Dat is tenminste mijn conclusie, nadat ik de laatste verontschuldigende en vingerwijzende geluiden heb doorgenomen die uit het Mozilla-kamp zijn gekomen. Ze zijn daar nog steeds bezig met de vertraagde Firefox 3.6 release, en nu al praten ze bij Mozilla over een flinke herstructurering van het totale ontwikkelproces, waardoor je je af kunt vragen of de organisatie echt nog wel in staat is om de topzware code van de browser te onderhouden.

Behapbare brokken

Eerlijk gezegd zat het er al een tijdje aan te komen. De vroege populariteit heeft geresulteerd in een stortvloed aan extensies van derden, terwijl de architectuur van de browser nog heel erg onvolwassen was. Dit heeft weer geleid tot veelbesproken vertragingen en valse starts, terwijl het ontwikkelteam zijn best deed om het samenraapsel van fixes, patches en structurele pleisters waaruit de latere versies van Firefox bestonden goed te laten werken.

En nu horen we dus dat Mozilla het traditionele release cycle-model zal loslaten, en tussentijdse veranderingen gaat doorvoeren die het samen met de patches en updates de browser binnen zal loodsen. Daarmee geven de ontwikkelaars eigenlijk toe dat het ze niet meer gaat lukken om op tijd een helemaal afgewerkte en geteste versie van Firefox uit te brengen. Dus gaan ze naar dat tussentijdse model, waarmee ze vooruitgang kunnen leveren in wat beter behapbare brokken en ze in een moeite door dat hele vermoeiende proces van beta’s en feedback overslaan.

Recept voor ellende

Maar het uitbrengen van kleine veranderingen zonder uitgebreid testen van de effecten op het onderliggende platform is een perfect recept voor ellende. Vraag dat maar aan Microsoft, dat vele duizenden manuren heeft gestoken in het integreren van de vaak conflicterende ‘hotfix’ releases in samenhangende service packs, die overal ingezet moesten worden zonder dat er iets kapot ging. Zelfs met zijn onbeperkte middelen gaat de reus uit Redmond daarmee regelmatig onderuit en moet het de patches nog verder patchen om de zaken recht te breien. Het is naïef om te denken dat Mozilla het hierin beter zal doen dan het grootste softwarebedrijf ter wereld.

Strategieën

En dan zijn er nog de bedrijven die de browsers moeten gaan gebruiken. Internet Explorer is het vlaggenschip van de web applicatiestrategie van Microsoft, en zolang ze investeren in de back-office technologieën van Microsoft zitten bedrijven, tegen wil en dank, vast aan de browser. Ondertussen heeft Chrome van Google zich ontwikkeld van een interessant gedachte-experiment over browserbeveiliging, tot een belangrijk onderdeel van Google’s strategie om de wereld te veroveren.

En dus staat Firefox met lege handen: Het is geen onderdeel van welk strategisch plan dan ook. De browser van Mozilla is bijna helemaal afhankelijk van de goede wil en het enthousiasme van de gemeenschap. En zoals elke geschiedenisstudent je kan vertellen, is populariteit vluchtig. Vraag dat maar aan de mensen achter KDE. Eén slechte ontwerpbeslissing (of in het geval van KDE een hele vrachtlading aan slechte beslissingen) verandert je van de ene op de andere dag van het lievelingetje in aangeschoten wild.

In de knel

In het geval van Firefox waren de voortekenen al een tijd zichtbaar. Eigenlijk was het lot van de Mozilla-browser al verzegeld op het moment dat Google onthulde dat het bezig was met de ontwikkeling van een eigen browser (waarmee het Mozilla als partner in de kou liet staan). Terwijl Chrome zijn onverbiddelijke opmars voortzet en ook Microsoft een tandje bijzet om van IE van onderhoudsmodus in een actieve ontwikkelingversnelling te krijgen, zodat het de inval van Google kan weerstaan, zal Firefox steeds meer bekneld raken tussen deze twee grootmachten.

Firefox zit tussen twee vuren, en het ziet er niet naar uit dat het verhaal goed af zal lopen voor de open source browser.

Bron: Techworld