1. Niet alle applicaties kunnen gevirtualiseerd worden

In het recente verleden kon je door de beperkte rekenkracht van single-core processors nauwelijks virtualiseren. SQL of Exchange op een single-core cpu virtualiseren heeft dan ook weinig zin. Met de huidige generatie multi-core processors is dat anders. Daarmee kun je op één machine eenvoudig meerdere applicaties draaien.

Er wordt weleens gezegd dat database-intensieve applicaties niet te virtualiseren zijn omdat ze teveel input/output verkeer genereren. Op een goed uitgekiend virtueel systeem hoeft dat geen probleem te zijn, zolang je de zware (database)applicatie maar niet naast andere zware apps draait. Eén zware app met een aantal lichte I/O-apps daarnaast is prima te doen, zegt Global Knowledge.

2. Virtualisatie is duur

Voor sommige organisaties lijkt alles sinds de financiële crisis duur te zijn. Vooral IT als 'enabler' heeft daaronder te leiden. Toch verdient een investering in virtualisatie zich relatief snel terug. Dat komt omdat je minder servers gebruikt voor dezelfde workload. Dit betekent minder kosten aan koeling, energie, onderhoud en wellicht licenties. IT-managers kunnen met een slimme calculatie een prima ROI (Return On Investment) laten zien. Natuurlijk kost de ene implementatie meer dan de andere, maar over het algemeen staat vast: virtualisatie levert je op lange termijn geld op.

3. Virtualisatie is lastig onder de knie te krijgen en vergt daardoor veel onderhoud

Het omgekeerde is waar. Virtualisatie maakt gebruik van bestaande skillsets en vereist weinig extra training. Windows, Unix en Linux in een virtuele omgeving functioneert nagenoeg hetzelfde als op een fysieke server. IT-personeel hoeft in de meeste gevallen weinig bij te leren over het onderhoud.

4. Virtualisatie zorgt voor problemen met licenties

Er wordt vaak gezegd dat virtualisatie leidt tot een onder- of overcapaciteit op het gebied van licenties voor bepaalde softwareproducten. Ondercapaciteit zou juridische problemen kunnen opleveren terwijl overcapaciteit geld over de balk smijt. Toch hoeft het niet per se een probleem te zijn. Met goede software voor licentiebeheer voorkom je een hoop narigheid.

5. Virtualisatie maakt systeem- en netwerkmanagement nodeloos gecompliceerd

Virtuele oplossingen zijn makkelijker in beheer dan fysieke implementaties, vaak omdat er een (eenvoudige) management interface aanwezig is. Met zo'n interface kan een manager of beheerder zien welke virtuele systemen draaien, backups maken, systemen afsluiten, herstarten, hardware-configuraties aanpassen en aanpassingen maken in de verschillende besturingssystemen.

6. Virtualisatie creëert overhead door een extra laag toe te voegen

In principe kleeft er veel waarheid aan deze mythe. Toch is de hoeveelheid overhead beperkt. Met een single-core cpu is er inderdaad sprake van een drukkende laag die prestaties naar beneden brengt. Maar nu zowel hardware als software volwassener wordt, is het prestatieverlies met een native server na virtualisatie verwaarloosbaar.

7. Virtuele machines presteren slechter dan de marketing wil doen geloven

In het verleden hebben veel overenthousiaste verkopers ervoor gezorgd dat ze meer beloofden dan er kon worden waargemaakt. Maar omdat de huidige processors ontworpen zijn voor virtualisatie en hardware als ethernet, harde schijven en controllers steeds beter worden, zijn virtuele machines vrijwel gelijk aan fysieke varianten.

8. Virtualisatie levert alleen geld op bij het consolideren van meer dan 10 fysieke servers op 1 virtuele

Sommige boze tongen beweren dat een virtualisatieproject alleen kan slagen wanneer het ratio 10:1 is of zelfs hoger. Een realistischer scenario is om een ratio van 3:1 aan te houden. De voordelen van virtualisatie, zoals eenvoudiger disaster management en beheer gaan veel verder dan het consolidatieratio. Ook een ratio van 3:1 levert een kostenvoordeel op en geeft een positief ROI.

9. Het duurt langer om van virtuele machines een backup te maken

Een goed backup- en herstelplan leunt op mensen die het plan uitvoeren. Backup en herstel is vaak sneller dan bij virtuele systemen omdat je geen gebruik hoeft te maken van tape-gebaseerde oplossingen. Ook is er bij fysieke systemen vaak sprake van het volledig nieuw installeren van een server besturingssysteem en bijbehorende applicaties. Dit kan letterlijk uren duren. Virtuele recovery is een stuk simpeler, want je vervangt alleen de bewuste foutieve bestanden met werkende varianten. In plaats van uren bezig te zijn met installaties, kost het werken met virtuele herstelbestanden slechts minuten.

10. Virtualisatie is niet veilig

Virtualisatie is in beginsel juist heel veilig omdat het host operating system niet of nauwelijks netwerkverbindingen met andere systemen hoeft te hebben. Die kun je namelijk aan de virtuele servers overlaten. De veiligheidsrisico's van virtuele servers zijn gelijk aan die van fysieke systemen. Als je de best-practices van industriële standaarden voor besturingssystemen, storage en networking gewoon opvolgt, kan iedere organisatie een veilige virtuele omgeving creëren.

11. Virtualisatie is alleen bedoeld voor servers

Voor veel organisaties kan desktopvirtualisatie een uitkomst zijn. Hiermee heb je gecentraliseerd management en gemakkelijker disaster recovery over een nagenoeg ongelimiteerd park aan thin client desktopcomputers. Met een thin client maken gebruikers verbinding met een virtuele desktopomgeving die in een server ondergebracht is. Met desktopvirtualisatie hoef je minder storage kwijt te zijn omdat je in plaats van fysieke disks van aanpasbare images gebruik maakt.

12. Virtualisatie werkt alleen voor grote ondernemingen

Virtualisatie kan in iedere organisatie met twee of meer servers toegepast worden. Naast workload-consolidatie biedt virtualisatie ook voordelen als: live migratie, hoge beschikbaarheid, fout-tolerantie en gestroomlijnde backups. Deze functionaliteit helpt een organisatie de kosten van zijn infrastructuur te beperken en IT-beheer te vereenvoudigen.

Bron: Techworld