het resultaat kun je downloaden om daarna op je computer te deployen.

Testen en exporteren

Je kunt een appliance ook rechtstreeks in de browser testen zonder hem eerst te downloaden. Klik daarvoor na de build op de Testdrive-knop, waarna er een virtuele machine op Novells servers wordt geboot waarvan de framebuffer via VNC op een Flash-applet in je browser wordt getoond. Je kunt dus heel eenvoudig testen of je appliance werkt zoals je het wilde en er zijn zelfs knoppen om naar een andere virtuele console over te schakelen, om ctrl+alt+del of ctrl+alt+backspace in te typen en om de toetsenbordindeling te wijzigen. Elke virtuele machine op de Testdrive krijgt 512 MB RAM en een uur processortijd, wat ruim volstaat voor testdoeleinden. Je kunt ook wijzigingen aan bestanden doorvoeren in Testdrive, de verschillen bekijken en de wijzigingen definitief maken. Als je daarna een nieuwe build start, worden deze wijzigingen meegenomen. Op deze manier kun je bijvoorbeeld een interactief installatieprogramma van een programma uitvoeren zodat de gebruikers dit niet meer hoeven te doen.

De beschrijving van een met SUSE Studio gecreëerde appliance is ook te exporteren, waardoor je de appliance lokaal zelf kunt aanmaken met KIWI, de open source back-end van SUSE Studio. Aangezien KIWI ook het creëren van een EC2 AMI (Amazon Machine Image) ondersteunt, is deze omweg nu al een manier om van een appliance die je in SUSE Studio aangemaakt hebt een AMI voor in de cloud te maken, als je echt niet kunt wachten op de support later dit jaar.

Totaalverhaal

SUSE Studio is een knap stukje techniek, maar Boudewijn van Lith benadrukt in een gesprek met Techworld dat het SUSE Appliance Program een totaalverhaal is en een belangrijk onderdeel van de cloudaanbieding van Novell: "Niet alleen de technologie is belangrijk, maar ook de ondersteuning die wij kunnen bieden. Wij hebben een speciaal programma om ISV's te ondersteunen bij het gebruik van SUSE Linux: Technology Partner Support (TPS). Dit programma biedt onder andere 24 x 7 technische ondersteuning waardoor de ISV voor zijn SUSE Studio-appliance altijd een beroep kan doen op Novell om zijn klanten te ondersteunen." Volgens van Lith heeft Novell in de laatste maanden in de Benelux tientallen aanmeldingen voor het SUSE Appliance Program gehad. Wereldwijd wordt het programma al gebruikt door onder andere Adobe, HP, IBM, SAP en VMware. Begin oktober, twee maand na de lancering, waren er bovendien al een half miljoen appliances aangemaakt op SUSE Studio.

Om ondersteund te kunnen worden, moet je uiteraard wel opletten dat je niet al te afwijkende zaken in het appliance stopt. Op het moment dat je softwarepakketten gekozen hebt en je klaar bent om een image aan te maken, controleert SUSE Studio de dependencies en vertelt het of het resulterende image geschikt is voor ondersteuning door Novell. Blijf je binnen de ondersteunde repositories, dan zit je veilig. Maar ga je pakketten opnieuw compileren, dan is daar uiteraard geen ondersteuning voor mogelijk.

Als onderdeel van het SUSE Appliance Program zal Novell later in het jaar ook nog de tool SUSE Lifecycle Management Server leveren, waarmee een ISV kan controleren welke softwareversies de klanten op hun appliance hebben en die vervolgens kan updaten. Deze toegang verloopt op een geauthenticeerde manier met toegangscontrole. Bovendien komt er dit jaar een webgebaseerde interface voor SUSE's systeemconfiguratietool YaST, WebYaST. Hiermee kan een ISV van een afstand de SUSE Linux-appliances van zijn klanten beheren. Ze kunnen ook zelf configuratiemodules aanmaken voor speficieke vereisten.

In de komende maanden moet er ook nog een offline versie van SUSE Studio komen, SUSE Studio Onsite. Bedrijven kunnen deze dan in hun eigen datacenter draaien. In tegenstelling tot de online SUSE Studio zal dit niet gratis zijn. Verder verwacht van Lith heel wat van het creëren van EC2-images in SUSE Studio: "Niet alleen ISV's, maar ook andere zakelijke klanten zullen hierin geïnteresseerd zijn. Ze kunnen dan images maken van applicatiestacks die ze intern draaien en offloaden naar de cloud."

Mooi en gebruikersvriendelijk

Het SUSE Appliance Program van Novell biedt een flexibele maar toch ondersteunde mogelijkheid om aangepaste SUSE Linux-images te creëren. Vooral SUSE Studio is mooi aangepakt en gebruiksvriendelijker dan gelijksoortige programma's zoals VMware Studio en rBuilder Online. Ondertussen laat Red Hat op zich wachten met zijn aangekondigde Appliance program.

Bron: Techworld