Het is moeilijk bij artificiële intelligentie om je verbeeldingskracht in toom te houden. Als je de robot-technologie ziet die tentoongesteld wordt op de conferentie over artificiële intelligentie in Atlanta (VS), gaan je hersenen automatisch doordenken over de welhaast oneindige mogelijkheden die robotica biedt. De technologische vooruitgang van iets als expressieve uitdrukking van de ogen voor robots is echter tergend traag.

Om een idee te krijgen hoe lang artificiële intelligentie al onderwerp van studie is, is het wellicht nuttig om te weten dat de conferentie volgend jaar haar zilveren (25-jarig) jubileum viert.

“In het begin hadden we de droom dat robots intelligent konden zijn en dat ze de capaciteiten van mensen konden evenaren of zelfs voorbijstreven”, zegt Leslie Kaelbling, professor informatica en techniek aan de MIT, op de conferentie. “De huidige commerciële realiteit is behoorlijk anders.”

Veel onderzoek naar artificiële intelligentie vindt plaats in andere richtingen dan robotica. Men creëert bijvoorbeeld algoritmes die zakelijke intelligentie, financiën en bijvoorbeeld het web helpen. Artificiële intelligentie is losgekoppeld van robotica, omdat robots lastig zijn wat betreft de fysieke eigenschappen en ze zijn daarnaast onhandig. “Maar het gaat de goede kant op”, zegt Kaelbling.

Vandaag de dag hebben onderzoekers in robottechnologie snellere computers, betrouwbaardere machines en veel van de algoritmes die gebruikt worden in standaard robottaken zijn al gebouwd, volgens Kaelbling. Hij vroeg de onderzoekscommunity of het niet tijd is geworden om robotica nog een kans te geven.

Een onderzoeker aan de Brown University heeft een afzichtelijke robot ontwikkeld. Het is een onderzoeksapparaat van iRobot (hetzelfde bedrijf dat robots maakt die lijken op pannekoeken op wieltjes die kunnen stofzuigen). Onderzoekers hebben hem uitgerust met een pc en een camera. Hij kan de kamer rondkijken en nummerbordjes herkennen zoals die wel eens bij een plaats delict staan.

Je kunt deze robot bijvoorbeeld gebruiken om je kat te bekijken terwijl je op je werk zit. Dat is één van de dingen die Sarah Osentoski, een afgestudeerd informatiekundige die nu onderzoeker is bij Brown University Robotics Lab al met het ding gedaan heeft. De robot is echter meer een voorbeeld om een groter concept te communiceren, dan iets praktisch. Het plan van Robotics Lab is om een soort crowdsource omgeving te creëren om algoritmes via het web te testen op robots in het laboratorium.

Osentoski zei dat het robotonderzoek beperkt is geweest tot eenmalige experimenten, wat betekent dat een robotica onderzoeker zijn robotica resultaten kan laten zien, maar dat anderen het niet zo snel kunnen reproduceren bij gebrek aan een open platform.

Een open platform dat goed toegankelijk is, zou ook een grotere community trekken met meer en bredere vaardigheden om de ideeën te testen en de community zou dan ook sneller de poel van benodigde data kunnen vullen. Zoals Google gedemonstreerd heeft, “als je erg veel data hebt, wordt het leren een stuk makkelijker”, zei Osentoski.

Mensen willen progressie zien in robotica, zei Osentoski. Ze gelooft dat onderzoekers bereid zullen zijn om data te delen met anderen, omdat ze daar zelf ook veel baat bij hebben. “Robotica bevindt zich nu in een soort voorbereidend stadium.”

Andrea Tomaz, assistent professor Interactive Computing Department bij het Georgia Institute of Technology, was ook op de conferentie aanwezig. Hij demonstreerde Simon, een mensachtige robot met een zachtaardig, rond en vriendelijk gezicht en ogen die je aankijken. Simon bewoog blokken van verschillende kleuren, groottes en vormen om zijn leervermogen te demonstreren.

Simon’s hardware is gebouwd door Meka Robotics LLC in San Francisco. Het gezicht is ontworpen door Georgia Tech. Thomaz staat aan het hoofd van de Socially Intelligent Machines Lab van de universiteit, die studenten van informatica, elektrotechniek en een aantal psychologie (die geïnteresseerd zijn in de menselijke interactie met robots) bij elkaar brengt.

Het laboratorium richt zich op problemen uit de werkelijkheid. Er worden bijvoorbeeld robots ontwikkeld die interacteren met mensen, waarbij ze ook van mensen kunnen leren in bepaalde gevallen, volgens Thomaz.

Thomaz gelooft dat de robotica industrie gigantisch gaat zijn. De studenten zijn dan ook gemotiveerd door het idee dat ze een levenslange carrière zullen hebben in robotica.

Bron: Techworld