Bestandsgeschiedenis maakt snapshots van je bestanden en slaat deze op een externe schijf op, via een usb-poort of netwerkverbinding. Eenmaal ingeschakeld kun je eenvoudig met Vorige versies terugzetten eerdere documentsversies op wijzigingsdatum bekijken.

Bestandsgeschiedenis houdt verschillende versies bij van je belangrijkste bestanden, zodat je een specifieke iteratie van een document weer kunt herstellen als dat nodig is. Stel dat je een ooit verwijderde alinea toch weer nodig hebt, kun je hem opvissen uit een eerdere versie en in de nieuwe versie plakken.

Idealiter heb je bestanden op drie plekken: een werkversie op je interne opslag, een lokale back-up waar je direct bij kunt en een versie op een externe locatie, zodat het bestand op een andere fysieke plek is opgeslagen. Mocht er dan iets gebeuren met je woning, bijvoorbeeld een brand of overstroming, dan heb je nog steeds je back-up ergens. De makkelijkste manier om een externe back-up in te zetten is via een online back-updienst.

Om van start te gaan met bestandsgeschiedenis in de laatste versie van Windows 10, open je de Instellingen-app (tandwieltje in startmenu) en ga je naar Bijwerken en beveiliging > Back-up. Sluit nu een externe schijf aan en klik in dit venster op de grote plus naast de tekst Een station toevoegen.

Je kiest hier voor een externe schijf die wordt gedetecteerd en vanaf dat moment maakt bestandsgeschiedenis kopietjes aan in de nu aangemaakte map FileHistory op de usb-stick of externe schijf. In plaats van het plustekentje zie je nu een aan/uit-knop bij Automatisch back-ups maken van mijn bestanden om de feature in- of uit te schakelen.

In de standaardconfiguratie worden alle submappen in de map C:\Gebruikers opgeslagen, zoals Documenten, Bureaublad en Downloads. Om bestandsmappen uit te sluiten of toe te voegen, klik je hieronder op Meer opties.

Het volgende scherm is het venster Back-upopties. Rechtsbovenaan zie je de optie om nu meteen een back-up te starten en daaronder heb je uitvouwmenu's om in te stellen hoe vaak je automatisch een versie wilt laten back-uppen, variërend van elke tien minuten tot dagelijks.

Daaronder kun je instellen hoe lang je back-up bewaard moet blijven, met intervallen van een maand tot het voor altijd bewaren. Of als je niet wilt dat Windows je ooit lastig gaat vallen met opslagfouten omdat er na een tijdje onvoldoende ruimte is je externe schijf, kun je kiezen voor de optie Totdat ruimte nodig is.

Om een map toe te voegen aan de standaardlijst klik je op het pluspictogram naast de tekst Een map toevoegen. Om een map te verwijderen, scrol je naar beneden, selecteer je een map en klik je op Verwijderen. Je kunt ook voor de zekerheid helemaal onderaan kiezen om specifieke mappen zeker niet te back-uppen onder de optie Deze mappen uitsluiten.

Helemaal onderaan vind je ook een optie om een ander station te koppelen - wat betekent dat je huidige opslagmedium wordt ontkoppeld, omdat je de Bestandsgeschiedenis maar op één plek tegelijk kunt bijhouden.

Als je de optie eenmaal gebruikt, is er een heel simpele truc om oudere versies van een document te raadplegen: rechtsklik op een bestand in de verkenner en selecteer Vorige versies terugzetten. Dat is leidt je naar hetzelfde dialoog als je krijgt met rechtsklikken, Eigenschappen en het tabblad Vorige versies waar je alle opgeslagen iteraties met hun wijzigingsdatum ziet.