Je kunt natuurlijk even overstappen op Linux of FreeBSD, maar dan mis je de functionaliteit die Windows je geeft. De oplossing is simpel: installeer programmatuur die je de functionaliteit van het andere systeem geeft.

Unix-mensen kunnen losgaan met Wine. Voor Windows is er Cygwin. Beide oplossingen hebben voor- en nadelen. De meeste Linux-distributies hebben pakketten voor Wine. Heb je die eenmaal op je machines staan, dan kun veel applicaties die geschreven zijn voor Windows ook op een PC met Unix (Linux, FreeBSD, MacOS X) draaien. Houd er wel rekening mee dat niet alle applicaties zullen werken. Op de website van Wine staat een lijst waarop staat wat wel en wat niet werkt.

Wil je de andere kant op, dan is er Cygwin. Met Cygwin heb je op Windows een complete Unix-achtige omgeving. Cygwin is een product van Red Hat en leunt zwaar op de GNU tools. Het installatieprogramma van Cygwin is flexibel en je kunt uit honderden pakketten kiezen in verschillende versies: ouder en beter getest, of de laatste versies.

Het is wel zo dat het draaien van Unix-programma's op Cygwin niet altijd even vlot gaat als op een Unix-machine. Bepaalde operaties, zoals "forken" (een nieuw process opstarten) zijn op Windows duur en kosten significant meer tijd dan op een Unix-machine.

Overigens had Microsft zelf tot een aantal jaar geleden een eigen vergelijkbaar product, de zogenoemde "Services for UNIX". Dit product is eveneens gebaseerd op de programma's van GNU. De laatste versie is kosteloos te downloaden bij Microsoft, maar het is al een aantal jaren niet meer bijgewerkt.

Bron: Techworld